Laatste update: 24 mei 2016

Wind en Solar

Wind- en zonne-energie vallen onder de noemer hernieuwbare energie. In het geval van windenergie onderscheiden we off- en onshore windenergie. In Nederland lopen diverse overheidsinitiatieven om een groter aandeel te realiseren binnen de wind- en zonne-energiebranche. Hierdoor zal het aandeel hernieuwbare energie in Nederland stijgen richting de doelstelling van 14 procent in 2020 en 16 procent in 2023 zoals afgesproken in het Nationale Energieakkoord. De komende jaren zal de bouw van offshore windparken een vlucht nemen nu de eerste aanbestedingen zijn gestart.

Algemene prognose

In de afgelopen jaren zijn investeringen in wind- en zonne-energie enorm toegenomen in Europa en Nederland. Daarmee zijn deze vormen van energie de snelst stijgende vormen van energie. De komende jaren zal deze trend doorzetten, met name in offshore wind, als gevolg van de uitvoering van het COP21 Klimaatakkoord en het Nationale Energie Akkoord.

  • Investeringen in windenergie stijgen verder

    In 2015 is de windcapaciteit in Europa met 12,8 GW (+6,3 procent) toegenomen. De totale Europese windcapaciteit kwam daarmee op 142 GW. In Nederland kwam de totale capaciteit op 3,38 GW, waarvan ruim 3 GW op land. De komende jaren zullen investeringen in de branche sterk blijven waardoor de capaciteit aan windvermogen in Nederland zal stijgen tot 6 GW voor wind op land in 2020, en 4,45 GW voor wind op zee in 2023. Als de doelstellingen zijn gehaald dan zal het aandeel wind in de totale energiemix 6,1 procent bedragen in 2023, waarvan 3,2 procent offshore.

  • Aandeel zonne-energie neemt snel toe

    Van zonne-energie is lastig is om een totaaloverzicht te krijgen van het precieze geïnstalleerde vermogen aan PV capaciteit omdat veel projecten lokaal zijn. Ongeveer 70 procent van de zonnepanelen ligt op daken van woningen. In 2014 is zo’n 300 MW aan capaciteit bijgeplaatst versus 375 MW in 2013. Door de combinatie van lagere prijzen voor zonnepanelen en verbeterd rendement zal de groei van PV-capaciteit de komende jaren doorzetten. Hoewel de salderingsregeling nog loopt tot 2020, zal de regering al in 2016 de regeling evalueren en met een voorstel komen voor de jaren na 2020.

  • Energie-efficiency belangrijk hulpmiddel

    De Nederlandse doelstellingen voor het opwekken van duurzame energie zijn 14 procent in 2020 en 16 procent in 2023. Dit is onderdeel van het beleid richting 100 procent aanbod van hernieuwbare energie in 2050. In 2014 was 5,6 procent gerealiseerd. Hierbij werd de stijging deels verklaard door het grotere aanbod hernieuwbare energie, maar een groot deel ook door een daling van het totale eindverbruik van energie. Daaruit blijkt dat energie-efficiency een belangrijk hulpmiddel kan zijn bij het behalen van de doelstellingen.

Strategische trends

  • Aandeel hernieuwbare energie stijgt

    Het aandeel hernieuwbare energie in de energiemix zal blijven toenemen, wat goed is voor de branche. Binnenkort zal de regering komen met plannen hoe invulling te gaan geven aan de (Europese) 2030 doelstellingen. Ook zal het nut en de noodzaak van subsidieregelingen zoals voor zonne-energie de salderingsregeling geëvalueerd gaan worden. Zolang hernieuwbare energie afhankelijk blijft van subsidies zal het politieke beleid ten aanzien hiervan wel een onzekere factor blijven met betrekking tot investeringsbeslissingen.

  • Minder contracten

    Het aantal contracten bij de bouw van een park wordt steeds minder. Voorheen waren er rustig meer dan tien contracten en dan moest de sponsor/energiebedrijf al deze partijen managen. De huidige trend is dat deze contracten veel vaker worden gemanaged door slechts twee tot vijf grote partijen. Banken vinden dit aangenaam. Liever dat er twee grote partijen zijn die zelf de sub-aannemers managen, dan dat er tien verschillende aannemers door het project gemanaged moeten worden.

  • Efficientere productie en lagere kosten

    De offshore wind markt wordt steeds meer volwassen en de waardeketen krijgt met de langetermijn-tender steeds meer zekerheden. Dit resulteert in efficiëntere productie en services, hetgeen de kosten van de windenergie doet dalen. Zo is ook de Nederlandse tender ingericht, en het lijkt er op dat de markt de geprognotiseerde kostenreductie van 40 procent daadwerkelijk kan leveren.

Hans van Cleef werkt als sector econoom bij het Economisch Bureau van ABN AMRO. Hij is verantwoordelijk voor de economische analyses over de sectoren utilities en olie & gas.