Laatste update: 13 april 2017

Vleesindustrie

De vleesindustrie bestaat voornamelijk uit varkens- en pluimveeslachterijen en vleesverwerkende bedrijven. De slachterij neemt de dieren af van de veehouder of veehandelaar. Het vlees wordt vervolgens verwerkt tot een halffabricaat of eindproduct. Ook het zelf verpakken van vleesproducten komt voor. De vleesverwerkende industrie kent enkele grote ondernemingen, maar het merendeel is gespecialiseerd, ambachtelijk en werkt regionaal. Hier vallen ook de uitsnijderijen en vleesveredelaars onder.

 

Algemene prognose

De vleesindustrie richt zich op twee afzetgebieden. De ontwikkelde consumentenmarkt, waar kwaliteit en duurzaamheid steeds belangrijker worden. En de bulkmarkt, veelal buiten Nederland. Groei komt vooral uit de export. Doordat het welvaartsniveau ook in andere delen van de wereld stijgt, wordt vlees daar voor grotere bevolkingsgroepen bereikbaar.

  • Export naar Azië met 42% gestegen

    In 2016 nam de vleesproductie in Nederland met 8 procent toe. Een flinke stijging, vooral dankzij meer geslachte runderen. De uitvoerwaarde van vlees ging in dezelfde periode met 2 procent omhoog. Met name de uitvoer naar Azië steeg (42%),terwijl de export binnen de EU met 1 procent daalde. Zoals voor veel andere foodproducten, zijn Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk de belangrijkste afzetmarkten. De export naar Duitsland steeg vorig jaar nog wel (+1%), maar die naar Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk daalden (-2% om -6%).

  • Varken populairst in Europa, exportkansen liggen daarbuiten

    Europeanen eten relatief veel vlees per capita, waarbij vooral varkensvlees geliefd is. Exportkansen liggen met name buiten Europa. In veel Aziatische en Afrikaanse landen wordt nog relatief weinig vlees gegeten, terwijl de bevolking én welvaart er snel groeien. Ter vergelijking, het populairste vlees in India is kip: een gemiddelde Indiër eet er jaarlijks 1,7 kilo van. In Europa is dat 22,7 kilo per hoofd van de bevolking.

     

  • Vlakke Europese vraag naar schapenvlees

    In Europa is schapenvlees het minst populair. Het wordt hoofdzakelijk geproduceerd in Frankrijk, Griekenland, Ierland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Hier is dan ook de schapenpopulatie het grootst. De vraag naar schapenvlees in de EU is relatief vlak, maar netto is Europa wel een importeur. Schapenvlees is een gewaardeerd ingrediënt in sommige delen van het Midden-Oosten, maar de belangrijkste groeimarkten zijn China en Rusland.

Strategische trends

  • Differentiatie, verduurzaming of kennisexport: ketensamenwerking is key

    Door consumentenvoorkeuren, supermarkten, ngo’s en regelgeving komt de duurzame lat in onze vleesketens steeds hoger te liggen. Naast dierenwelzijn, speelt ook klimaatimpact (CO2footprint) een grotere rol. Dit biedt de komende jaren kansen voor differentiatie in concepten. Wel moeten vraag en aanbod dan (nog) intensiever op elkaar worden afgestemd in opeenvolgende ketenschakels: van vermeerdering tot verwerking en transport. Wie niet voor de wereldmarkt produceert (focus op efficiency) en wil groeien, moet met ketenpartners aan de slag om vleesconcepten verder te verduurzamen. Binnen Europese deelmarkten liggen kansen om onze kennis over bovenwettelijke vleesconcepten te vermarkten.

     

  • Meer focus op foodservice en voedingsmiddelenindustrie

    In veel landen groeit de consumptie buitenshuis harder dan de thuisconsumptie. Dit komt vooral doordat:

    – onze koopkracht is gestegen;

    – met name jongeren meer buiten de deur eten en  drinken;

    – hier meer locaties voor zijn gekomen.

    Ook vleeswerkers profiteren hiervan. Met name als het gaat om systeemgastronomie: bewerkte producten, gericht op kookgemak bij industriële gebruikers en in de professionele keuken. Bij productontwikkeling zullen verwerkers dus meer als een kok moeten gaan denken. En begrijpen hoe binnen foodservice de focus verschuift richting gemak, duurzaamheid en ‘ultravers’.

  • Groeikansen voor efficiëntere ketens, zeker in Azië

    In heel West-Europa stagneert de vleesconsumptie, vooral door zorgen over vermeende gezondheidsrisico’s, dierenwelzijn en klimaatimpact. Wereldwijd ligt dat anders. Buiten Europa stijgen de middeninkomens, waardoor er de komende tien jaar meer behoefte aan hoogwaardige proteïne ontstaat, onder andere uit vlees. Dit geldt vooral voor Azië. Deze ontwikkeling vraagt om een sterke focus op kostprijs. En daarmee om constante verbetering van de toeleveringsketen op het gebied van efficiency, schaal en productiviteit. Pluimveevlees is van nature goedkoper. Vanwege de lage CO2footprint, en doordat bij de consumptie religieuze bezwaren een beperkte rol spelen. Kijk je naar uitvoervolumes, dan heeft dit vlees een goede uitgangspositie voor export. Geopolitieke ontwikkelingen dwingen exportondernemingen wel om meer aandacht te besteden aan scenarioplanning. Ook kunnen ze hun kennis over de brede diversiteit aan wereldmarkten proactief verdiepen.

     

     

Nadia Menkveld werkt als sector econoom bij  ABN AMRO. Zij is verantwoordelijk voor de economische analyses over de sector Agrifood en soft commodities. Rob Morren is Sector Banker Food bij ABN AMRO. Als Sector Banker ligt zijn focus op de strategie en bedrijfsvoering in de sector.