Laatste update: 13 april 2017

Melkveehouderij

De melkveehouderij bevind zich in een lastige fase. Om hogere bemestingsnormen (derogatie) te behouden moet het aantal koeien verminderen in 2017. De zuivelketen heeft daarom hard gewerkt aan een fosfaat reductieplan. Minderen doet echter op veel melkveebedrijven pijn. Door verlaging van de melkproductie kun je de vaste kosten over minder liters verdelen en verhoog je de kostprijs. Maar ook de impact op de arbeidsvreugde van ondernemers is voelbaar. Gelukkig hebben de zuivelmarkt en de melkprijs zich flink hersteld en werken we langzaam toe naar een nieuwe prijspiek.

 

Zie tevens het rapport: Nederland Zuivelland, van meer naar beter.

 

Algemene prognose

Melkveehouders hebben een slecht  jaar achter de rug. De melkprijs lag voor het tweede jaar op rij onder de kostprijs, als gevolg van onbalans tussen vraag en aanbod. Voor 2017 verwachten wij een flinke daling van de productie, maar ook een flink herstel van de prijs.

  • Verwachting melkprijs positief: 15% toename in 2017


    In 2015 daalde de melkprijs behoorlijk. Dit had te maken met de mondiale groei van de melkproductie terwijl de vraag stagneerde.  In 2016 daalde de prijs van melk verder, maar medio 2016 herstelde de prijs zich.  Het snelle herstel stabiliseerde begin 2017 op een niveau dat voor veel melkveebedrijven kostendekkend is. De oorzaak van het herstel was dat het mondiale aanbod van melk daalde en doordat de EU met  interventie maatregelen nam om de melkcrisis het hoofd te bieden. Wij verwachten dat de melkprijs in de tweede helft van dit jaar en in 2018 langzaam door stijgt.

  • Fosfaatreductieplan reduceert ook melkproductie


    Hoewel het over het algemeen goed gaat met de zuivelmarkt, staat de markt voor melkeiwitten nog wel onder druk, mede door de interventievoorraden die boven de markt hangen. Boter daarentegen kent een zeer sterke vraag en de prijs van melkvet is erg hoog. De bewustwording van  de consument heeft hier mee te maken: de realisatie dat echte boter wellicht niet zo ongezond is , zorgt voor een hogere vraag naar boter. De uitwerking van het fosfaatreductieplan in Nederland heeft tot gevolg dat de productie afneemt (-3% in 2017).  Daarbij is 2017 een opmaat voor 2018. De productie zal in 2018 verder dalen.

  • Groei word kostbaar

    In 2016 namen de volumes toe, maar doordat de prijs daalde  ten opzichte van 2015, namen de totale opbrengsten af. Doordat er schaalvergroting plaatsvindt binnen de melkveehouderij zijn volgens de WUR de gemiddelde opbrengsten per bedrijf stabiel gebleven. Het aantal bedrijven in de melkveehouderij is de afgelopen jaren licht  gedaald. De stoppersregeling versnelt deze daling in 2017. In 2016 waren er circa 18.000 bedrijven met melkvee. De fosfaatrechten van deze stoppers zijn nodig voor groei van collega’s. De kosten van deze rechten en daarmee de kosten van marginale groei zijn fors.

Strategische trends

  • Fosfaatrechten worden het nieuw quotum

    De reductie van het aantal koeien in 2017 heeft flinke impact, maar is slechts een opmaat naar 2018. Dan volgt de wettelijke introductie van fosfaatrechten plus nog een laatste extra reductie. Daarmee komt de sector in een situatie die hetzelfde aan voelt als de tijd van melkquotering. Nationale groei is beperkt en groei op bedrijfsniveau is kostbaar door benodigde fosfaatrechten. En dat terwijl de wereldmarkt lonkt en kansen leek te bieden voor groei van Nederland als zuivelland.

  • Investeren in zorgvuldige melkveehouderij  

    De toekomst van de zuivelketen ligt door milieubegrenzingen niet zozeer in groei van volume maar in groei van toegevoegde waarde. De basis is goed; de Nederlandse zuivelsector zit in de mondiale kopgroep en heeft toegang tot belangrijke groeimarkten. Verdere uitbouw van de sterke punten als en kwaliteit en imago vereisen extra inspanningen maar er is geen weg terug. Focus op de bovenkant van de markt is de beste remedie tegen negatieve gevolgen van prijsvolatiliteit. De marktdynamiek blijft, maar het zorgt wel voor hogere pieken en minder diepe dalen.

  • Schommelende zuivelprijzen als nieuwe realiteit

    De zuivelmarkt is in de loop van 2016 hersteld. Het onderscheid tussen de sterke positie van melkvet en de zwakke positie van melkeiwit is opvallend. Vet en boter zijn in de VS niet langer taboe. Wij verwachten een voorzichtige verdere stijging van de melkprijs. Voor een volgende piek is 2017 nog te vroeg, de interventievoorraden hebben een remmende werking op prijsherstel. De groei van de wereldbevolking en van de welvaart zorgen ook voor de lange termijn voor positieve vooruitzichten. Positief én volatiel.

Ondernemer aan het woord

Christi-Jan van Balen, melkveehouder in Witmarsum

 

’Boeren zijn altijd bereid elkaar te helpen´

‘Mijn strategie is er een van voorzichtig groeien. Ook toen duidelijk werd dat in 2015 de melkquota losgelaten zouden worden, maakte ik geen plannen voor gigantische investeringen in een nieuwe ligboxstal. Dat leek mij geen wijsheid. Ik denk dat in Nederland de melkproductie altijd enigszins beperkt zal worden. Is het niet door melkquota, dan wel door andere maatregelen, zoals nu met de aangekondigde fosfaat-wetgeving. Dit is een klein land, de milieuruimte voor productie is niet eindeloos.’ Christi-Jan van Balen, melkveehouder in Witmarsum, Friesland, heeft 94 melkkoeien, de laatste uitbreiding van zijn ligboxstal was in 2009, hij levert aan FrieslandCampina, heeft 51 hectare grasland, en verbouwt niet zelf maïs voor zijn koeien.

Hoe gaat u om met de huidige lage melkprijs?

‘De melkprijs van € 0,275 per kilo die nu, half april, betaald wordt, ligt onder mijn kostprijs. En dan heb ik evengoed mijn kostprijs goed op orde. In 2013 en 2014 lag die prijs boven de € 0,40 per kilo, dat waren goede jaren om reserves op te bouwen. Die stijgende lijn in de melkprijs komt wel weer, maar we hebben het dal nog niet gezien denk ik. Mijn veestapel is bescheiden gegroeid, van 88 naar 94 melkkoeien, zeg maar 7%, terwijl mijn totale melkproductie met 15% is gestegen. Mijn koeien leverden eerst 9000 liter per jaar en nu 9600 liter. Die verhoogde productie heb ik bereikt door heel goed voor mijn dieren te zorgen. Die lage kostprijs blijven realiseren, is heel belangrijk. Ik heb ook bewust gekozen om met een melkstal te werken, niet met melkrobots. Dat scheelt voor mij  € 0,02 per kilo. Ik vind het mooi werk om zelf te melken. En bovendien kunnen de koeien gemakkelijker langer in de wei blijven omdat ze niet ieder moment terug hoeven te kunnen, om gemolken te worden.’

Wat adviseert u collega’s om de bedrijfsresultaten te verbeteren?

‘Wat ik een sterk punt vind van de melkveehouderij is dat boeren altijd bereid zijn elkaar te helpen. Eigenlijk zijn we elkaars concurrenten niet. We zijn altijd graag bereid om met elkaar te coöpereren, en kennis met elkaar te delen. Mijn boekhouder heeft een studiegroepje opgezet met daarin zeven melkveehouders. In geregelde bijeenkomsten tillen we elkaar naar een hoger niveau. Iedere melkveehouder heeft zijn eigen bijzondere kwaliteiten waar een ander van kan leren.’

In welke mate heeft u invloed op de keten, van de melktank op de boerderij naar de boodschappenkar van de consument?

‘Die invloed is beperkt. Je kunt proberen op te schuiven in de keten en zo betere marges te behalen. Door rechtstreeks aan een supermarkt te verkopen die regionale producten verkoopt, dat is een heel kleine niche markt. Of je ziet collega melkveehouders die ervoor kiezen biologisch te produceren, van de melk kaas te maken die voor een mooie prijs verkocht kan worden. Ik persoonlijk zie met mijn huidige strategie een mooie toekomst. Als melkveehouder ben ik mede-eigenaar van FrieslandCampina. Over hun strategie  ben ik tevreden, ze weten de melk goed te verwaarden. Ze betalen een melkprijs die boven het landelijk gemiddelde ligt. En het is mogelijk een hogere melkprijs te krijgen door weidegang te stimuleren en aan andere duurzaamheidseisen te voldoen. Dat werkt prettig. FrieslandCampina heeft een sterke exportpositie. Kijk naar de forse groei van de uitvoer van babymelk naar de Chinese markt.’

Pierre Berntsen is Directeur Agrarische Bedrijven bij ABN AMRO. Zijn focus ligt vooral op de strategie en bedrijfsvoering in de sector. Frank Rijkers werkt als sector econoom bij het Economisch Bureau van ABN AMRO. Hij is verantwoordelijk voor de economische analyses over de agrarische sector.