Laatste update: 22 december 2016

Machine-industrie

De diversiteit aan machines die in deze branche worden geproduceerd is groot. De machine-industrie omvat bedrijven die zich bezighouden met de productie van algemene producten zoals pompen, hijs- en hefwerktuigen, verpakkingsmachines, metaalbewerkingsmachines, interne transportwerktuigen en koeltechnische apparaten. Daarnaast worden er machines geproduceerd voor specifieke branches, zoals de voedingsmiddelenindustrie en de halfgeleiderindustrie. Tot de machine-industrie rekenen wij ook de toeleveranciers van modules en systemen.

Algemene prognose

De productie van machines zal in 2016 is met 1,1 procent krimpen. Deels ligt hier de vertragingen in de groei van de vraag vanuit opkomende landen aan ten grondslag, maar de afname van de orders vanuit Duitsland begin 2016 spelen ook een rol. Voor 2017 denken wij dat de groei weer zal aantrekken, mede gezien de groeitrends in export (de zwakkere euro) en de groei van de mondiale economie.

  • Klein aantal bedrijven, maar van groot belang

    Sinds 2015 is het aantal bedrijven in de machinebouw weer aan het toenemen en ligt het aantal in 2016 op bijna 3.000. De groei houdt verband met de toenemende vraag vanuit het buitenland. Het belang van machinebouw in Nederland is groot. Met een totale toegevoegde waarde van bijna 9 miljard euro heeft de machine-industrie een aandeel van circa12 procent in de totale toegevoegde waarde in de sector industrie en een aandeel van ongeveer 1,5 procent in het totale BBP. De toegevoegde waarde per bedrijf ligt zelfs beduidend hoger dan het gemiddelde in de totale industrie.

  • Trends export en in valuta hebben grote impact

    De branche is sterk op het buitenland georiënteerd en de exportintensiteit is hoog. De verhouding exportwaarde versus de totale omzet ligt op circa 65 procent. Hierdoor lopen bedrijven met een grote nadruk op export naar niet-eurozone een verhoogd valutarisico. In 2017 zal de euro afzwakken en dat is een gunstige uitgangspositie. Want hierdoor kan de vraag vanuit niet-eurozone gebieden enigszins groeien, aangezien Nederlandse industriële producten dan relatief goedkoop worden. Daarbij komt dat groeivertragingen in opkomende landen (met name China) de branche parten zou kunnen spelen.

  • Herstel bezettingsgraad laat nog even op zich wachten

    De bezettingsgraad schommelt rond zijn langetermijngemiddelde en het herstel zet nog niet door. Dit valt deels samen met de relatief zwakke buitenlandse vraag, als gevolg van de mondiale economische onrust. Ondernemers zijn in dit mondiale economische klimaat nog onvoldoende bereid om grote risico’s te nemen en om al te forse uitbreidingsinvesteringen te doen. Het goede nieuws is echter dat eind 2016 de positie van en het sentiment over de binnen- en buitenlandse orderportefeuille positiever is. Mede hierdoor denken wij dat de bezettingsgraad in 2017 weer kan herstellen.

Strategische trends

  • De uitdaging van ‘standaard-maatwerk’

    Machinebouwers staan voor de constante uitdaging om efficiënt te werken én maatwerk te leveren. Door machines modulair te ontwikkelen, ontstaat een vorm van ‘standaard maatwerk’. Maar dat vraagt wel meer van toeleveranciers. In plaats van onderdelen, moeten zij complete producten of modules kunnen maken en assembleren. Als Original Module Manufacturer werken ze samen met de machinebouwer aan de product roadmap. Zo ontstaat een hechte relatie en wederzijdse afhankelijkheid. Lees meer.

  • Servitization: van product naar service

    Machinebouwers halen steeds meer omzet uit dienstverlening en minder uit traditionele verkoop. Service is niet langer een kostenpost, maar een mogelijkheid om afnemers beter van dienst te zijn en extra omzet te genereren. Diensten als onderhoud-op-afstand en voorspelbaar onderhoud zijn hier voorbeelden van. Verhuur, lease en pay-per-use zijn verdienmodellen die zich op service concentreren. Afnemers betalen per maand of draaiuur en onderhoud zit bij de prijs inbegrepen. Hiermee kunnen machinebouwers een lock-in met hun afnemers creëren. Lees meer.

  • Internet of Things verbindt alle apparaten

    ‘Smart Industry’ is de verzamelnaam voor robotisering, 3D-printing en Internet of Things (IoT): alle drie zijn in opmars. Waar robots en 3D-printers steeds meer worden ingezet, wordt IoT vaak nog beperkt gebruikt voor efficiency-verhoging en kostenverlaging. Maar IoT is ook een middel om nieuwe, onderscheidende diensten te verkopen aan afnemers. Naast een open source-interface die communicatie tussen machines van verschillende merken mogelijk maakt, moeten machinebouwers ook investeren in sensoren en software die het machinegebruik door klanten in kaart brengen. Lees meer.

Ondernemer aan het woord

Frank Scherphof, Directeur Voortman Steel Machinery

 

’Wij verkopen straks machines, maar ook gaten´

Smart Industry maakt een nieuwe manier van produceren mogelijk: slimmer, efficiënter en goedkoper. Met Big Data uiteraard. ‘Iedereen heeft het erover, maar wie is er echt mee bezig? Dat kun je je afvragen’, zegt Frank Scherphof, directeur Voortman Steel Machinery, een bedrijf dat voor de wereldmarkt slimme staalbewerkende machines produceert waarmee afnemers flexibeler en efficiënter kunnen gaan produceren. ‘We zoeken gericht naar nieuwe service-modellen die klanten verder helpen. Smart Industry zal invloed hebben op de business modellen van bedrijven. Misschien verkopen we dadelijk geen machines meer, maar gaten. Hoe gaat het businessmodel eruit zien als we veel meer specifieke data beschikbaar hebben van machines?’

Is Voortman al echt bezig met Smart Industry?

‘Online hulp geven bij storingen van machines in het buitenland kunnen we al vijftien jaar. Anno 2016 gaat Smart Industry gaat over; hoe kun je met Big Data nou slimmere machines produceren, en slimmere businessmodellen ontwikkelen om op een meer proactieve manier service te geven, en dichter tegen de klant aan te zitten? De FME, ondernemersorganisatie voor de technologische industrie, heeft Field Labs in het leven geroepen om Smart Industry te promoten. De kernvraag daar is: welke data kunnen relevant zijn voor jouw bedrijf? Ik denk dat die vraag niet voor alle bedrijven generiek te beantwoorden valt. Daarom zoeken wij dat op bedrijfsniveau uit, althans: dat doet onze Researcher & Developer Smart Industry voor ons, in samenwerking met meerdere studenten van verschillende opleidingen. Alles valt met sensoren te meten: conditie van de machine, temperaturen, trillingen, maar met welke data kunnen we nou écht zinnige dingen doen? Ik denk dat we over 2,5 à 3 jaar met de eerste nieuwe dienstverlening op de markt zullen komen.’

Sommige van uw klanten kopen straks geen machines meer, maar capaciteit, zegt u. Hoe werkt dat?

‘Capaciteit van machines is een belangrijk thema. Een klant koopt een boormachine, maar vraagt daarmee eigenlijk een bepaalde capaciteit gaten die hij daarmee kan maken. De prijzen van machines zijn bekend, de prijs per gat echter niet. Die is afhankelijk van veel meer factoren dan alleen de aanschaf. En daardoor lijken de kosten per gat al snel erg hoog als die zuiver berekend worden. Het is lastig om klanten uit te leggen dat de kosten per gat werkelijk zo hoog zijn, omdat een aantal zaken als verbruiksonderdelen, stilstand en servicekosten vaak óf vergeten worden óf te laag ingeschat. Met Smart Industry kun je onjuist gebruik van de machine eerder constateren en stilstand vaker voorkomen. Hierdoor worden minder onderdelen verbruikt en dalen, over het geheel genomen, de kosten per gat. Als je een bepaalde capaciteit garandeert gaat hiermee het risico voor de klant omlaag.’

Houdt de opleiding van werknemers gelijke tred met de innovaties?

‘Opleiding van werknemers is vaak redelijk eenzijdig gericht geweest op werktuigbouwkunde. Service en onderhoud zijn tegenwoordig complex. Het is belangrijk daar goede mensen voor te hebben. Innovaties worden steeds sneller in de praktijk toegepast, en daar moeten je werknemers in mee kunnen, anders mis je de concurrentieslag. Een machinebouwer is steeds meer een techologie-bedrijf, waar software een grotere rol speelt. Daarom trainen we ons eigen personeel in ons eigen Voortman Experience Center. Ook machinebedieners van onze klanten halen we van over de hele wereld naar Nederland, om ze hier te trainen.’

Casper Burgering werkt als sector econoom bij het Economisch Bureau van ABN AMRO. Hij is verantwoordelijk voor de economische analyses over de industrie. David Kemps is Sector Banker Industrie bij ABN AMRO.  Als Sector Banker ligt zijn focus op de strategie en bedrijfsvoering in de sector.