Laatste update: 10 mei 2017

Curatieve Zorg

De curatieve zorg is het onderdeel van de zorg dat gericht is op het herstel van zieken. Deze zorg valt uiteen in twee grote subgroepen: de ziekenhuiszorg en de geestelijke gezondheidszorg.

De ziekenhuiszorg is onder te verdelen in drie onderdelen, te weten de academische zorg, de hoogcomplexe zorg die verleend wordt binnen de topklinische centra, en de laagcomplexe zorg. De laagcomplexe basiszorg is planbaar. Daarom wordt dit ook wel planbare zorg genoemd.

De geestelijke gezondheidszorg is een combinatie van zorg gericht op herstel en langdurige zorg. Een groeiend deel van de zorg is gericht op het kunnen participeren in de maatschappij, wat betekent dat men met ondersteuning thuis woont in plaats van in een insteling.

De groei van de zorg is door de zorgakkoorden tussen de zorgverzekeraars, de overheid en de zorginstellingen de afgelopen jaren teruggedrongen tot onder de 2 procent per jaar. Voor 2018 zijn de overheid en de ziekenhuizen in een hoofdlijnenakkoord overeengekomen om de groei te maximeren tot 1,6 procent, wat in lijn is met de verwachte groei van de economie. Een grote zorgverzekeraar geeft in haar inkoopdocument voor 2018 echter aan dat medisch-specialistische groei een krimpdomein is.
De zeer beperkte groei of zelfs gelijkblijvende omzet in combinatie met kostenstijgingen (onder andere als gevolg van de nieuwe cao’s) betekent dat ziekenhuizen de zorg anders zullen moeten gaan organiseren.

.

 

 

.

  • Dure geneesmiddelen

    De dure geneesmiddelen leggen een grote claim op de groeiruimte van de ziekenhuizen. In een paar jaar tijd is de kostenpost geneesmiddelen gegroeid van 2 procent van de ziekenhuisbegroting naar 8 procent, terwijl de omzet door de hoofdlijnen akkoorden  de opbrengsten nauwelijks is toegenomen . Hierdoor worden andere uitgaven verdrongen. Er is veel aandacht voor het in toom houden van de kosten. Dit gebeurt zowel door zuinige inzet als betere inkoop. Dit betekent zowel zuinige inzet (het vermijden van verspilling) als betere inkoop.

  • Preventie wordt belangrijker

    In het algemeen geldt: hoe ouder hoe zieker. Als dit zo blijft, resulteert de vergrijzing in een sterke toename van de zorgvraag. De omvang van de zorg zal echter ongeveer gelijk moeten blijven om de zorg voor iedereen betaalbaar te houden. We zullen dus gemiddeld gezonder moeten worden. De focus zal moeten verschuiven van behandelen naar het stimuleren en bewaken van de gezondheid van de bevolking in de regio. Deze denkwijze vereist nieuwe manieren van werken van zowel de curatieve instellingen als de zorginkopers. Betalen voor preventie of het niet leveren van zorg is nog geen ingeburgerd principe.

  • Meerjarencontracten om transitie mogelijk te maken

    Om in een organisatie veranderingen door te kunnen voeren, is stabiliteit in inkomsten gewenst. De organisatie kan zich dan aanpassen zonder daarop onmiddellijk afgerekend worden. Als er besparingen kunnen worden doorgevoerd door bijvoorbeeld hulp op afstand (met behulp van digitalisering), moeten zowel de zorgverlener als de zorginkoper hier baat bij hebben. Ook voor de financiering van het vastgoed van instellingen is een meerjarencontract een gewenste situatie. De financiers willen immers enige zekerheid dat de geplande veranderingen van de zorginstelling de komende jaren doorgevoerd kunnen worden.

Strategische trends

  • Zorg op afstand

    Een deel van de zorg voor en na de daadwerkelijke behandeling, zal buiten het ziekenhuis plaatsvinden. Enerzijds door andere zorgverleners anderzijds door de patiënt zelf met behulp van e-health toepassingen. Dit heeft diverse voordelen. De patiënt kan ook vanuit huis vragen aan de medisch specialist of de verzorgen stellen; en door e-health toepassingen is er meer inzicht in de gezondheid van de patiënt, zowel bij de patient als bij de zorgverleners. Therapie- of medicatietrouw is een belangrijke potentiële verbetering door zorg op afstand. Zij kan resulteren in een grote verbetering van de gezondheid.

  • Strategische allianties

    Goede samenwerking in de regio wordt steeds belangrijker. Niet alleen om als instelling goed op de ingreep zelf te kunnen focussen, maar ook om de voor- en nazorg door andere partijen te kunnen laten leveren. Het netwerk wordt steeds belangrijker; zowel de relatie met andere zorgverleners als die met andere vakgroepen.

    Dat laatste is het gevolg van een ontwikkeling die twee kanten op gaat. Enerzijds komen er steeds meer generalisten om de algemeen kwetsbare oudere binnen en buiten het ziekenhuis zo goed mogelijk te kunnen ondersteunen. Anderzijds ontstaan er door toegenomen kennis en voortschrijdende techniek steeds meer superspecialismen, waardoor er binnen vakgroepen (ook binnen de regio) gewerkt wordt aan de verdeling van taken.

    Een fusie is hiervoor niet vereist. Een strategische alliantie is een goede samenwerkingsvorm waarbij elke organisatie haar zelfstandigheid bewaart, en de focus kan leggen op de eigen expertise.

  • Vormgeven aan duurzaamheid

    In de zorg ligt de focus op de mens en niet op de middelen. Daarmee is grondstoffenduurzaamheid een gebied dat tot nu toe minder aandacht kreeg. Ook de zorg zal zich steeds meer focussen op vermindering van het gebruik van grondstoffen en daarop afgerekend worden. Dat kan op diverse manieren. Denk aan een andere manier van het omgaan met voeding of aan het gebruik van apparatuur in deeltijd.

    Bij het ontwerpen van gebouwen is al wel een toenemende focus op duurzaamheid te zien. Zowel het mogelijk hergebruik van materialen die nu als afval beschouwd worden, als het gebruik van hernieuwbare energiebronnen in de vorm van zonnepanelen en warmte-koudeopslaginstallaties neemt in aantal toe.

Bestuurder aan het woord

Peter van der Meer, voorzitter Raad van Bestuur van het Albert Schweitzer ziekenhuis in Dordrecht

 

‘Medische en financiële professionals leven niet meer in verschillende werelden.’

‘Optimale, op maat gesneden zorg aan de patiënt bieden en tegelijk kosten besparen. Tot voor kort kon niemand zich die combinatie voorstellen. Tegenwoordig, in tijden van vergrijzing en uit de hand lopende zorgkosten, móeten we wel. Medische en financiële specialisten bepalen samen het beleid in het Albert Schweitzer ziekenhuis.’ Peter van der Meer ziet als trends in zijn sector zowel value based healthcare als e-health en verregaand overleg tussen arts en patiënt.

Bezuinigen en tegelijk optimale, individuele zorg verlenen. Dat kan toch niet samen gaan?

‘Dat was heel lang de gedachte, ja. Medische en financiële professionals liepen altijd met een grote boog om elkaar heen. Ze leefden echt in verschillende werelden. Maar de financiële deskundigen in ons ziekenhuis zijn nu begonnen kostenbesparing te bespreken met de medische staf. Dat heeft niets met botte bezuiniging te maken. Maar alles met value based healthare: het nastreven van verregaande doelmatigheid, terwijl de waarde van de zorg voor de patiënt alleen maar toeneemt. Verbetering van de patiëntenzorg is nu opgenomen in de financiële planning. Dat is een kwestie van doorbréken van een bepaalde ziekenhuiscultuur. Zo stond altijd vast dat de arts een gebroken ledemaat opereerde. Sinds kort weten we dat het veel betere uitkomsten geeft als een gebroken bot in gips wordt gezet. En dat is ook nog eens veel goedkoper. Zo vinden zorgverlener en financieel specialist elkaar.’

Uit onderzoek blijkt dat 40 procent van de ziekenhuisbehandelingen achteraf niet nodig was geweest. Hoe kan dat?

‘Dat zijn gemakkelijke cijfers. Maar we zijn nu wel tot het inzicht gekomen dat het echt anders moet in de zorg. Kosten werden hoog omdat er bijvoorbeeld veel automatisch werd gedaan. Gewoon, omdat men het altijd zo deed. Van de foto’s die in het ziekenhuis worden genomen, was 60-70 procent niet strikt nodig. Toch moet je dat niet meteen afdoen als waste. Soms willen patiënten gerustgesteld worden en kan dat alleen met een foto. Of met een mri terwijl iemand alleen maar hoofdpijn heeft. We moeten steeds afwegen hoe nuttig behandelingen en dure therapieën zijn. Samen met de patiënt, die tegenwoordig veel meer inspraak heeft.‘

De mondige patiënt. Die wil toch alleen maar het duurste?

‘Nee, dat niet. Patiënten komen gewoon heel goed geïnformeerd naar het ziekenhuis. Daarom bespreken artsen de aard van de behandelingen veel vaker met de patiënt. Natuurlijk, een burger kan bepaalde beslissingen niet nemen. Maar hij weet wel hoe hij wil leven na een operatie. Hij wil zelf de kwaliteit van leven bepalen. En terecht. Artsen zijn niet meer alwetend. Mensen hebben, als ze naar het ziekenhuis komen, vaak zoveel kennis vergaard dat de diagnose van de medisch specialist bijna een second opinion is. In de toekomst zullen de meesten hun hele medische dossier in hun smartphone bewaren. Ook de zorg zelf wordt steeds meer digitaal. Zaken als vragen beantwoorden of bloedwaarden bepalen gaan mensen thuis doen voor ze voor de medische ingreep naar het ziekenhuis komen. Polibezoek zal steeds minder worden. Artsen zullen steeds meer het echt gespecialiseerde werk met geavanceerde apparatuur gaan doen.’

Philip Bokeloh werkt als macro econoom bij het Economisch Bureau van ABN AMRO. Anja van Balen is Sector Banker Healthcare bij ABN AMRO. Als Sector Banker ligt haar focus op de strategie en bedrijfsvoering in de sector.