Laatste update: 3 oktober 2017

Grond-, weg- en waterbouw

De grond-, weg- en waterbouw (gww) bestaat uit een aantal branches, waarvan wegenbouw, grondwerk en riolering, civiele betonbouw en kabels en leidingen veruit de belangrijkste zijn. Overige segmenten zijn railbouw, baggerwerk, kust- en oeverwerk en straatwerk. Circa 90 procent van alle ondernemingen in de gww heeft maximaal vijf werkzame personen en slechts een klein deel heeft meer dan honderd werkzame personen. Verder is er ook in deze branche een groeiend aantal zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers).

Algemene prognose

De beperkte investeringen van de overheid in de infrastructuur de afgelopen jaren raken de gww. Circa 75 procent van de gww is afhankelijk van overheidsprojecten. In 2017 wordt EUR 6,8 miljard geïnvesteerd in de infrastructuur. Vanaf 2018 nemen de overheidsinvesteringen weer toe. Voor 2017 verwachten wij een groei van 3 procent en voor 2018 een groei van 3,5 procent. Lees ook onze Brancheupdate over de gww, 2 augustus 2016

 

  • Overheidsinvesteringen van grote invloed op gww

    De overheidsinvesteringen zijn zoals gezegd van grote invloed op de gww. De afgelopen jaren is er door de Rijksoverheid meer geïnvesteerd in het Deltafonds, bedoeld voor het bewaken van de waterkwaliteit- en veiligheid. De investeringen in het Deltafonds nemen in 2017 sterk af, maar daarna is er weer groei te zien. De investeringen in het Infrastructuurfonds nemen vanaf 2017 weer toe. Dit betekent dat per saldo de investeringen van de overheid vanaf 2018 toe gaan nemen, met gemiddeld 1,3 procent per jaar. Vooral de wegenbouwers kunnen hiervan profiteren.

  • Branches gww ontwikkelen zich wisselend

    De branches binnen de gww ontwikkelden zich wisselend in 2017. De omzet van natte waterbouwers steeg met 14,2 procent j-o-j in het eerste kwartaal van 2017. Er wordt door de Rijksoverheid weer meer geïnvesteerd in het Deltafonds, waar natte waterbouwers van kunnen profiteren. De bouwers van wegen, spoorwegen en tunnels lieten ook omzetgroei zien. In de eerste 7 maanden van 2017 steeg hun omzet met 10,6 procent j-o-j. Kabel- en buizenleggers hebben het moeilijk. Hun omzet daalde de eerste 7 maanden met 2,3 procent j-o-j.

  • Orderportefeuille stijgt licht

    De orderportefeuille van gww-bouwers steeg in 2017 van 6 maanden in januari tot 6,7 maanden in juni. De orderportefeuille is nog wel een stuk lager dan die van de woning- en utiliteitsbouwers, die lag in juni 2017 op 9,9 respectievelijk 9,1 maanden. Maar de orderportefeuille ligt wel hoger dan het langetermijngemiddelde van 5,7 maanden. De orderportefeuille van de wegenbouwers steeg heel licht van 5,6 naar 5,7 maanden. De orderportefeuille van de grond- en waterbouwers steeg van 6,5 naar 7,7 maanden.

Strategische trends

  • Bouwen in de binnenstad

    De trek naar de stad zorgt ervoor dat nieuwbouw en onderhoud een constante factor zijn in het straatbeeld van de stad. De moderne stadsbewoner accepteert die overlast (stank, geluid, afzettingen etcetera) niet zonder meer. Bouwers zullen daarom steeds meer moeten samenwerken met zowel de omgeving als de opdrachtgever. In goede samenwerking en met betere communicatie kan gezorgd worden voor een beter, duurzamer en minder verstorend proces. Zo kan bouwmaterieel met Het Nieuwe Draaien en door nieuwe brandstoftechnieken (bijvoorbeeld GTL fuel) zuiniger, stiller én schoner werken. Nieuwe functies (omgevingsmanager) en technologieën  (de Bouwapp) helpen met de communicatie. Lees meer over ontwikkelingen in de binnenstad in onze publicatie over Smart Cities (hier en hier).

  • Risk én return

    Afgelopen jaren was er een tendens waarneembaar dat meer en meer risico’s door aannemers werden geaccepteerd.  Dat heeft niet alleen te maken met nieuwe contractvormen, maar ook met de aanbestedingsmarkt. Bij andere contractverantwoordelijkheden horen ook andere werkzaamheden en daardoor vaak hogere risico’s. Die risico’s moeten weloverwogen worden aangegaan, met een gecalculeerde inschatting van het risico, de kosten van mitigatie of verzekering en een grondige afweging van de eventuele consequenties. Met specifiek contract- en risicomanagement zijn de risico’s te managen. Het voordeel is dat de concurrentie niet alleen meer op prijs is en dat er tegen het hogere risico ook een hogere return staat…

  • Smart infra

    Inzicht in wie wat waar doet, is de basis voor een beter project en een betere samenwerking. Veel werken zijn groots, complex, ondergronds en ‘just in time’. Voor wat betreft het bouwproces kan monitoring en realtime communicatie zorgen voor optimalisatie hiervan. Een sleutelrol is weggelegd voor Internet of Things en Big Data. Als met behulp van track and trace-systemen bekend is waar het product is, kan het bouwproces efficiënter worden  en verstoringen worden beperkt. Voorbeelden met de Bouwhub en stadslogistiek tonen aan dat hier nog veel (efficiency) winst behaald kan worden. Lees er meer over in onze publicatie over Transport en Logistiek in Smart cities (hier en hier).

Ondernemer aan het woord

Martijn Smitt, directeur BAM Infra BV

 

’Het realisme moet weer terugkomen´

‘Na 2008 zijn de investeringen in infrastructuur wel erg ver terug gezakt. Ik vind dat Den Haag het een klein beetje heeft laten afweten, door geplande projecten naar de toekomst te verschuiven. Het kabinet had beter moeten begrijpen hoe onze sector kan helpen de economie weer aan te jagen. Toch hebben velen in de sector met een gezonde ondernemersgeest het hoofd boven water weten te houden. Vanaf 2015 is de overheid wél meer vaart gaan zetten. Het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport is verlengd tot 2028. Het is goed als die horizon nog verder tot 2040 wordt gelegd. Dat is goed voor Nederland en er komt weer aardig wat werk op de sector af. De grootste zeesluis ter wereld in IJmuiden, de capaciteitsuitbreiding knooppunt Hoevelaken, de Blankenburgtunnel in Rotterdam, het hoogwater beschermingsprogramma Ruimte aan de rivier, de versterkte Afsluitdijk.’ Martijn Smitt, directeur BAM Infra BV, vindt dat er nóg iets moet veranderen, wil de sector weer werkelijk gezond worden.

Wat is er nog méér nodig dan nieuwe projecten?

‘De verhoudingen tussen opdrachtgever en opdrachtnemer moeten veel realistischer worden. En het moreel besef dat we met maatschappelijke opgaves bezig zijn. De laatste jaren hebben bouwondernemingen te vaak risico’s geaccepteerd die ze onmogelijk konden overzien en managen. Waarom? Uit eagerness om contracten te kunnen binnenhalen in een erg krappe markt. Het was: teken hier bij het kruisje, of anders niet. Dan heb je met elkaar, onder architectuur, je eigen problemen ontworpen. Het is niet alleen opportunisme bij opdrachtnemers, het is ook verkeerd gebruik van de positie door opdrachtgevers. In de nieuwe wereld moet het realisme weer terugkomen, en zou iedereen zijn rol beter moeten oppakken. De eerste contouren daarvan zie ik al. Rijkswaterstaat doet het management over het opdrachtgeverschap van het project Zuidas in Amsterdam, waar de ringweg ondertunneld gaat worden. Ze hebben alle partijen bij elkaar geroepen en afgesproken dat alle onoverzienbare risico’s, te weten kabels, leidingen en vergunningen, bij de overheid zullen blijven. Dat geeft lucht bij de samenwerking. Hoe marktpartijen met elkaar om zullen gaan, dat heeft Rijkswaterstaat samen met de markt zwart op wit gezet, in de documenten Leidende principes en Marktvisie.’

Publiek Private Samenwerking, PPS, zou die constructie vaker ingezet moeten worden?

‘Wij zijn er sterk voorstander van. De nieuwe zeesluis bij IJmuiden, bouwen wij in een PPS-constructie, met het Rijk, gemeente, provincie en havenbedrijf Amsterdam. Het wordt de grootste zeesluis ter wereld, met een lengte van meer dan een halve kilometer en een breedte van 75 meter. Vorig jaar hebben we het Design, Build, Finance and Maintain-contract daarvoor gewonnen. DBFM stimuleert een lifecylce aanpak en draagt zo bij aan die nieuwe, realistische samenwerking waar ik naar wil streven. Kijk, mijn grootvader was architect, met liefde voor zijn vak, hij inspireerde mij om civiele techniek te studeren. Ik vind het pijnlijk om te zien hoe enorm moeizaam, langzaam en met hoge kosten sommige grote infrastructurele projecten zijn gerealiseerd. Ik zie graag dat mensen er eer in leggen om glansrijk te voldoen aan de gestelde bouwtechnische, financiële en vooral maatschappelijke eisen. Bij de bouw van de nieuwe zeesluis zie ik het elan waar ik op doel, mensen werken daar met het gevoel: dit wordt een gaaf stuk werk en dat doen we samen. Samen groots bouwen!’

Zou de sector niet nog veel meer zijn voordeel kunnen doen met de zegeningen van de digitale revolutie?

‘Dat denk ik zeker. Het is ook een sterk onderdeel van de nieuwe BAM-strategie Building the present, creating the future. Die hebben we geformuleerd in reactie op de crisis. De sector is conservatief. Pas de laatste vijf jaar hebben we de eerste data analisten verwelkomd. De technologische ontwikkelingen gaan zó hard. Ik heb in Korea, bij een vorige werkgever, mee gewerkt aan een tunnelproject, waarbij de delen zestig meter diep in zee werden afgezonken. Weet je hoe we die tunneldelen precies op de goede plek hebben gekregen? Met op Star Wars geïnspireerde robotpoten.’

Petran van Heel is Sector Banker Bouw bij ABN AMRO. Als Sector Banker ligt zijn focus op de strategie en bedrijfsvoering in de sector. Madeline Buijs werkt als sector econoom bij ABN AMRO. Zij is verantwoordelijk voor de economische analyses over de bouw.