Laatste update: 10 mei 2017

Langdurige Zorg

In de langdurige zorg zijn instellingen actief in ofwel de ouderenzorg ofwel de gehandicaptenzorg. De bekostiging van deze vormen van zorg is met name afkomstig uit de Wet langdurige zorg (Wlz). De laatste twee jaar worden door de instellingen steeds meer diensten geleverd die betaald worden vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en particuliere bijdragen.

De langdurige zorg sector zal in 2017 meer geld kunnen besteden om aan een licht toenemend aantal mensen zorg te leveren. In economische zin wordt dit gezien als groei, feitelijk is het een inhaalslag op zorgkwaliteit. In 2017 zal de groei 2 procent bedragen. De groei voor 2018 hangt sterk af van de focus van de nieuwe regering. De daadwerkelijke toekenning van de door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) genoemde gewenste extra gelden voor de ouderenzorg ad € 1,3 miljard (een toename van meer dan 5 procent) lijkt onwaarschijnlijk. Dit zou een te sterke toename van de zorgkosten betekenen ten opzichte van de verwachte groei van de economie (1,7 procent) en de toename van de overheidsuitgaven (1,2 procent). De omvang van de langdurige zorg zal echter wel sneller toenemen dan de groei van de economie. 4 procent lijkt daarom realistisch.

.

 

 

 

.

  • Hogere personeelsinzet

    Doordat de gemiddelde zorgzwaarte van de bewoners van langdurigezorginstellingen de laatste jaren enorm is toegenomen, is ook de behoefte aan ondersteuning sterk gegroeid. In tijden van gedwongen financiële krimp, is de daadwerkelijke bezetting in 2015 en 2016 achtergebleven bij de behoefte.

    Het nieuwe Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg maakt daarin een reparatieslag. Echter, hierbij wordt  slechts gefocust op de aanwezigheid van ondersteuning op de woongroepen.

  • Zinvolle zorg

    Naast voldoende toezicht zal de geleverde zorg steeds meer gericht moeten zijn op de kwaliteit van leven van de bewoner. Dit betekent gezamenlijke besluitvorming door de zorgvrager en zorgverlener en daardoor meer eigen regie, zoals inspraak in het eten, tijden van opstaan, de beleving van religie, maar ook dagbesteding waaraan de bewoner plezier beleeft. Het gebruik van virtual reality is een van de technieken om het leven van bewoners in de langdurige zorg te veraangenamen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de Tovertafel, een spel met interactieve lichtprojecties. Een virtual-realitybril in combinatie met een koptelefoon waaruit liedjes van vroeger klinken, is een ander voorbeeld. Door licht en geluid wordt een dementerende teruggebracht (al is het maar voor even) naar de indrukken uit zijn of haar jeugd. Ervaringen die een bijdrage leveren aan een prettiger leven van bewoners.

  • Kleinere wooneenheden in de vrije markt

    De beschikbaarheid van zorg en welzijnsondersteuning vanuit de Zorgverzekeringswet en de Wmo zorgen ervoor dat burgers veel langer zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. Als er op een gegeven moment toch gekozen wordt voor intramuraal wonen of zelf huren gecombineerd met zorg, is de benodigde bewegingsruimte behoorlijk afgenomen.

    Een gevolg hiervan is dat de gemiddelde oppervlakte per wooneenheid zal afnemen.

Strategische trends

  • Samenwerken met andere zorgdomeinen

    Instellingen gaan zich steeds meer organiseren in een netwerk van zorgverleners. Daarmee worden ze een onderdeel van de diverse mogelijkheden die de burger heeft om met behulp van ondersteuning het leven zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen leven. Door samenwerking met huisartsen, revalidatie-instellingen, thuiszorg, wijkverpleging en ziekenhuizen kan de langdurigezorginstelling zich focussen op de intramurale zorg, waarbij de burger passende ondersteuning krijgt.

  • Tijdelijke intramurale zorg

    Doordat mensen die zorg nodig hebben langer thuis blijven wonen, doen zich daar ook meer incidenten voor waarna zij in sommige gevallen tijdelijk niet meer thuis kunnen wonen. In 2016 heeft dit tot overbelasting van de spoedeisende hulpposten van de ziekenhuizen geleid. In 2017 heeft er een forse uitbreiding plaatsgevonden van het aantal ‘huisartsenbedden’ zoals de tijdelijke opvang nu wordt genoemd. Dit aantal zal in de toekomst verder toenemen. Binnen instellingen in de langdurige zorg zullen afdelingen ontstaan met tijdelijke intramurale zorg.

  • Vormgeven aan duurzaamheid

    Duurzaamheid is ook voor de langdurigezorgsector van toenemend belang. Duurzaamheid gaat een volgende fase in nu er meer en meer voorbeelden zijn dat we van een consumptieve, lineaire economie overgaan naar een circulaire. In de langdurige zorg is duurzaamheid een combinatie van meerdere factoren, waarbij duurzame huisvesting, gepaste voeding en duurzame inzetbaarheid van de medewerkers de belangrijkste zijn.

Bestuurder aan het woord

Anton van Mansum, lid Raad van Bestuur Surplus Groep

 

’Zorg in de wijk is terug naar normaal´

´Dat tijdens de wederopbouw veel fitte mensen in bejaardenhuizen zijn gaan wonen, had óók te maken met de woningnood. De vrijgekomen eengezinswoningen waren nodig voor jonge gezinnen. Vreemd was het wel, want het werd betaald uit de AWBZ, een collectieve zorgverzekering, géén woonverzekering.’ Anton van Mansum is één van de twee Raad van Bestuur-leden van Surplus Groep, een Brabantse organisatie voor welzijn, zorg, comfort en wonen. Hij heeft onder meer Welzijn en Zorg Extramuraal in zijn portefeuille. Ouderen kunnen anno 2016 prima langer zelfstandig wonen, vindt hij. ‘Voorwaarde is wel dat gemeenten bereid zijn te betalen voor het regelen van welzijn van ouderen. En er moet bij de thuiszorg geen prijsrace naar de bodem ontstaan, zoals we gezien hebben bij de huishoudelijke hulp nadat die in 2007 naar de WMO is overgeheveld. De neerwaartse prijsspiraal heeft daar te veel organisaties failliet doen gaan.’

Is de langdurige zorg in Nederland, voor ouderen vergeleken met de rest van de wereld nog steeds top of class?

‘Absoluut, ook die voor gehandicapten en GGZ cliënten. Het duurt nu alleen veel langer voordat je naar een verpleeghuis gaat, de zorg is daarmee veel intensiever geworden. Anno 2016 wonen mensen met beginnende dementie gemiddeld nog zes jaar thuis, voordat ze eventueel naar een verpleeghuis gaan. En dáár blijven ze gemiddeld twee jaar. De meeste bewoners, ook als ze geen dementie hebben, zijn ziek of zwak en in de eindfase van hun leven. Een intensieve, vaak verdrietige periode, ook voor de familie. De verpleeghuissector presteert goed als het om de techniek gaat. De sector zou beter kunnen presteren als het gaat over de kwaliteit van leven. Een voorbeeld: kennen medewerkers de geschiedenis van een bewoner? Van welke muziek houdt iemand? En wie zet dat CD’tje dan af en toe op? Het gaat om empathie, compassie en echte interesse, en de familie zou daar zo veel mogelijk bij betrokken moeten worden.’

Gaat het bij zorg in de wijk ook goed?

´De zorg in de wijk is qua financiering nog volledig gericht op de techniek, het verzorgen van de kwaliteit van leven past nog niet in het systeem van de vergoedingen. De financieringsmethode van zorg in de wijk is echt een issue. Surplus werkt volgens een heel ander concept, het wijkzusterconcept. In dit concept besteedt een wijkverpleegkundige minder dan een kwart van haar werktijd aan formele zorg: handelingen als injecties geven, wondverzorging. En 48% van haar tijd gaat naar ondersteunen van zelfzorg en mantelzorg, wat in de huidige financieringssystematiek niet valt te declareren. Ze wordt betaald voor formele zorg op basis van minuten, verrichtingen en tarieven. Door die prikkel krijg je wat je financiert: veel verrichtingen. Ik pleit ervoor dat zorgverzekeraars wijkverpleegkundigen deels ook financieren op aanwezigheid en beschikbaarheid. Laat ze haar werk zelf indelen, dat zou enorm helpen bij de participatie van mensen en minder formele zorg. Ik zeg erbij: dit is mijn visie, ik zie het niet die kant opgaan.’

Hoe staat het met de participatie van mantelzorgers in Brabant?

‘De sociale cohesie in West- en Midden Brabant, waar wij werken, is enorm. Mensen, zeker in de dorpen, doen veel mantelzorg bij familie en bekenden. In sommige huizen hebben we één vrijwilliger op elke bewoner. Ik geef toe: die luxe is in de Randstad wat minder. Ook jongeren zijn actief, ze schenken natuurlijk niet dertig jaar lang koffie op één afdeling, maar als we ze op onze site vragen iemand naar het ziekenhuis te rijden, melden zich méér dan genoeg 30-jarigen. De participatiemaatschappij waartoe de koning heeft opgeroepen, is eigenlijk nooit weg geweest in Nederland. Ook al leek het daar wel op, toen veel ouderen in bejaardenhuizen gingen wonen.’

Philip Bokeloh werkt als macro econoom bij het Economisch Bureau van ABN AMRO. Anja van Balen is Sector Banker Healthcare bij ABN AMRO. Als Sector Banker ligt haar focus op de strategie en bedrijfsvoering in de sector.