Laatste update: 22 december 2016

Chemische industrie

De chemische industrie kent een zestal segmenten, die een grote diversiteit aan producten voortbrengen. De basischemie is veruit het grootste en belangrijkste segment. Hier worden producten vervaardigd zoals industriële gassen, kleurstoffen, kunstmest, kunststoffen, kunstrubbers en synthetische vezels. Dit segment maakt ook producten op basis van onder meer aardolieproducten, aardgas en minerale stoffen. De overige segmenten maken producten zoals landbouwchemicaliën, verf, reinigingsmiddelen en cosmetica, lijm, kleefmiddelen en etherische oliën.

Algemene prognose

Voor de chemische industrie verwachten wij een productiegroei van 3,2 prodent in 2016 en 3,1 procent in 2017. De branche kampt nog met een relatief zwakke vraag en hevige concurrentie in de eurozone. De branche zal in 2017 nog enig profijt hebben van de relatief lage olieprijs, maar de olieprijs zal ook in 2017 verder stijgen. De groei van de vraag van buiten de eurozone kan een impuls krijgen, aangezien de euro dit jaar zal verzwakken en dat is gunstig voor de export.

  • Groei van de export

    De Nederlandse chemie lijkt succesvol in het vinden van groeimarkten buiten Europa. Dat is gunstig, want de concurrentiekracht in de eurozone staat onder druk. Export blijft een belangrijke aanjager voor groei, vooral naar gebieden buiten de eurozone. Maar daar kampt de branche met twee problemen. Buiten de eurozone (Midden-Oosten) worden chemische producten tegen lagere (energie)kosten gemaakt en dit leidt tot een ongelijk speelveld. Daarnaast zal de relatief sterke euro dit jaar geen impuls geven aan extra groei van de afzet in de niet-eurozone.

  • Impact van trends in olie- en gasprijs is zeer hoog

    De relatie tussen de olieprijs en de afzetprijs in de chemische industrie is zeer sterk, aangezien olie een belangrijke inputfactor vormt in het productieproces. Komend jaar kan de branche nog profiteren van de relatief lage olieprijs, maar de prijs zal gedurende 2017 verder herstellen. Hierdoor zal de afzetprijs ook toenemen. Ongeveer de helft van het totale energieverbruik in de branche bestaat uit gas. En aangezien ABN AMRO verwacht dat de gemiddelde gasprijs in 2017 zal dalen ten opzichte van 2016, zal dit gunstig uitwerken op de marges.

  • Vooral efficiency en kostenbeheersing op de agenda

    De concurrentiepositie van bedrijven in de basischemie is vooral gebaseerd op prijs, want onderscheidend vermogen opbouwen met eindproducten is lastig. De fijnchemische bedrijven hebben hier minder last van, aangezien de eindproducten uit dit segment meer unieke eigenschappen hebben. Voor de bedrijven in de basischemie blijven efficiency en kostenbeheersing dus belangrijke thema’s. Naast procesverbetermethodes zullen ook milieuaspecten, duurzaam produceren, uitputting van hulpbronnen, schaarste van grondstoffen en ‘biobased’ meer aandacht krijgen.

Strategische trends

  • Chemie voorloper in Smart Industry

    De chemie en voedingsmiddelenindustrie plukken als eerste de vruchten van slimme technologie en software. Door slimme sensoren te gebruiken, processen in de hele keten aan elkaar te koppelen en Big Data-analyes uit te voeren, kunnen chemiebedrijven hun productieprocessen verder optimaliseren en voorsorteren naar voorspelbaar onderhoud (predictive of condition based maintenance) en onderhoud op afstand (remote maintenance). Tegelijk brengen de nieuwe technologieën de kans op menselijke fouten in het productieproces omlaag. Lees meer.

  • Van bio-afbreekbare naar herbruikbare chemie en materialen

    Door de veranderende kijk op duurzaamheid en de opkomst van de circulaire economie, groeit de markt voor biogebaseerde chemie en materialen. Afbreekbaarheid is niet langer het streven; de nadruk ligt op herbruikbaarheid en spaarzaam omgaan met fossiele grondstoffen. Naar verwachting kan de nieuwe generatie biokunststoffen (drop-ins) rekenen op een hoge marktacceptatie; ze zijn 100 procent herbruikbaar en machinaal probleemloos te verwerken. Met een hogere olieprijs in aantocht kunnen biogebaseerde chemie en biokunststoffen straks ook op kosten concurreren met fossiele grondstoffen. Lees meer.

  • Nederlandse investeringen in biogebaseerde chemie lopen achter

    Brancheorganisatie European Bioplastics voorspelt dat de wereldwijde productiecapaciteit van biokunststoffen zal toenemen van 1,7 miljoen ton in 2014 tot zo’n 7,8 miljoen ton in 2019. Vanaf 2017  versnelt de groei naar verwachting enorm. Grote bedrijven lopen voorop. IKEA wil bijvoorbeeld dat alle kunststoffen in zijn producten in 2020 voor 100 procent uit gerecyclde grondstoffen of biomassa bestaan. De Nederlandse chemie moet wel aan de bak. De Topsector streeft naar 15 procent biobased en 10 procent gerecyclede grondstoffen in 2030. Maar de meeste bio-investeringen vinden nu nog buiten Europa plaats.

Ondernemer aan het woord

Willem van Gerresheim, DGA van ADDAPT Chemicals  

 

’Markt biologische afbreekbare additieven groeit heel sterk´

‘We maken additieven voor verfstoffen, drukinkten, kleefstoffen en smeermiddelen. Het zijn ‘specialties’ die de eigenschappen van de producten waaraan ze worden toegevoegd, sterk verbeteren. Denk aan betere vloei, hechting, anti-corrosie. Voor de voedingsindustrie maken we anti-schuimmiddelen, die bijvoorbeeld gebruikt worden in wasstraten voor aardappels. Van onze productie gaat 95% naar zeventig landen buiten de Benelux. Al onze additieven worden vooral gemaakt op waterbasis, en zijn vaak biologisch afbreekbaar. Dat vergt behoorlijke investeringen in onderzoek en ontwikkeling. De markt voor dit soort additieven groeit wereldwijd sterk, onder druk van consumenten en overheid. Nederland is een koploper, en stelt steeds strengere milieu-eisen, maar ook in BRIC-landen, met name India en China gaan ze steeds verder.’ Willem van Gerresheim, DGA van ADDAPT Chemicals ziet ook de rest van de wereld in deze richting bewegen. ‘De groei van de verfindustrie gaat hard: in Europa houdt die gelijke tred met de groei van het BBP.’

Is de kwaliteit van professionele verfsystemen op waterbasis al net zo hoog als de systemen die met oplosmiddelen geproduceerd worden?

‘De kwaliteit is héél hoog, maar nog niet op hetzelfde niveau. De ontwikkeling is een soort processie van Echternach: twee stappen voorwaarts, en één stap achterwaarts. Ik schat dat de kwaliteit van professionele verfsystemen op waterbasis nu ongeveer op 75 tot 80 procent van het niveau zitten van verf met oplosmiddelen. Het onderzoek gaat door, er worden nog steeds vorderingen gemaakt. China heeft de laatste anderhalf  jaar de druk op verffabrikanten enorm opgevoerd om producten op waterbasis te maken, en zo min mogelijk met oplosmiddelen. In India zit veel kennis, niet voor niets heeft AkzoNobel ook dáár een research centrum opgezet. Het is een uiterst belangrijke ontwikkeling, want dat oplosmiddelen erg slecht zijn voor de  gezondheid van de mensen die ermee werken, is onomstotelijk bewezen. Soms gaan ontwikkelingen ook heel snel: de producten met additieven op waterbasis die nu in moderne auto’s gebruikt worden, hebben een veel hogere kwaliteit dan wat er jaren geleden op de markt was.’

U bouwt een nieuwe fabriek in Helmond, met de meest moderne automatiseringssystemen.

‘Klopt. De aanleiding is een minder mooie: augustus 2015 is onze productiefaciliteit geheel afgebrand. Bij de wederopbouw op een andere locatie hebben we gekozen voor de meest moderne productiesystemen. En die nieuwe generatie werkt onvergelijkbaar veel zuiniger en efficiënter. Er is veel meer overzicht en inzicht. We hadden al goede geautomatiseerde systemen, maar het laat zien hóe snel de ontwikkelingen gaan. Het is de procesbesturing die beter wordt, de hardware – potten en pannen – heeft zich niet veel verder ontwikkeld, hoewel ook daar interessante ontwikkelingen te verwachten zijn.’

Maakt al die nieuwe technologie het productieproces ook nog milieuvriendelijker?

‘Jazeker. Als je menselijke fouten steeds meer kunt uitsluiten, dan produceer je ook nooit of bijna nooit meer batches die niet aan de ISO-normen voldoen. Een afgekeurde partij additieven kun je niet aan je klanten leveren, je moet ze dan wél als vuil verwerken. Dus naarmate de productie perfecter is, daalt de milieudruk. Met nagenoeg feilloze procesbesturing kun je bijvoorbeeld ook voorkomen dat twee producten elkaar besmetten. Dat scheelt wederom onkosten en milieubelasting. En, voor onze medewerkers héél belangrijk: de nieuwste technologie komt óók ten goede aan de veiligheid van de werkomgeving.’

Casper Burgering werkt als sector econoom bij het Economisch Bureau van ABN AMRO. Hij is verantwoordelijk voor de economische analyses over de industrie. David Kemps is Sector Banker Industrie bij ABN AMRO. Als Sector Banker ligt zijn focus op de strategie en bedrijfsvoering in de sector.