Kunstmestindustrie moet z’n stinkende best blijven doen met CO2 reductie

door: Casper Burgering

Geen voedselvoorziening zonder meststoffen. De uitstoot van broeikasgassen (BKG) bij de productie van meststoffen is echter groot. En naarmate de wereldbevolking groeit, moeten we meer ondernemen om in al dat voedsel te blijven voorzien. Dit zorgt ervoor dat het decarboniseren – de reductie van BKG – in de kunstmestindustrie belangrijk blijft. Sterker nog, het wordt waarschijnlijk de meest bepalende factor voor toekomstig zakelijk succes. En dat geldt voor meer sectoren.

Kunstmestindustrie en energie

De kunstmestindustrie maakt een keur aan mestproducten. Uiteindelijk is de hele kunstmestindustrie volgens het Centraal Bureau voor de Statistieken (CBS) verantwoordelijk voor zo’n 2-3% van het totale energieverbruik van eindgebruikers in Nederland. Dit is een significant aandeel, mede gezien de kleinschaligheid van onze kunstmestindustrie. Volgens milieuadviseur CE Delft maakt de ammoniakproductie ongeveer tweederde uit van de totale productiewaarde van de kunstmestindustrie. Ammoniak is een belangrijke bouwsteen voor kunstmest. En juist deze ammoniakproductie is erg energie-intensief en dus een grote bron van CO2-uitstoot.

De roep om meer duurzaamheidsinitiatieven in de kunstmestindustrie is door de jaren heen luider geworden. De kunstmestindustrie heeft hierin inmiddels al flinke stappen gemaakt. Het ultieme doel is uiteindelijke om de negatieve impact die wij hebben op het milieu en ons klimaat tot het absolute minimum te reduceren. Daar moet iedereen in elke waardeketen in mee gaan. Van boer tot handel en distributie tot retailer en ook eindgebruikers.

Goede bedrijfsburger

‘Staying ahead of the curve’. Voor een bedrijfsstrategie is dit natuurlijk een open deur. Het is bijna de enige manier om onderscheidend te blijven en waarde te creëren voor klanten. Maar de aard van deze curve heeft een u-turn gemaakt, ten faveure van milieu en klimaat. Om voorop te blijven staat bij veel bedrijven tegenwoordig een dichtgetimmerde decarbonisatiestrategie prominenter op de voorgrond. Het is de nieuwe (en bijna enige juiste) manier van differentiëren van het bedrijf en om de hele organisatie te positioneren als een goede bedrijfsburger. Je kunt het niet meer permitteren om hierop achter te blijven.

Want tegenwoordig kijken zowel beleggers, klanten als financiers met veel meer belangstelling naar de decarbonisatie-initiatieven van bedrijven. Dit betekent dat het niet op tijd decarboniseren van de processen risico’s kan opleveren. Het bedrijf veroudert of wordt zelfs irrelevant voor diezelfde speculanten, afnemers en geldschieters. En zodra een bedrijf zijn klanten verliest aan een concurrent, is het moeilijker om ze terug te winnen. Bedrijven moeten dus actief op zoek gaan naar decarbonisatie-opties. Tegelijkertijd is het zaak om op de hoogte te blijven van opkomende CO2 reductietechnologieën en -oplossingen.

De urgentie van het verminderen van de CO2 emissies blijft hoog. Ook voor de kunstmestindustrie. Want ondanks alle initiatieven om de milieu-impact te minimaliseren in deze industrie, blijft het net-zero doel een lastige en complexe opgave. En dan is het goed om een up-to-date decarbonisatieplan te hebben met een duidelijke visie over het emissiereductiepad om maximale tractie te houden.

Deze column heeft op 12 juli in de Financiele Telegraaf gestaan onder de titel ‘kunstmestsector moet stinkende best doen met CO2-reductie’