Na handelsoorlog volgt strijd tegen overcapaciteit

door: Casper Burgering

Wie herinnert zich niet 1 maart 2018? De dag waarop president Trump zijn befaamde importtarieven aankondigde op staal en aluminium. Het bleek een maatregel uit veiligheidsoverwegingen om vooral de eigen industrie tegen oneerlijke concurrentie beschermen. Het was het startschot van een lange handelsoorlog. Nu, ruim 3 jaar later lijkt het einde van die handelsoorlog nabij en wordt het kernprobleem van overcapaciteit aangepakt.

Opschorten

Recentelijk nog heeft de Europese Commissie (EC) een geplande verdubbeling van importheffingen op een reeks van Amerikaanse goederen – zoals whiskey, motorboten, lippenstift, sportschoenen en motoren – opgeschort. Een gebaar van goede wil. De handreiking helpt namelijk om de vete tussen de twee landen te sussen.

De bestaande tarieven blijven echter nog even in stand. Zo handhaaft de VS hun importtarieven van 25% op staal en 10% op aluminium. Die zijn ook van toepassing op invoer uit onder meer China, India, Noorwegen, Rusland, Zwitserland, Turkije, Japan en Zuid-Korea. Maar wel is afgesproken tussen de EU en de VS om alle aanstaande tariefswijzigingen ongemoeid te laten om een meer constructieve sfeer tussen de twee kampen te kunnen garanderen.

Eerst maar eens even praten dus. Met name over de marktverstorende overcapaciteit in de wereldwijde staal- en aluminiumindustrie. Dit is de bron van al het kwaad en is al jaren een doorn in het oog. Ze hebben er zin in, want EU-handelschef Valdis Dombrovskis zei onlangs nog dat de problemen aan het einde van dit jaar opgelost moeten zijn. Dit is wel heel erg ambitieus.

De baas van United Steelworkers in de VS, Tom Conway, ging er in ieder geval alvast met gestrekt been in. “Wij zijn vastbesloten om elke oplossing voor de bestaande problemen te vermijden die de kracht van onze industrie en de kansen die aan Amerikaanse werknemers worden geboden, ondermijnt.” Het geeft maar weer eens aan dat de belangen groot zijn.

Overcapaciteit

Het lijkt er echter op dat de VS en Europa weer wat meer vriendjes worden na het turbulente Trump-tijdperk. In een gezamenlijke verklaring stelden de bondgenoten dat ze gedeelde zorgen aan willen pakken “en landen als China die een marktverstorend beleid hebben ter verantwoording willen roepen.” Grote woorden vragen om grote daden.

Het terugdringen van de overcapaciteit is echter geen sinecure. Het gaat dan vaak om het sluiten van overbodige fabrieken. Dit is een besluit dat niet zomaar wordt genomen. Zeker niet als dat ten koste gaat van het vaste personeel. Daar zijn niet alleen veel kosten aan verbonden, maar stuit op de nodige maatschappelijke weerstand en brengt veel sociale onrust.

Consolidatie is een andere oplossingsrichting om de overcapaciteit te beteugelen. Het levert potentieel kostenreductie en efficiency op. Maar omdat de EC geen voorstander is van machtsblokken, zal die consolidatieslag meer plaats moeten vinden in het middensegment. Hier is de schaal echter relatief klein en dat betekent dat het tempo van de capaciteitsreductie laag ligt.

Tot slot kan ook zijn dat de Covid-19-naschok nog een hap neemt uit de bestaande capaciteit. De kans hierop lijkt echter klein, gezien de mondiale economische stimuleringsprogramma’s van veel landen en de monetaire steun van centrale banken. Zombiebedrijven worden daarmee in leven gehouden. Mijn conclusie is dat overcapaciteit voorlopig nog als een molensteen om de nek van de staal- en aluminium sector blijft hangen.

Deze column heeft op 3 juni 2021 in het vakblad Vraag & Aanbod gestaan.