Mogelijke Iran deal zet druk op olieprijzen

door: Hans van Cleef

  • Het positieve momentum van de olieprijs test technische weerstand
  • Dreiging van stijging olieaanbod vanuit OPEC+ én Iran beperkt het opwaarts prijspotentieel
  • Verschillen in de forward curves tussen Chinese en westerse benchmarks
  • Gasprijzen vinden steun door lage voorraden, maar beleggers positioneren zich voor een prijscorrectie
260521-Energiemonitor-mei-NL.pdf (340 KB)
Download

Olieprijs zet stijging niet door

Afgelopen week steeg de Brent olieprijs naar het weerstandsniveau rond de USD 70/vat. Het afbouwen van de lockdowns in Europa en het bereiken van de covid-19 piek van besmettingen in India waardoor de Indiase economie weer kan herstellen, zorgde voor positieve verwachtingen ten aanzien van de vraag naar olie. Toch zette de stijging niet door. Met name het nieuws dat Iran mogelijk dicht bij een akkoord zou zijn ten aanzien van het opnieuw leven inblazen van het 2015 nucleaire akkoord, leidde tot winstnemingen.

Op de Iraanse staatstelevisie zou president Rouhani gezegd hebben dat de belangrijkste twistpunten, waaronder het opheffen van de Amerikaanse sancties tegen Iran, zouden zijn opgelost. Het zou nu nog vooral wachten zijn op de uitwerking en het oplossen van meningsverschillen over enkele resterende punten. Wel werden de verwachtingen getemperd door de Amerikaanse Secretary of State Blinken toen hij zei dat er geen indicatie is dat Iran zich zal gaan houden aan de gemaakte afspraken ten aanzien van hun nucleaire programma. Hoewel beleggers een deel van hun long-positie (speculatie op prijsstijgingen) van de hand deden, bleef de prijsdaling ook beperkt. Al met al bleef de Brent olieprijs daarom schommelen tussen de USD 65-70/vat.

Toch is de mogelijke extra olieproductie iets dat bij de rest van de OPEC-gerelateerde olieproducenten én hun partners (gezamenlijk OPEC+) iets dat met argusogen wordt bekeken. OPEC+ is er het afgelopen jaar in geslaagd de olieproductie dusdanig te verlagen dat vraag en aanbod in balans kwamen. Sterker, door het aanbod iets langzamer te laten stijgen dan de vraag na    ar olie, normaliseerden de wereldwijde olievoorraden. Hierbij was speciale aandacht voor de olievoorraden in de VS. Dit balanceren van de markt werd bemoeilijkt doordat niet iedereen zich even netjes aan de afspraken hield. Daarnaast verraste Libië – net als Iran ook OPEC lid, maar geen onderdeel van de OPEC+ – afspraken – met een grote stijging van haar olieproductie én -export. Indien ook Iran weer ruimte claimt op de markt door de olie-export te hervatten, gaat dat ten koste van eerder gewonnen marktaandeel van de OPEC+ leden. Dit kan, tenzij weer opgevangen door OPEC+, leiden tot extra aanbod van olie op de markt. Hierdoor zou nieuwe druk op de olieprijzen kunnen ontstaan. Dit is een scenario dat past binnen onze huidige olieprijsramingen.

Verschillen in de forward curves

Een opvallende ontwikkeling vindt plaats in de forward curves (serie prijzen voor levering van olie op een later tijdstip). Zowel de Brent als de WTI forward curves zijn in backwardation. Dit houdt in dat de prijzen voor levering op korte termijn hoger zijn dan die van levering op langere termijn. De voornaamste reden hiervoor is dat de prijs momenteel kunstmatig hooggehouden wordt door de productieverlagingen van de OPEC+ en de marktspeculatie op het verder aantrekken van de vraag naar olie. Eerder gaven wij al aan dat er geen fundamentele reden is voor een backwardation, gezien de ruime voorraden en de reserve productiecapaciteit in de markt. Het opvallende is dat de forward curve van de Chinese oliebenchmark – de Shanghai crude oil future – een vlakke tot licht stijgende trend laat zien (contango).

De meest logische verklaring voor de afwijking tussen de forward curves van Brent/WTI en de Shanghai Crude benchmarks, ligt volgens ons toch in het mogelijk beschikbaar komen van olie uit Iran. Momenteel gaat de olie die Iran nog wel exporteert naar China. Op het moment dat de markt voor Iran weer opent, en er andere afnemers gevonden kunnen worden, zal de inkoopprijs van Iraanse olie voor China hoger worden. Dit komt doordat de grote korting die China momenteel krijgt op het kopen van olie van het onder Amerikaanse sancties vallende land waarschijnlijk komen te vervallen.

Lage gasvoorraden houden gasprijzen nog steeds hoog

De gasprijzen zijn nog steeds relatief hoog. Dit geldt niet alleen voor de gasprijzen in Europa (TTF en NBP), maar ook in de VS (Henry Hub) en in Azië (in de vorm van Japan-Korea LNG). Al eerder wezen wij op de strenge winter die zorgde voor meer vraag naar gas voor het warm stoken van onze huizen. Daarnaast liep de gasprijs op als gevolg van meer vraag naar gas. Door een snel oplopende CO2-prijs werden kolencentrales minder rendabel en het produceren van elektriciteit overgenomen door de minder vervuilende gascentrales. De prijs van LNG bleef ook hoog omdat de vraag naar vloeibaar gas niet alleen in Europa hoog was, maar ook in Azië. Het typische kenmerk van LNG is dat het meestal gaat naar dat deel van de wereld dat de hoogste prijs betaald. Daarin onderscheidt het zich van pijplijn-gas, waarbij de afnemer vast staat.

In bovenstaande grafieken kunnen we zien dat de Nederlandse gasvoorraden in de maand mei wel stabiliseerden, maar nog steeds niet aan een herstel zijn begonnen. Op Europees niveau is zo’n herstel wel begonnen, maar staan we evengoed nog op het laagste niveau in jaren. Nu de temperatuur de komende weken zich zal verbeteren ligt het in de lijn van de verwachting dat de voorraden verder zullen aantrekken en er langzaam meer kansen ontstaan voor prijsdalingen.

Deze fundamentele analyse heeft zich ook vertaald naar de marktpositionering van hedgefondsen. Daar waar de netto positie tussen november en maart positief was (meer speculatie op prijsstijgingen dan op -dalingen), is de netto positie inmiddels duidelijk weer gedraaid naar de ‘natuurlijke’ verhouding, anticiperend op prijsdalingen. De verwachte voorraadopbouw en het mildere voorjaars-/zomerweer zijn hierin de voornaamste redenen.

Toch moeten we alert blijven op weerspatronen die deze prijscorrectie kunnen beïnvloeden. De laatste jaren neemt de consumptie van elektriciteit toe op momenten dat de temperatuur juist bovengemiddeld hoog is. Dit is het gevolg van airconditioning. Als gevolg hiervan kan het ‘normale’ zomer/winter-seizoenspattroon verstoord worden, en de vraag naar gas opnieuw bovengemiddeld groot zijn. Zeker op het moment dat de voorraden nog niet zijn aangevuld, kan het opwaartse prijseffect stevig zijn. Daarnaast staat de ontwikkeling van de CO2-prijs inmiddels goed op de radar bij beleggers en andere marktpartijen. Een verder stijgende CO2-prijs kan de vraag naar gas verder doen toenemen als vervanging van kolen in de elektriciteitsmix. Een (verwachting van een) stijgende gasprijs kan het aantal short-posities doen afnemen.