De week van TONK, investeringen, auto’s en inhaalgroei

door: Nora Neuteboom , Philip Bokeloh , Piet Rietman , Jan-Paul van de Kerke , Gerarda Westerhuis

  • De TONK-regeling is mislukt
  • Wat is het moment dat de investeringen weer aantrekken?
  • Lagere omzet auto-importeurs
  • Winkels zien inhaalgroei, maar voor horeca is de heropening een doekje voor het bloeden
210506-NL-Weekly-De-week-van-TONK-investeringen-autos-en-inhaalgroei.pdf (303 KB)
Download

De TONK-regeling is mislukt

Begin maart zeiden we dat de TONK-regeling niet zoveel voorstelt, omdat er te weinig geld voor gereserveerd is en omdat de gemeenten het uitvoeren, zodat er mogelijk geld op de plank blijft liggen.

De Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten wordt toegekend aan diegenen die door de coronamaatregelen niet in staat zijn om huur, hypotheek of andere vaste lasten te betalen. Zowel ondernemers, zzp’ers, werknemers als werkzoekenden zouden de TONK moeten kunnen aanvragen. Daarmee is deze regeling een vreemde eend in de bijt: huishoudens krijgen rechtstreekse inkomenssteun, in plaats van indirecte steun zoals bij de NOW.

Nu blijkt inderdaad dat een groot deel van het gereserveerde geld op de plank blijft liggen. Het kabinet wijst hiervoor naar schaamte bij de aanvragers en naar de inzet van gemeenten. De vraag is echter waarom het Rijk een belangrijke taak laat uitvoeren door een bestuurslaag die al jaren geld tekort komt om haar uitvoeringstaken goed te kunnen doen. De financiële reserves van de helft van de gemeenten dalen al vijf jaar. Met een gezamenlijk tekort van EUR 3,5 mld overschrijden gemeenten het maximaal toegestane EMU-saldo met EUR 1,2 mld. Gemeenten hebben steeds minder instrumenten voor steeds meer doelen. Bij een verlenging van de TONK na 1 juli, waarover wij eind mei een positief besluit verwachten, zal het voor de TONK gereserveerde bedrag niet alsnog bij bij huishoudens belanden.

Om klaar te zijn voor een volgende crisis zouden gemeenten meer financiële autonomie en slagkracht moeten krijgen. Het alternatief is dat het Rijk een plan klaar heeft liggen om zelf snel en efficiënt rechtstreekse inkomenssteun aan huishoudens te geven.

Rechtstreekse steun heeft namelijk voordelen die indirecte steun, zoals de NOW, niet heeft. Indirecte programma’s, die in deze crisis wel snel en efficiënt konden worden georganiseerd, hebben de werkloosheid en faillissementen laag gehouden op een manier die dragelijk was voor de staatskas. Zulke programma’s lijken er echter ook voor te zorgen dat de langjarige trend van de loongroei structureel lager komt te liggen, onder andere doordat indirecte steunprogramma’s de onderhandelingspositie van werknemers hebben verzwakt. Flexibele contractvormen – en daarmee laagbetaalde arbeid – worden minder goed beschermd door zulke programma’s dan de klassieke middenklassebaan, waardoor van baan wisselen vaker een beweging richting een lager loon betekent.

Rechtstreekse steun zoals een omvangrijke en goed uitgevoerde TONK kan juist, naast ondernemers en zzp’ers de crisis doorhelpen, voorkomen dat de positie van werknemers en werkzoekenden structureel verzwakt. Wie niet in geldnood zit, neemt minder snel genoegen met een te laag (start)salaris. Dit is een effect van rechtstreekse steun dat nog jaren zichtbaar kan zijn in de totale inkomensgroei van huishoudens. (Piet Rietman)

Wat is het moment dat de investeringen weer aantrekken?

Dat de economie dit jaar een positieve groei laat zien is geen gedurfde uitspraak. In een aantrekkende economie zullen in de regel ook de investeringen toenemen. Bedrijven zien hun afzet positief ontwikkeling en zullen daarom hun productiecapaciteit willen uitbreiden. Wat de precieze timing is en hoe groot de toename van de investeringen in 2021 zal zijn is lastiger te ramen. De Bank Lending survey (BLS), een enquête uitgevoerd door de Europese Centrale Bank (ECB), geeft in inkijkje in de financieringsvraagstukken van bedrijven.

Twee onderwerpen uit deze enquête zijn met name interessant; de kredietstandaarden en de vraag naar kredieten die banken voorzien. In de grafiek hieronder zijn de gemiddelde uitkomsten van deze twee deelvragen voor Nederland weergegeven.

De kredietstandaarden in Nederland zijn sinds de uitbraak van de pandemie verhoogd. Banken zijn gedurende 2020 dus gemiddeld strenger geworden met het uitgeven van nieuwe financiering. Dezelfde trend was zichtbaar in de Eurozone. Echter, eind-2020 worden de kredietstandaarden alweer soepeler; een positief signaal voor investeringen.

De vraag naar leningen laat een vergelijkbaar beeld zien, maar lijkt zich wat grilliger te ontwikkelen In het jaar 2020 nam de vraag naar kredieten gemiddeld af, en werd eind 2020 zelfs negatief. Maar de bodem is bereikt en begin 2021 lijkt een keerpunt te zijn.

Kortom, bedrijven investeren nog niet massaal, maar de toegang tot financiering lijkt wel gemakkelijker te worden. Bedrijven nemen dus middels investeringen nog geen voorschot op het herstel in de tweede helft van 2021, dat moment zal naar alle waarschijnlijkheid later in het jaar komen. (Jan-Paul van de Kerke)

Lagere omzet auto-importeurs

In het eerste kwartaal is de omzet van auto-importeurs met 35% gedaald ten opzichte van het voorgaande kwartaal en met 7,2% vergeleken met het eerste kwartaal van 2020. Nu zijn weinig indicatoren zo volatiel als de autoverkopen, en daaraan gekoppeld de invoer van auto’s. Maar bij een dusdanig sterke omzetdaling vanaf een al laag niveau is er toch wel iets bijzonders aan de hand.

Traditioneel schommelen de autoverkopen gedurende het jaar sterk. Een nieuwe auto is een forse uitgave, dus een belastingwijziging kan een groot verschil uitmaken in de aankoopprijs. Elk jaar voert de fiscus belastingwijzigingen door, bijvoorbeeld om de verkoop van energiezuinige auto’s te stimuleren. Als gevolg hiervan zijn er in januari vaak grote uitslagen van het aantal transacties. Hoewel het met de belastingwijzigingen dit jaar wel meeviel, was er opnieuw een flink omzetverschil tussen het eerste kwartaal van dit jaar en het laatste kwartaal van vorig jaar.

De omzet van de importeurs staat inmiddels op een wel heel erg laag pitje. Een reden voor de lage omzet is dat dealers al over aanzienlijke voorraden beschikken. Eerder hebben zij flink auto’s ingeslagen en daarom plaatsen zij nu minder bestellingen. Hier komt bij dat particulieren in deze onzekere coronatijden steeds vaker een occasion verkiezen. Tot slot nemen ondernemingen minder leaseauto’s af vanwege de verschuiving naar thuis werken en verduurzaming van de bedrijfsvoering.

En dan dient het volgende euvel zich alweer aan voor de auto-importeurs: strubbelingen bij de autofabrikanten. Die kampen met een fiks tekort aan microchips, waardoor de productie hapert. Auto’s zitten er vol mee. De vraag naar microchips is toegenomen door de verschuiving naar thuis werken, online winkelen en de uitrol van 5G. Verder doen ook de geopolitieke spanningen met China een duit in het zakje. Uit voorzorg voor mogelijke aanscherpingen van de handelssancties slaan bedrijven alvast cruciale productieonderdelen in. Met een voorraad microchips achter de hand hopen zij hun productiecontinuïteit te waarborgen.

Door de scherpe toename van de vraag naar microchips en de trage reactie daarop vanuit het aanbod, deels vanwege tegenslagen als brand en energiestoringen bij de productie ervan, beginnen langzamerhand ook andere sectoren last te ondervinden van het tekort aan microchips. De auto-industrie fungeert op dit moment als de spreekwoordelijke kanarie in de kolenmijn. (Philip Bokeloh)

Winkels zien inhaalgroei afgelopen week; voor de horeca zijn de versoepelingen slechts een doekje voor het bloeden

De economie gaat langzaam weer open. Vanaf 28 april kunnen consumenten weer op het terras zitten en ook niet-essentiële winkels mogen onder voorwaarden klanten ontvangen zonder winkelafspraak. Onze transactiedata[1] laten zien dat de versoepelingen hebben gezorgd voor een opleving van de consumptie in winkels en in de horeca. Beide categorieën zagen circa 65% meer pinbestedingen dan de week ervoor.[2] Vooral de kroegen deden het goed; zij zagen circa 125% meer pinbestedingen dan de week ervoor. Tijdens de verplichte sluiting hadden kroegen in vergelijking tot andere horecaondernemingen slechts beperkte mogelijkheden, bijvoorbeeld in de vorm van food/drink walks, de omzet op peil te houden.

Maar zowel de niet-essentiële winkels als de horeca kampen nog met restricties. Zo mag de horeca tussen 12:00 en 18:00 uur maximaal 50 gasten bedienen op het terras  . Ook voor winkels geldt een voorwaarde voor het maximaal aantal bezoekers. In de horeca is deze restrictie duidelijk terug te zien in de totale bestedingen; vergeleken met dezelfde week in 2019 liggen de totale bestedingen bij de horeca nog circa 40% lager. Wel liggen de bestedingen een stuk hoger dan in dezelfde week in 2020 (+115%) tijdens de eerste lockdown.

Voor de niet-essentiële winkels is een ander patroon zichtbaar; daar lagen de pinbestedingen circa 19% hoger dan in een vergelijkbare week in 2019[3].Tijdens de coronapandemie kregen fysieke winkels steeds meer concurrentie van onlinekanalen. In onze eerdere prognoses spraken we echter de verwachting uit dat na de lange lockdown een deel van de consumenten het fijn zal vinden om weer te kunnen ‘funshoppen’ in fysieke winkels. Het lijkt er inderdaad op dat de consument een gedeelte van de uitgestelde aankopen inhaalt nu de winkels weer volledig open zijn. Zo werd er 88% meer besteed aan kleding, 85% meer aan sportkleding, 91% meer aan elektronica en 94% meer aan meubels dan de week ervoor. We zien dit ook terug in de drukke winkelstraten en lange wachtrijen voor winkels van afgelopen week. We verwachten wel dat de forse stijgingen weer wat afvlakken zodra in de eerste behoeftes is voorzien.

De extra bestedingen op de terrassen ging gedeeltelijk ten koste van de online bestellingen bij de afhaal- en bezorgdiensten van restaurants (-9% ten opzicht van De week ervoor). Jaar op jaar zitten de onlinebestellingen bij restaurants en fastfood overigens nog flink in de plus. Consumenten besteedden nog steeds circa anderhalf keer zoveel aan afhaal- en bezorgdiensten dan in 2019.

Al met al zien we dat de consumptie in de lift zit sinds begin maart van dit jaar, toen de eerste versoepelingen werden doorgevoerd en het uitoefenen van contactberoepen weer mogelijk werd. In maart en april 2021 liggen de totale bestedingen ruim 30% hoger dan in de vergelijkbare maanden in 2020. Sectoren die nog achterblijven zijn entertainment (- 60%, in vergelijking met 2019) en reizen (-50%, in vergelijking met 2019). Naar verwachting zullen de consumptieve bestedingen jaar-op-jaar in maart, april en mei van 2021 sterk positief zijn. (Nora Neuteboom en Gerarda Westerhuis)

 

[1] Transactiedata van ABN AMRO pashouders; we meten pintransacties, creditcard en online (iDEAL)

[2] We hebben 28 april t/m 3 mei vergeleken met 2 april t/m 27 april

[3] gecorrigeerd voor feestdagen