De grote sprongen voorwaarts van China

door: Casper Burgering

China onthulde in 2017 een plan om tegen 2025 bijna zelfvoorzienend te zijn in een reeks van belangrijke technologische industrieën – van vliegtuigen tot computerchips tot elektrische auto’s. Toen vervolgens de handelsoorlog met de VS in maart 2018 uitbrak, werd voor China deze zelfvoorzienende strategie alleen maar urgenter. Het land heeft al veel bereikt en met nog vier jaar voor de boeg is het doel binnen bereik. En het gaat allang niet meer over tech alleen.

Alleenheerser China

Zelfvoorzienend betekent voor China dat het land in zijn economische ontwikkeling niet afhankelijk wil zijn van het westen. Grondstoffen spelen hierin een voorname rol en de overzeese investeringen in grondstofmarkten is de laatste jaren enorm gegroeid. Het in maart 2015 officieel gelanceerde Belt & Road Initiative (BRI) van China moet alles vereenvoudigen. De BRI draait om de intensievere samenwerking tussen Afrika-Eurazië en vooral de versteviging van de infrastructurele verbinding tussen de landen.

Nicholas Hildyard – van adviesbureau The Corner House – vatte ‘het waarom’ achter BRI treffend samen: “Afstanden zijn van belang want tijd is van belang. En tijd is belangrijk, want hoe sneller grondstoffen van A naar B komen, hoe groter de winst. Het antwoord? Mega-infrastructurele corridors.”

Zevenmijlslaarzen

Inmiddels zijn al grote stappen gezet. Zo gingen de ontwikkelingen in China op het gebied van kunstmatige intelligentie, robotica en big data al razendsnel. Maar ook drukte China steeds steviger zijn stempel op veel grondstofmarkten.

Sinds 2001 is het aandeel van China in de mondiale consumptie en productie van geraffineerde basis- en ijzerhoudende metalen inmiddels opgelopen tot ruim 50%. Het land ontbeert echter de ertsen, zoals koper- en nikkel- en ijzererts. Daarom hebben ze veel directe buitenlandse investeringen gedaan en belangen opgebouwd in internationale mijnbouwprojecten (m.n. in Afrika).

Ook in zeldzame aardmetalen is China heer en meester. Deze metalen zijn cruciaal voor de productie van defensiematerieel, GPS-apparatuur, elektrische auto’s, consumentenelektronica en voor de energietransitie. China is hierin al enige jaren monopolist en zal dat voorlopig blijven. Een doorn in het oog van de VS, de EU en Japan.

Ook op agrarisch gebied timmert China stevig aan de weg. Volgens het China Agricultural Sector Development Report van 25 mei is het vrijwel zeker dat het land zelfvoorzienend wordt in tarwe en rijst tegen 2025. De verwachting is dat voor sojabonen en mais het land afhankelijk blijft van de import, ondanks de jaarlijkse stevige groei in de binnenlandse productie. En zo investeert China ondertussen in West-Afrika (o.a. Sierra Leone) in grote industriële vishavens. Allemaal om de voedselzekerheid te kunnen garanderen.

Het ultieme doel voor 2025 lijkt China te gaan halen. Op de lange termijn is haar zelfvoorzienende strategie geen productieve oplossing. Want de verwevenheid van economieën is door de globalisering inmiddels groot. Het maakt van het ontvlechten een complexe vraagstuk. Een land dat zich verder isoleert gaat vooral voor eigenbelang. Daarmee maakt het van zichzelf een minder interessante of betrouwbare handelspartner en vist het op den duur toch achter het net.

Deze column heeft op 31 mei 2021 in de Financiele Telegraaf gestaan onder de titel ‘De grote sprongen voorwaarts van China’