Angst regeert in grondstofmarkten

door: Casper Burgering

Het is in een post-Covid-19-tijdperk een invloedrijker fenomeen geworden: de fear-of-missing-out (kortweg FOMO). De angst om iets te missen leverde al veel sociale stress op bij veel tieners en vroeg twintigers, maar het heeft inmiddels ook veel financiële markten bereikt. Het zorgt voor hogere prijzen voor aandelen, bitcoins, huizen en grondstoffen. Maar speculanten in grondstofmarkten zitten tegelijkertijd ook in de piepzak en zijn hypernerveus. Bij elk gerucht van slecht economisch nieuws neemt de angst toe en dalen terstond de prijzen.

In MoneyWeek stelt Greg Davies, een gedragsexpert bij Oxford Risk, dat het allemaal geen toeval is. Want zodra het stressniveau hoger is – zoals momenteel het geval is in grondstofmarkten – gaat de emotie in de besluitvorming van veel speculanten de overhand krijgen. De kortere tijdshorizon krijgt dan de overhand in de beslissing en een langetermijnvisie blijft uit het zicht.

Onderbuikgevoel en grondstofmarkten

Speculanten zijn vaak niet vies van enig risico. Soms doen ze dan beleggingen puur op basis van emotie en onderbuikgevoel. De irrationaliteit viert dan hoogtij. En dit kan zomaar ingegeven worden door de angst om iets te missen. Sinds het vroeg economisch herstel in China is dit FOMO-zaadje eigenlijk al gelegd. Toen vervolgens de zeer ruime economische en monetaire steunpakketten van overheden en centrale banken wereldwijd bekend werden, ging het hek pas echt van de dam. Ook in grondstofmarkten.

De lage rente heeft een overvloed aan liquiditeit tot gevolg. En dat geld is op zoek naar enig rendement. Daarnaast zijn beleidsmakers bereid om forse economische noodsteun scheutig in te zetten richting alle relevante economische sectoren. In deze sfeer werden grondstoffen zowel fysiek als op papier erg populair. De prijzen in veel grondstofmarkten stegen daardoor als een malle.

Scherpe prijsstijgingen

Er zijn echter ook enkele grondstofmarkten met fundamentele redenen voor hogere prijzen. Zo heeft de maïsmarkt te maken met sterke importvraag vanuit China en er zijn zorgen over de oogsten in Brazilië en de VS. Het stuwt de prijs naar recordhoogtes. Maar dan nog: is dan een prijsstijging van ruim 30% dit jaar te rechtvaardigen? Het is naar mijn idee te ver doorgeschoten. Want ondanks de minder dan ideale omstandigheden voor de oogst, zal de productie dit seizoen volgens de International Grains Council (IGC) tot een nieuwe piek stijgen.

Ook in basismetaalmarkten schieten de prijzen omhoog, met name in de koper- en de aluminiummarkt. Daar zijn de prijzen dit jaar al met 30-35% gestegen. Natuurlijk profiteren deze grondstofmarkten ook van de stevig aantrekkende economische activiteit en ook de lagere beschikbaarheid van ertsen. Maar momenteel is er echt nog geen tekort aan ertsen en basismetaal te bespeuren. Bovendien zijn de voorraden in Londen en Shanghai nog relatief hoog. De basismetaalmarkten worden gehypet door de mogelijke extra vraag naar metalen voor de energietransitie. Maar zolang daar geen duidelijk en specifiek overheidsbeleid aan ten grondslag ligt, blijft het speculeren.

In tijden van woeste prijsschommelingen in grondstofmarkten is het moeilijk schipperen voor veel bedrijven. De enige reddingsboei hierbij is om in het achterhoofd te houden dat angst een heel slechte raadgever is.

Deze column heeft op 17 mei in de Financiele Telegraaf gestaan onder de titel ‘angst regeert de grondstofmarkten’