De week van consumentenvertrouwen, lonen en regels

door: Jan-Paul van de Kerke , Piet Rietman , Philip Bokeloh

  • Vertrouwensindicatoren laten splitsing zien
  • Opnieuw goed nieuws voor de cao-lonen
  • Regels voor regels
210401-NL-Weekly-De-week-van-consumentenvertrouwen-lonen-en-regels.pdf (255 KB)
Download

Vertrouwensindicatoren laten splitsing zien

Het op woensdag gepubliceerde producentenvertrouwen kwam uit op 3,4. De stemmingsindicator van ondernemers in de industrie toont aan hoe positief (score boven de nul) of negatief (score onder de nul) deze ondernemers gestemd zijn over de verwachte bedrijvigheid. Het cijfer betekent een lichte stijging van het sentiment ten opzichte van februari waar het uitkwam op 0,1. Ondernemers uit de industrie zijn dus positiever gestemd.

Deze stijging is in lijn met de verwachting en daarmee niet zo opmerkelijk. Interessanter is de vergelijking tussen het producentenvertrouwen en het consumentenvertrouwen die de tweespalt in de economie op dit moment weergeeft.

De figuur hieronder laat het producenten- en consumentenvertrouwen sinds januari 2018 zien. Als we het verloop in 2020 bekijken zien we bij het uitbreken van de coronacrisis een gelijke val. De ontwikkeling in de kwartalen daarna is zeker niet gelijk. Het producentenvertrouwen is na de val in het tweede kwartaal van 2020 geleidelijk hersteld. De Nederlandse industrie die hoofdzakelijk goederen exporteert kon profiteren van het herstel van de wereldhandel. Eind 2020 was de wereldhandel in goederen zelfs alweer op het niveau van voor corona. De orderboeken van Nederlandse industriële ondernemers lopen vol en dat is te zien in het producentenvertrouwen.

Het consumentenvertrouwen laat een ander beeld zien. Het vertrouwen van consumenten hangt in grotere mate dan het producentenvertrouwen samen met het niveau van de coronarestricties. Gedurende 2020 is het consumentenvertrouwen eigenlijk niet hersteld. Pas in de laatste maanden en in 2021 lijkt er een opwaartse trend ingezet te zijn maar de stemmingsindicator blijft nog ver negatief. Dit zien we ook in de consumptieve bestedingen. Deze lagen in het vierde kwartaal van 2020 nog ongeveer 7% lager dan een jaar eerder. Dat is ook niet verwonderlijk, winkels zijn nog grotendeels dicht en naast de recente verlichtingen heeft het overgrote deel van de diensten zoals restaurants en cafés nog te maken met beperkingen.

Deze tweespalt tussen de productie en de meer consumptie gerichte sectoren zegt dus ook wat over het herstel. Dit zal hoofdzakelijk door consumptie gedreven moeten worden omdat op dit moment de productiekant van de economie al aardig draait. (Jan-Paul van de Kerke)

Opnieuw goed nieuws voor de cao-lonen

Zoals we vorige week signaleerden zijn er kleine lichtpuntjes te zien voor de cao-loonontwikkeling. Dit komt met name door het voortduren van de NOW-regeling in combinatie met de aanstaande heropening van de economie. Daarom verhoogden we vorige week onze contractloonraming voor 2021 van 1,1% naar 1,3%. Ook het CPB verhoogde gisteren haar contractloonraming met twee tiende procentpunt, van 1,4% naar 1,6%.  De reden dat wij iets lager ramen is vermoedelijk dat we een grotere rol in de loonontwikkeling zien voor flexwerk. Dit maakt niet alleen de totale loonontwikkeling, maar ook de contractloonontwikkeling cyclischer: lager in slechte tijden, hoger in goede tijden. Dit verklaart wellicht ook een deel van het verschil tussen beide ramingen in de komende jaren.

Ook moet opgemerkt worden dat het CPB vanuit haar rol alleen een basispad raamt: de loonontwikkeling bij gelijkblijvend beleid. Omdat de formatie nu nog gaande is zijn voor de loonontwikkeling relevante beleidswijzigingen op zijn vroegst te verwachten per 1 januari 2022. Denk bijvoorbeeld aan de verhoging van het minimumloon. Deze heeft een opstuwend effect voor alle lonen, met name aan de onderkant van het loongebouw. Omdat wij wel mogelijke beleidswijzigingen meenemen in de contractloonprognose betekent dat de beide ramingen vanaf 2022 niet goed vergelijkbaar zijn.

Deze week werd bekend dat er een vrij stevige Europese richtlijn in voorbereiding is, met steun van de twee grootste fracties in het Europees Parlement. Dit is sneller gegaan dan verwacht. Er wordt een minimumloon voorgesteld dat per lidstaat minimaal 60 procent van het mediane loon en 50 procent van het gemiddelde loon is. Dit betekent voor Nederland niet een minimumloon van rond de € 12,75 per uur zoals we eerder verwachtten, maar richting de € 14,00 per uur. Wel moet daarbij opgemerkt worden dat Nederland in het verleden vaak langzaam is geweest met het implementeren van Europese richtlijnen op sociaaleconomisch vlak (zoals het vaderschapsverlof). Het zou dus best kunnen dat het nog jaren duurt voordat er een minimumloon van € 14,00 per uur is. Het nieuwe regeerakkoord biedt waarschijnlijk meer zicht op het tempo. (Piet Rietman)

Regels voor regels

Sommige mensen hebben lijstjes voor van alles en nog wat. Voor de boodschappen die ze in huis moeten halen. Voor de podcasts die zij getipt hebben gekregen en nog willen beluisteren. Voor de restaurants die volgens kenners de moeite waard zouden zijn. Sommigen hebben zoveel lijstjes dat zij een lijstje voor hun lijstjes nodig hebben.

Bij regels is het niet anders. Daarvan groeit het aantal vaak sneller dan gedacht. Op enig moment kan niemand door de bomen het bos nog zien. Het wordt zelfs erger als al die regels een perverse uitwerking hebben. De toeslagenaffaire is daar een naar voorbeeld van. Het is daarom een goed idee om regels voor regels op te stellen.

Als regels hun werk niet doen, is de eerste reactie snel: afschaffen die hap. Hoeveel kabinetten zijn er wel niet geweest die aan het begin van hun regeertermijn stelden dat ze de regeldruk wilden verminderen? Met name de kabinetten Balkenende en Rutte hamerden daar sterk op. Aan het eind van hun termijn bleek echter telkens weer dat er juist regels bij waren gekomen. Heel frustrerend.

De achterliggende gedachte bij het verlangen naar minder regels is de idee dat een karrevracht aan regels bedrijven ervan weerhoudt om te nieuwe markten te verkennen, hun productie op te schalen en te innoveren. Dat frustreert de economische ontwikkeling en de creatie van werkgelegenheid.

Hier staat tegenover dat regels helpen eigendomsrechten af te bakenen. Dat schept tenminste duidelijkheid. Met een rechtstaat die deze eigendomsrechten bewaakt, ontstaat er bovendien meer zekerheid. Duidelijkheid en zekerheid zijn belangrijke voorwaarden voor nieuw initiatief en ontplooiing, zowel bij bedrijven als bij gezinnen.

Regels opstellen, deze in beleid omzetten en toezien op de naleving ervan, hebben dus waarde. Dit blijkt ook uit onderzoek. Meer regelgeving leidt tot een hogere economische groei als de regelgeving gedetailleerd is en de beleidsmakers zich regelmatig verantwoorden voor hun beslissingen. Daarom zou onze aandacht misschien niet zozeer moeten uitgaan naar regels verminderen alswel naar de kwaliteit ervan verbeteren.

Voorwaarden voor goede regelgeving zijn tijd, zorgvuldigheid en politieke stabiliteit. Bij haast is er geen ruimte voor experiment om de verschillende opties te testen. Bij weinig aandacht is er geen goede inhoudelijke discussie om de belangen van alle betrokkenen tegen elkaar af te wegen. Bij politieke instabiliteit vormen beslissingen vooral een signaal van politici naar kiezers dat zij hen gehoord hebben en omzien naar hun zorgen.

Wanneer de juiste voorwaarden ontbreken is het resultaat ad hoc regels die onderling strijdig zijn en de complexiteit verhogen. Overbelasting van de ambtenaren die de regels in beleid moeten omzetten en op de naleving ervan moeten toezien, ligt dan op de loer, met als resultaat meer onduidelijkheid en onzekerheid en een overheid die haar gezag verliest.

Tegen de achtergrond hiervan geeft een versnipperd Nederlands parlement met veel onervaren Tweede Kamer-leden aanleiding tot zorg. Temeer omdat de samenleving voor grote beslissingen staat over belangrijke thema’s zoals klimaatverandering, de positie in Europa, de inrichting van het belastingstelsel, zorg, huisvesting en onderwijs. Thema’s die helaas nauwelijks onderwerp van debat waren tijdens de afgelopen verkiezingen. (Philip Bokeloh)