NL Weekly – de week van de consumptie, lonen, uitkeringen en scholing

door: Jan-Paul van de Kerke , Philip Bokeloh , Piet Rietman

  • Kleine versoepelingen zijn zichtbaar in de consumptie
  • Vooral baanbehoud biedt kans op loonstijging
  • Opnieuw zwakke stijging minimumloon en uitkeringen
  • Scholingsachterstand inhalen, kopzorg voor straks

 

210325-NL-Weekly-De-week-van-de-consumptie-lonen-uitkeringen-en-scholing.pdf (205 KB)
Download

 

Kleine versoepelingen zijn zichtbaar in consumptie; cijfers nog in lijn met onze verwachtingen

De afgelopen weken zien wij kleine versoepelingen van de coronarestricties die van invloed kunnen zijn op de consumptie. Sinds 10 februari is het bijvoorbeeld mogelijk om producten te bestellen en af te halen bij winkels. Sinds 3 maart is winkelen op afspraak mogelijk, ook mogen degenen met een contactberoep weer aan het werk. Geven deze versoepelingen aanleiding om onze verwachtingen ten aanzien van de consumptieve bestedingen aan te passen?

Sinds 15 december zit Nederland in een harde lockdown. Dit is ook terug te zien in de consumptieve bestedingen van het vierde kwartaal (-1,4% k-o-k.). In onze huidige ramingen gaan wij ervan uit dat deze krimp ook in het eerste kwartaal doorzet (-5% k-o-k.). Wij voorzien een bescheiden groei in het tweede kwartaal (+1,2% k-o-k.). Volgend op een versnelde afbouw van de restricties zal er in de tweede helft van 2021 een sterk herstel van de consumptie plaatsvinden.

Als we de transactiedata van ABN AMRO klanten van de afgelopen weken bekijken, dan geven de kleine versoepelingen nog geen aanleiding om deze verwachtingen van de macro-economische consumptie aan te passen. De consumptie ligt in de eerste maanden van 2021 nog ongeveer 9% onder het niveau van dezelfde maanden in 2020. Dit is in lijn met onze raming voor het eerste kwartaal.

De veranderingen van de afgelopen weken sluiten ook nog aan bij de groei die wij in het tweede kwartaal voorzien. Uitgaven aan bijvoorbeeld kappers, schoonheidssalons, spa’s en solariums stegen in de afgelopen weken, maar de hoogte van deze stijging is voorzien in onze ramingen.

De afgelopen weken laten ook zien hoe snel de consumptie kan aantrekken wanneer restricties afgebouwd worden. Het geeft daarmee ook een bevestiging van onze verwachting voor het sterke herstel wat wij voor consumptie voorzien in de tweede helft van 2021. (Jan-Paul van de Kerke)

Vooral baanbehoud biedt kans op loonstijging

Naarmate de NOW-, TOZO-, TONK- en andere regelingen voortduren of zelfs uitgebreid worden, neemt de kans op cao-loonstijgingen weer een beetje toe. We zijn inmiddels dermate dicht bij de heropening van de economie, dat elke maand waarin een bedrijf een werknemer in dienst kan houden een maand is waarin de omstandigheden kunnen aantrekken ten faveure van zowel bedrijf als werknemer. Veel bedrijven hebben weliswaar lagere reserves of grotere schulden dan anders, maar de operationele kasstroom is over het algemeen leidend voor het bepalen van de loonruimte. Het voortduren van de steunmaatregelen in deze fase heeft er daarom toe geleid dat we onze cao-loonprognose voor 2021 hebben aangepast van 1,1% naar 1,3%.

De steunmaatregelen lijken een omgekeerd effect te hebben op de incidentele loongroei. Dit is alles dat buiten de cao om gebeurt zoals bijvoorbeeld meer of minder uren gaan werken, een andere baan krijgen of toetreden tot de arbeidsmarkt. De incidentele loongroei leverde, door de grote hoeveelheid flexwerk in Nederland, de afgelopen jaren al een negatieve bijdrage aan de totale loongroei. Wij gaan er van uit dat deze op dit moment nog negatiever is dan anders. De banen die door de steunmaatregelen behouden worden (en dus niet beschikbaar zijn voor werkzoekenden) zullen gemiddeld genomen beter betalen dan de banen die er ‘dankzij’ corona bijkomen in bijvoorbeeld distributiecentra, groothandels en bezorgdiensten.

De cao-loonstijging zegt dus iets over de kloof tussen de insiders en de outsiders van de steunmaatregelen, maar weinig over schaarste op de arbeidsmarkt en de totale loonontwikkeling. (Piet Rietman)

Opnieuw zwakke stijging minimumloon en uitkeringen

Aanstaande woensdag publiceert het CPB het ‘Centraal Economisch Plan (CEP) 2021. De contractloonprognose die hierin staat bepaalt de hoogte van het minimumloon, wat weer van invloed is op de hoogte van de daar aan gekoppelde uitkeringen. Indien het CPB in het CEP 2021 haar contractloonprognose voor 2021 houdt op 1,4%, dan gaat per 1 juli het minimumloon van € 1684,80 naar € 1696,80. In het verlengde daarvan gaat (voor een alleenstaande) de bruto AOW zo’n 7 euro omhoog en de bijstand ongeveer één euro.

De hoogte van deze drie bedragen is van invloed op bijvoorbeeld de consumptie, de overheidsuitgaven en het aantal mensen onder de armoedegrens. De ontwikkeling van het minimumloon werkt bovendien door in de rest van de lonen, met name de lagere lonen. Wij verwachten dat in ieder geval het minimumloon en de AOW een impuls zullen krijgen in de aanstaande kabinetsperiode, al zal dat dan op zijn vroegst per 1 januari 2022 zijn. (Piet Rietman)

Scholingsachterstand inhalen, kopzorg voor straks

Ondanks alle inspanningen van leerkrachten om de lessen gewoon door te laten gaan tijdens de pandemie, hebben veel leerlingen het afgelopen jaar een leerachterstand opgelopen. Zonder voldoende persoonlijke aandacht, de juiste studiematerialen en een geschikte studieplek thuis is het lastig om de lesstof eigen te maken, nieuwe kennis te verwerven en vaardigheden te ontwikkelen.

Corona breekt niet alleen leerlingen op, ook volwassenen hebben er last van.  Het afgelopen jaar telde het door de overheid bekostigde voortgezet algemeen volwassenenonderwijs slechts 9.900 deelnemers. Het jaar ervoor waren dat er nog 15.558. Dit terwijl voor deze groep, die vooral bestaat uit jongeren tot 25 jaar, door corona weinig tijdelijk werk was en het alternatief van een jaar eruit voor bijvoorbeeld een langere reis ook al buiten bereik lag.

Het is te hopen dat van uitstel geen afstel komt. Onderwijs is immers een belangrijke graadmeter voor het toekomstig verdienvermogen van individuen. Een jaar minder onderwijs leidt in de regel tot een lager loon, deels omdat scholing bijdraagt aan een hogere productiviteit en deels omdat een diploma een signaal van kwaliteit afgeeft aan werkgevers en daarmee een bepalende factor is bij de selectie van sollicitanten.

Misgelopen scholing is niet alleen een probleem voor degenen die het betreft, maar ook voor de maatschappij als geheel. Een lagere productiviteit remt namelijk niet alleen het individuele verdienvermogen, maar ook het lange-termijngroeipotentieel van de economie als geheel, zeker ook omdat het om zulke grote aantallen gaat. Dit betekent dat Nederland door corona een stevige scholingsopgave wacht.

Deze opgave heeft meerdere facetten. Het is ten eerste zaak de achterstanden weer in te lopen. Daarnaast heeft corona structurele economische verschuivingen in een stroomversnelling gebracht. Veel werknemers moeten zich daarom laten omscholen. Tot slot blijkt uit internationale vergelijkingen dat het Nederlandse onderwijs aan kwaliteit heeft ingeboet. De Pisa-scores dalen. Ook hier is dus een verbeterslag nodig.