De week van de #Stembuzz-serie, faillissementen, loongroei en campagne

door: Veda Zeren , Jan-Paul van de Kerke , Piet Rietman , Philip Bokeloh

  • De #Stembuzz-serie met publicaties rondom de verkiezingen gaat deze week van start.
  • Faillissementen nemen af, ook omdat ondernemers eerder stoppen.
  • Verhouding werkloosheid en loongroei is verstoord door de steunpakketten.
  • Campagne voeren lijkt zin te hebben.
210311-NL-Weekly-De-week-van-de-Stembuzz-serie-faillissementen-loongroei-en-campagne.pdf (249 KB)
Download

#Stembuzz – Serie rondom de verkiezingen

Op 17 maart gaan Nederlanders weer massaal naar de stembus. Vanwege de coronacrisis worden het een van de meest bijzondere verkiezingen van de historie. Diverse economisch relevante onderwerpen passeren de revue, zoals de oplopende staatschuld, de stikstofcrisis, de energietransitie, het woningtekort en de toenemende onevenwichtigheid op de arbeidsmarkt. In een serie artikelen rondom de verkiezingen geven we duiding aan onderwerpen die in partijprogramma’s, debatten en mediaberichten aan de orde komen. Deze stukken kunnen hier en hier gevonden worden.

Publicaties uit de serie:

  • Energietransitie – meerdere artikelen, vanaf de week van 8 maart
  • Woningmarkt – Week van 15 maart
  • Stikstof – Week van 22 maart
  • Arbeidsmarkt – Week van 15 maart
  • Minimumloon – Week van 15 maart
  • Groeifonds – Week van 22 maart
  • Brede welvaart – week van 22 maart

Minder faillissementen, ook omdat ondernemers tijdig stoppen

Vorig jaar zijn er minder bedrijven failliet gegaan. Dit terwijl de economie een historische terugval beleefde. Nederland is hier niet uniek in. Ook in andere landen waren relatief weinig faillissementen. Een meevaller, maar wel een die gemengde gevoelens opwekt. De steun van overheden en centrale banken heeft er weliswaar voor gezorgd dat in de kern gezonde bedrijven overeind zijn gebleven. Maar is de prijs hiervan dat zwakkere broeders het speelveld niet meer verlaten en het proces van creatieve destructie kapot is? Hoezeer zal dat het herstel en de toekomstige productiviteitsgroei aantasten? Nadere beschouwing stelt gerust.

Uit Frans onderzoek blijkt dat bedrijven tijdens de pandemie om dezelfde redenen failliet gaan als vóór de coronacrisis. De bedrijven die failliet gaan, zijn minder productief en hebben gemiddeld hogere schulden bij banken en toeleveranciers dan hun concurrenten. Verder spelen bedrijfsleeftijd en -omvang een rol bij de faillissementen. Jongere bedrijven en bedrijven met minder werknemers lopen meer risico om het loodje te leggen, net als voorheen. Dit suggereert dat de verschillen tussen gezonde en minder gezonde bedrijven nog altijd bepalend zijn voor hun overlevingskansen.

Verder besluiten veel ondernemers te stoppen. Vorig jaar waren dat er in Nederland 140.000, 20% meer dan in 2019. Dit gebeurde met name in de tweede jaarhelft toen ondernemers zich realiseerden dat een vlot herstel van de economie er niet in zat. De bedrijfsbeëindigingen, waartoe vooral eenpitters en ondernemers overgingen in de door corona getroffen sectoren zoals de horeca, drukten het aantal faillissementen omlaag. Ondernemers wachten het faillissement dus niet af en trekken de stekker uit hun bedrijf voordat de problemen escaleren.

De trend van snellere bedrijfsbeëindigingen is waarschijnlijk duurzaam. De wettelijke mogelijkheden daarvoor zijn namelijk verruimd dit jaar. De whoa, de wet homologatie onderhands akkoord, maakt het eenvoudiger om tot een vergelijk met schuldeisers te komen. Voorheen moesten alle schuldeisers instemmen om tot een akkoord te komen. Nu volstaat een meerderheid. Kleine schuldeisers hebben hierdoor minder zeggenschap. Daar staat tegenover dat kapitaal en arbeid sneller vrij komen voor een andere, productievere aanwending. Dit vermindert het risico dat bedrijven met een ongezonde financiële balans die nauwelijks investeren, de groei van de economie frustreren. (Philip Bokeloh)

Opnieuw uitbreiding economische steunpakketten

“We gaan alle economische steunpakketten tegen het licht houden om te kijken waar we meer en langer kunnen helpen.” Dat zinnetje sprak premier Rutte maandag uit in de laatste coronapersconferentie. We denken dat zowel de TONK-, TVL- als NOW-regeling worden verlengd of uitgebreid, en dat we daar in de loop van maart meer over horen.

De verlenging van de NOW zal ertoe leiden dat de werkloosheid langer laag blijft. De NOW beoogt namelijk dat bedrijven niet failliet gaan en dat banen behouden blijven.

In de regel betekent een lage werkloosheid dat arbeid schaars is. Daarom stijgen de lonen meestal zodra de werkloosheid daalt. Dit geldt dan voor zowel de cao-lonen als de individuele loonstijging (promoties, wisselen van baan, et cetera). Maar onder de huidige omstandigheden gaat dit verband niet op.

Omdat arbeid nu niet schaars is, is er reden om aan te nemen dat de relatie tussen werkloosheid en lonen nu minder sterk, afwezig of misschien zelfs omgekeerd is. Een (door NOW) nog lagere werkloosheid betekent dus niet per sé hogere lonen. Aanstaande maandag publiceren we een nieuwe loonprognose die hier verder op in gaat. (Piet Rietman)

Campagne voeren lijkt zin te hebben

Hoe maatgevend zijn opiniepeilingen voor de uiteindelijke verkiezingsuitslag? Een interessante vraag om te beantwoorden met nog een ruime week te gaan voor de verkiezingen. We proberen dit inzichtelijk te maken door in kaart te brengen hoe de peilingen zich per week verhouden tot de uiteindelijke verkiezingsuitslag.

We berekenen per week de absolute afwijking van de gepeilde zetels ten opzichte van de verkiezingsuitslag als percentage van het totaal aantal zetels. Dit doen we met behulp van beschikbare peilingsdata voor 2012 (3 peilingswijzers) en 2017 (5 peilingwijzers). Omdat we niet naar individuele peilingen willen kijken nemen we het gemiddelde van de foutmarges per peiling per week. In de onderstaande grafiek staan deze percentages per week voorafgaand aan de verkiezingen, waar week 0 de week van de verkiezingen is. Een percentage van 20% geeft dus aan dat gemiddeld 30 zetels (van de 150) niet overeenkomen met de uiteindelijke uitslag.

Een aantal punten uit de grafiek vallen op. De foutmarges bij verkiezingen in 2017 liggen lager dan in 2012. Dat kan komen door een verbetering van de manier van peilen. Bijvoorbeeld door een betere representatieve deelnemersgroep te hebben, of door een betere geografische spreiding van de deelnemers.

Wat ook op valt is dat het patroon van de gemiddelde afwijking per week gelijk is over de twee verkiezingen. Ver voor de verkiezingen ligt de afwijking lager dan gedurende de heftige campagneweken. Na deze weken neemt de afwijking vervolgens vanaf 5 weken voor de verkiezingen af tot het laagste punt dat in de week van de verkiezingen ligt.

Het valt ook op dat de afwijkingen hoog lijken. In 2012 bijvoorbeeld tot 5 weken voor de verkiezingen ongeveer 40%. Dat is op de volgende manieren te verklaren. Ten eerste houden opiniepeilers veelal een bandbreedte aan waarbinnen het daadwerkelijke aantal zetels ligt. In 2021 maken ongeveer 15 partijen kans op een zetel, als we een bandbreedte van 2 zetels per partij aanhouden verklaart dat al ongeveer 20% van de totale afwijkingen.

Een tweede reden voor hoge afwijkingen is het vergelijkingsmateriaal. We vergelijken namelijk met de uiteindelijke verkiezingsuitslag en kwalificeren dat als “fout”. Dat is niet helemaal eerlijk omdat de publieke opinie natuurlijk kan veranderen gedurende de campagne. De opiniepeilers slagen er dus misschien wel in om op dat moment juist te peilen, maar omdat wij vergelijken met de verkiezingsuitslag loopt het percentage afwijkende zetels op. In de weken dichtbij de verkiezingen nemen de afwijkingen daarom ook sterk af omdat men inmiddels besloten heeft waar hun stem naartoe gaat.

Deze laatste conclusie zegt mogelijk ook iets over het nut van campagnevoeren. Uit het patroon van afwijkingen gedurende de 20 weken voor de verkiezingen kunnen we met een beetje fantasie opmaken dat mensen niet vastzitten in hun politieke voorkeur. Als er geen zwevende kiezers zijn verwachten we immers een vlakke lijn. Campagne voeren heeft dus zin. (Veda Zeren, Jan-Paul van de Kerke)