Smeerolie van het klimaatbeleid

door: Hans van Cleef

Hoewel het steeds moeilijker lijkt om de gemoederen bedaard en alle neuzen één kant op te krijgen, is er voor Hans van Cleef maar één onderwerp waar we niet over moeten twisten: de feiten.

Naast onze werkelijkheid bestaat er een parallelle wereld. Een wereld die er heel anders uitziet dan we eigenlijk denken. Een wereld van complotten, van leugens en misleiding. Een wereld die bovendien steeds kwaadaardiger en extremer wordt. Die wereld wil dingen die wij vertrouwen en waarderen drastisch veranderen. En dat niet alleen, de economische gevolgen van deze veranderingen zijn gigantisch. Het systeem zou volledig op de schop moeten, en snel ook.Bovenstaande alinea lijkt misschien op het begin van een boek. De vraag is dan, waar gaat dat boek eigenlijk over? Over de Amerikaanse politiek? Over de politiek in het algemeen? Gaat het over het coronabeleid? Of over het klimaatbeleid? En is dit gezien vanuit de voor- of juist vanuit de tegenstanders? Het bijzondere is dat het voor alle genoemde onderwerpen zou kunnen gelden en voor ieder perspectief. En hoewel het lijkt dat deze onderwerpen nogal van elkaar verschillen, is de gemene deler van het gedachtengoed bij zowel voor- als tegenstanders bij al deze onderwerpen gelijk. Het perspectief is dat de ander het feitelijk onjuist ziet.

“Ook hier zie ik de parallellen tussen bijvoorbeeld het coronabeleid en klimaatbeleid”

Laat me dat uitleggen met een voorbeeld. Trump-aanhangers zien de vertrekkende president van de VS als hun vertegenwoordiger in Washington, die durft op te staan tegen de gevestigde orde. Een vertegenwoordiger die niet zonder slag of stoot meegaat in de enorme offers die gemaakt moeten worden om bijvoorbeeld het coronavirus te bestrijden, en/of klimaatverandering tegen te gaan. Aan de andere kant van het spectrum zien we juist mensen die niet begrijpen waarom de urgentie om deze crises aan te pakken niet gezien of op waarde ingeschat wordt en het beleid niet sneller uitgevoerd. Ook hier zie ik de parallellen tussen bijvoorbeeld het coronabeleid en klimaatbeleid. In de meeste delen van de rest van de wereld – inclusief Nederland – is deze situatie niet veel anders, hooguit meer of minder extreem. Beide kanten zien de ander als complotaanhangers, fanatici en remmers van het te voeren of te wijzigen beleid. De polarisering neemt alleen maar verder toe, en de uitdaging wordt daarmee niet kleiner.

Hoewel het steeds moeilijker lijkt om de gemoederen bedaard en alle neuzen één kant op te krijgen, is er eigenlijk maar één onderwerp waar we niet over moeten twisten: de feiten. Debatteren is onderdeel van politiek. Bij meningsverschillen over het te voeren beleid ga je met elkaar in gesprek en probeer je zo tot akkoorden te komen. Het gevolg is beleid dat volgens de één misschien te snel gaat, en volgens de ander te langzaam. Maar het samen tot een akkoord komen is de smeerolie van verschillende visies. Dat is de kracht van democratie. Het is daarbij belangrijk dat men zich gezien en gehoord voelt en het idee heeft dat er bijgedragen wordt aan het grotere geheel. Ook mag het beleid best iets kosten, maar de kosten en baten moeten wel in verhouding staan met elkaar. Om zo’n akkoord te bereiken is feitenkennis, en het delen van deze kennis, cruciaal als startpunt van het gesprek.

“In 2013 kon Nederland bijna volledig in de eigen energiebehoefte voorzien, maar dit is inmiddels gedaald tot zo’n 45%”

Als we kijken naar de Nederlandse energietransitie zijn er diverse bronnen en experts die onafhankelijke, feitelijke kennis over de energiemarkt verschaffen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de dagelijkse grafiek van Martien Visser op Twitter, aan de podcasts van Studio Energie van Remco de Boer, en aan de infographic Energie in cijfers van Energie Beheer Nederland (EBN). Die laatste wil ik hier graag even uitlichten.

Al enkele jaren geven de energie-experts van EBN deze infographic uit. En dit jaar is de infographic groter, en biedt dus meer informatie, dan ooit. Zo blijkt uit de editie van dit jaar dat we in 2013 nog bijna volledig in onze eigen energiebehoefte konden voorzien, maar dat dit – door de afname van de gasproductie in Groningen – inmiddels gedaald is tot ongeveer 45%. Voor de rest zijn we dus afhankelijk van import geworden. En waar sommige mensen denken dat we inmiddels wel voldoende duurzame energie opwekken in Nederland, blijkt dat dit gemiddeld genomen net genoeg is voor het energieverbruik van 1 uur en 49 minuten. Gelukkig zien we ook dat het percentage duurzame energie snel stijgt en de komende jaren verder gaat versnellen. Ook blijkt dat de CO2-uitstoot van kolencentrales hard terugloopt. Uit deze cijfers blijkt dus dat de opgave om de energiemix te verduurzamen nog steeds enorm groot is. Tevens blijkt dat we niet de luxe hebben om het energiebeleid iedere vier jaar drastisch om te gooien, omdat het een lange tijd kost om de energiemix te verduurzamen. In mijn werk zie ik de noodzaak van stabiel beleid om investeringsbeslissingen in de energietransitie te rechtvaardigen.

“Ik zie de noodzaak van stabiel beleid om investeringsbeslissingen in de energietransitie te rechtvaardigen”

Kortom, ongeacht of je nu vindt dat:

  • het klimaatbeleid te soft is of juist te streng,
  • de energietransitie te langzaam of juist te snel gaat,
  • of je pleit voor meer kernenergie of juist meer windenergie,
  • of je nu voor of tegen opslag van CO2 onder de grond (CCS) bent,
  • en of je nu wel of geen CO2-belasting ziet zitten (binnen of buiten het ETS),

basiskennis over de huidige situatie, zoals geschetst in de EBN-infographic, moet het uitgangspunt zijn van iedere beleidsmaker en op het bureau liggen van iedereen die werkt in en met de energiesector. Met de verkiezingen in het vooruitzicht, waarbij politieke partijen soms haaks op elkaar staan qua mening en visie, zou ik onze toekomstige leiders willen adviseren om deze infographic goed te bestuderen. Dit zijn de feiten op basis waarvan je in debat moet gaan over het te voeren beleid. De smeerolie van ons klimaatbeleid.

 

Deze column verscheen eerder op Energiepodium.nl