De week van vaccinatiesnelheid, productiviteit, bbp en gemeenten

door: Piet Rietman , Theo de Kort , Philip Bokeloh , Nora Neuteboom , Jan-Paul van de Kerke

  • Vaccinaties: de Our Wold in Data-grafiek geeft geen goed beeld
  • Wat voor effect gaat corona hebben op de productiviteit?
  • Onze verwachting: economie stabiliseert in vierde kwartaal
  • Gemeenten hebben meer financiële autonomie nodig

Vaccinaties: de Our Wold in Data-grafiek geeft geen goed beeld

De afgelopen dagen zijn er veel nieuwsberichten gepubliceerd waardoor het lijkt alsof het Nederlandse vaccinatietempo fors is aangetrokken. Het lijkt zelfs hoger te liggen dan dat van buurlanden. Een opsteker, na de maanden december en januari waarin de Nederlandse vaccinatieaanpak onder vuur lag. Veel van de nieuwe, positieve berichtgeving is gebaseerd op een grafiek van Our World in Data:

Deze grafiek en berichtgeving speelt in eerste instantie een nuttige rol, omdat het een belangrijk misverstand rechtzet. Een vaccinatieprogramma dat langzaam op gang komt kan niet beoordeeld worden door het aantal gezette prikken lineair te extrapoleren. Net zoals je niet kunt constateren dat de brandweer bij vertrek uit de kazerne langzaam rijdt en dus over een uur pas bij de brand is. Er mist dan de informatie dat de brandweerwagen nog moet optrekken en daardoor waarschijnlijk binnen een kwartier al bij de brand zal zijn.

Er moeten echter meer overwegingen plaatsvinden bij het gebruik van deze data.

  • Een paar dagen is te kort voor een trend

Afgelopen maandag en dinsdag was het vaccinatietempo in deze data (een 7-daags voortschrijdend gemiddelde) al weer teruggezakt naar het niveau van Duitsland, Frankrijk en België.

  • Enerzijds lijkt door de gebruikte vergelijking het tempo te hoog

Uiteraard zijn Duitsland, Frankrijk en België voor Nederland relevante landen om beleid of economische ontwikkelingen mee te vergelijken. Tegelijkertijd is het kennelijk mogelijk om zowel qua tempo als aantal gezette vaccinaties structureel hoger te zitten dan Nederland. Het Verenigd Koninkrijk en Israël vaccineren momenteel bijvoorbeeld drie en negen keer zo snel als Nederland. En kijken we naar EU-landen, omdat we qua levering van vaccins beter vergelijkbaar zijn met de EU dan met het VK of Israël, dan zijn er diverse landen die sneller vaccineren. In februari zitten alleen Kroatië, Letland en Bulgarije dagelijks onder het Nederlandse gemiddelde en zitten alle 23 andere EU-landen op enig moment op of boven het Nederlandse tempo.

  • Anderzijds lijkt door de gebruikte data het tempo juist te laag

De data van de verschillende landen is niet éénduidig.In de grafieken van Our World in Data (OWD) wordt slechts een deel van het aantal gezette prikken in Nederland geteld. Dit zijn de prikken gezet door de GGD’s en de ziekenhuizen. De vaccinaties gezet in de langdurige zorginstellingen tellen niet mee in de OWD-cijfers. Dit is een beslissing van OWD omdat het gaat om een berekend aantal. Praktisch houdt dit in dat op 10 februari het werkelijk aantal gezette vaccinaties 37% hoger lag in Nederland dan uit de OWD cijfers blijkt: 595.934 is het juiste aantal in plaats van de 434.417 bij OWD.  Voor het werkelijke aantal gezette prikken in ons land is alleen Dashboard Coronavirus adequaat. De vaccinatiegraad, het aantal prikken per 100 mensen is hierdoor evenmin éénduidig. Juist dit cijfer gaf aanleiding tot stormen van kritiek, want het maakte Nederland vergelijkbaar met landen als Bulgarije. Inmiddels is het vaccinatieprogramma op stoom en is Nederland deel van de Europese middenmoot als we de data voor Nederland corrigeren vanuit het Dashboard Coronavirus.

  • Het cumulatieve aantal telt, niet de snelheid

Het risico van een volgende besmettingsgolf, het r-getal, de lockdownmaatregelen en meer zijn in toenemende mate afhankelijk van hoeveel mensen er op dit moment gevaccineerd zijn. Dit betekent dat een laag vaccinatietempo in het verleden relevant blijft, tenzij het Nederlandse tempo in de toekomst structureel hoger ligt dan andere landen om zo substantieel boven de genoemde “Europese middenmoot” uit te komen. Hier zijn nog niet voldoende aanwijzingen voor.

Kort samengevat bieden de OWD-data over het vaccinatietempo te weinig houvast om iets zinnigs te zeggen over de besmettingscijfers en daarmee de economische gevolgen. (Piet Rietman, Theo de Kort)

Corona verstoort allocatieve efficiëntie.

Wat voor effect gaat corona hebben op de productiviteit? De productiviteit is sinds de vorige crisis structureel lager dan de decennia ervoor. Wat een nieuwe crisis met de productiviteit gaat doen, is daarom een interessante vraag. Een manier om dit te analyseren is door te kijken naar de effecten van corona op verschillende niveaus, te weten die binnen een bedrijf, tussen bedrijven en tussen sectoren. Vorige week zijn de effecten binnen het bedrijf besproken, deze week de effecten tussen bedrijven.

Als alle individuele bedrijven meer produceren met dezelfde productiemiddelen dan het jaar ervoor dan is er sprake van een toename van de productiviteit. Maar dit is niet de enige manier hoe de productiviteit kan toenemen. We weten dat het productiviteitsniveau aanzienlijk kan verschillen tussen bedrijven. Als de prestaties van individuele bedrijven gelijk blijven, maar de productievere bedrijven groeien en hiermee een groter aandeel in de economie krijgen. Dan is er ook sprake van een productiviteitsverhoging. Om deze groei van productievere bedrijven mogelijk te maken moeten productiemiddelen zoals kapitaal en arbeid dus van het ene – minder productieve – naar het andere  productievere bedrijf vloeien. De mate waarin productiemiddelen hun weg vinden naar de meest productieve bedrijven wordt allocatieve efficiëntie genoemd.

En door corona staat deze allocatieve efficiëntie juist onder druk. De steunpakketten hebben met succes de werkloosheidscijfers en faillissementen laag gehouden. Hiermee is echter wel de normale bedrijfsdynamiek verstoord. Veel bedrijven staan door de restricties en met behulp van de steun simpelweg in de pauzestand en groeien noch krimpen. Omdat er geen bedrijven failliet gaan, komen er voor nieuwe of productievere bedrijven ook geen productiemiddelen vrij om te groeien.

Bij een korte economische schok is dat geen probleem. De situatie voor en na de schok zullen immers veelal hetzelfde zijn. Nu corona inmiddels al bijna een jaar duurt is deze garantie echter minder hard. Niemand weet precies hoe de wensen van consumenten of bedrijven veranderd zijn door corona.

Het moge duidelijk zijn dat de steunpakketten van afgelopen jaar de juiste keuze was om onnodige faillissementen en een flinke toename van de werkloosheid te voorkomen. Ook zullen er op dit moment weinig ondernemers zijn die staan te springen om nieuwe werknemers en vallen hierdoor de negatieve effecten van verminderde allocatieve efficiëntie mee.

Voor de komende jaren betekent dit echter wel wat. Voor de productiviteit en de efficiëntie van de Nederlandse economie zou het goed zijn om na afbouw van de restricties en als het herstel goed en wel onderweg is, de economie zich te laten aanpassen aan de nieuwe situatie. Komende week bespreken we in de NL weekly het laatste niveau in productiviteitsgevolgen van corona; de effecten tussen sectoren. (Jan-Paul van de Kerke)

Onze verwachting: economie stabiliseert in vierde kwartaal

De bbp-cijfers van de eurozone over het vierde kwartaal van 2020 zijn bekend. Ten opzichte van het voorgaande kwartaal kromp de economie met 0,7%. Daarmee viel de daling lager uit dan verwacht. De krimp is minder fors dan tijdens de eerste lockdownperiode. In het tweede kwartaal van vorig jaar kromp de eurozone nog met 11.8%. Het verschil komt voornamelijk doordat tijdens de tweede lockdown de industrie beter presteerde. In maart vorig jaar sloot een aantal Europese landen een gedeelte van hun industriebedrijven, waardoor de productie stagneerde.

Het CBS publiceert komende dinsdag het vierde kwartaalcijfer voor de Nederlandse economie. Wij verwachten voor het vierde kwartaal rond de 0 procent groei ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Het kwartaal ervoor steeg het bbp nog met 7,7%. Hoewel Nederland in een harde lockdown terechtkwam in december, waren de maanden oktober en november redelijk positief. De detailhandel zette respectievelijk 7,4% en 10,3% meer om dan in dezelfde maanden van 2019. Uit de totale bestedingen (pintransacties, online betalingen en cashopnames) van ABN Amro klanten blijkt dat er in oktober vorig jaar 8% meer is besteed dan het jaar ervoor. In november lag dit percentage op 0 en in december werd het negatief (-3,6%), mede vanwege de harde lockdown. Al met al voorzien wij dus geen groei, maar ook geen krimp voor het vierde kwartaal. (Nora Neuteboom)

Gemeenten hebben meer financiële autonomie nodig

Gemeenten krijgen er steeds meer taken bij. Zo zijn zij sinds een aantal jaren verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet maatschappelijke ondersteuning en de jeugdzorg, met als achterliggend idee dat gemeenten burgers beter maatwerk kunnen bieden in het sociale domein dan de centrale overheid. De komende decennia worden gemeenten ook geacht een prominente rol te spelen bij de realisatie van de woningbouwopgave en de verduurzaming.

Vooralsnog hebben gemeenten echter weinig ruimte om hun taken naar eigen inzicht in te vullen. Daardoor zijn de mogelijkheden om de uitgaven te beheersen beperkt. Verder ontvangen gemeenten geld van de Rijksoverheid uit het gemeentefonds. De omvang van het gemeentefonds, is aan de rijksuitgaven gekoppeld, niet aan de gemeentelijke lasten. Daardoor ademt het fonds niet mee met financiële mee- en tegenvallers op gemeenteniveau.

Doordat de inkomsten minder hard stijgen dan de uitgaven, neemt de financiële kwetsbaarheid van gemeenten toe. De afgelopen vijf jaar daalden bij de helft van de gemeenten de financiële reserves. Dit kwam ook doordat de inkomsten uit grondexploitatie onder druk stonden. De verliezen op grondposities tijdens de kredietcrisis maakten gemeenten terughoudend om in grond te investeren. Dat zet nu een rem op de grondbaten. Met een gezamenlijke tekort van EUR 3,5 mld overschrijden de gemeenten het maximaal toegestane EMU-saldo met EUR 1,2 mld. Tijdens de coronacrisis zijn de gemeentelijke inkomsten nog eens extra onder druk gekomen doordat inkomsten uit parkeergelden en toeristenbelastingen zijn teruggevallen. Tijdelijke steunmaatregelen van het Rijk moeten de gemeenten lucht geven tijdens de pandemie.

Maar voor de lange termijn zijn structurele maatregelen geboden. Een eerste verbetering is een herijking van het gemeentefonds, gericht op een rechtvaardigere verdeling van de beschikbare middelen tussen gemeenten. Een voorstel voor een andere verdeelsleutel tussen gemeenten ligt al op tafel. Een goede vervolgstap zou zijn de omvang van het gemeentefonds meer in lijn te brengen met de gemeentelijke taken en de uitgaven. Nog beter zou het zijn als gemeenten voor hun inkomsten minder afhankelijk worden van het gemeentefonds en meer ruimte zouden krijgen om zelfstandig belastingen te innen. Dat zou gemeenten in staat stellen eigen keuzes te maken, deze aan hun burgers voor te leggen en te verdedigen en zo het democratisch draagvlak te vergroten. (Philip Bokeloh)