Energiemonitor – Olieprijs profiteert van Saudische gulheid

door: Hans van Cleef

  • OPEC+ sluit akkoord, Saudi-Arabië verlaagt olieproductie op eigen initiatief
  • Door uitzonderingspositie Rusland staat voortzetting eensgezindheid OPEC+ op het spel
  • Olieprijsraming licht bijgesteld; opwaarts prijspotentieel beperkt
110121-Energiemonitor-jan-NL-1.pdf (259 KB)
Download

OPEC heeft een akkoord bereikt, maar niet zonder slag of stoot

OPEC heeft, samen met haar partners onder leiding van Rusland (samen OPEC+), een nieuw productieniveau afgesproken voor de maanden februari en maart. Het overleg van begin januari was onderdeel van de afspraken die gemaakt zijn in december. Toen werd namelijk de afspraak gemaakt om de markt maandelijks te evalueren om zo nodig het productieniveau aan te passen. De – op het oog – grootste verschillen van mening waren weer traditioneel terug te vinden tussen Rusland en Saudi-Arabië. Voorafgaand aan het overleg pleitte Rusland voor een productieverhoging van 500.000 vaten per dag (kv/d). Saudi-Arabië gaf aan meer voorzichtig te willen zijn vanwege de nieuwe lockdowns in sommige landen en de gevolgen die dat heeft voor de verwachtingen ten aanzien van de vraag naar olie. Saudi-Arabië pleitte daarom voor het onveranderd laten van de productieniveaus én zelfs het terugdraaien van de 500 kv/d productiestijging in de maand januari. Afgelopen maart leidde dat nog tot een escalatie en het opendraaien van de oliekraan. Brent olie daalde tot een niveau onder de USD 20/vat, en WTI handelde zelfs even tegen negatieve prijzen. Toch kwam het deze keer niet zover. Sterker nog, de olieprijs steeg nadat er een akkoord was gesloten.

Het akkoord houdt het volgende in. De productieverhoging in januari blijft zoals het is. Verder blijft de olieproductie gelijk in februari en maart. Hierop zijn drie uitzonderingen. Er mogen relatief kleine productieverhogingen zijn in Rusland (+65 kv/d) en Kazakhstan (+10 kv/d) in deze twee maanden. Daarnaast kwam Saudi-Arabië met een verrassing tijdens de persconferentie. Als teken van goodwill heeft de kroonprins Mohammed Bin Salman aangegeven dat Saudi-Arabië de productie vrijwillig en eenzijdig met 1 miljoen vaten per dag (mv/d) gaat verlagen in februari én maart. Het officieuze productiedoel voor Saudi-Arabië komt daarmee niet op 9,1 maar 8,1 mv/d. Met deze productieverlaging neemt Saudi-Arabië volledig de verantwoordelijkheid om de markt in balans te brengen nu er nieuwe lockdowns worden ingesteld en bestaande lockdowns worden verlengd in de strijd tegen het covid-19 virus.

Besluit schept precedent voor toekomstige onzekerheid

In het akkoord van deze week schuilen drie risico’s. In de eerste plaats mag Rusland nu meer produceren. Dit is zogenaamd om te kunnen voldoen aan de hogere lokale behoefte in verband met een hoger verbruik in het winterseizoen. Maar met 65 kv/d op een totaal van meer dan 9 mv/d is het een druppel op een gloeiende plaat. Een gevolg hiervan is wel dat Rusland een uitzonderingspositie krijgt ten opzichte van de andere olieproducenten. Er zijn veel meer landen die het liefste de olieproductie zouden laten stijgen. Is het niet om marktaandeel vast te stellen, dan is het wel vanwege economische noodzaak om aan hun financiële verplichtingen te kunnen blijven voldoen. Tijdens het overleg in december ging de Verenigde Arabische Emiraten niet akkoord met het eerste voorstel van Saudi-Arabië en Rusland. Dit was vooral een signaal dat het OPEC+-beleid een gezamenlijk beleid moet zijn van en voor alle leden, en niet een vooraf afgestemd plan van de Russen en Saudiërs alleen. Deze nieuwe afspraak geeft Rusland een status aparte, iets dat opnieuw tot wrevel kan leiden bij de andere olieproducenten en ten koste kan gaan van toekomstige eensgezindheid.

Het tweede punt is het feit dat Saudi-Arabië met het huidige besluit de touwtjes weer stevig in handen heeft genomen. Het OPEC+ overleg heeft dan wel geleidt tot slechts een marginale productiestijging maar niet opnieuw een prijsoorlog waarbij iedereen maar produceert waar het zin in heeft. Toch heeft Saudi-Arabië op eigen initiatief  haar productie sterk verlaagd. Daarmee geeft ze een percentage van haar marktaandeel op ten gunste van een hogere olieprijs. De Russen wilden juist een hogere olieprijs voorkomen om te zorgen dat olieproducenten in de VS niet een nieuwe stimulans zou krijgen om de productie op te voeren. Door het eenzijdige besluit van Saudi-Arabië is niet alleen de spotprijs gestegen, maar ook de termijnprijzen. Dit geeft Amerikaanse olieproducenten de kans om een deel van hun beoogde productie voor 2021 en 2022 reeds te hedgen in de markt, en daarmee opbrengsten (of in ieder geval een deel van de kasstromen) veilig te stellen. Hoewel er geen frictie bleek tijdens de persconferentie, is het marktaandeel van de VS de reden geweest voor de prijsoorlog tussen Rusland en Saudi-Arabië van nog geen jaar geleden.

Ten derde, moeten we ons gaan afvragen wat het feitelijke nut nog is van een maandelijkse afstemming. Het idee in december was om maandelijks de markt te evalueren en het productieniveau aan te passen naar de ontwikkelingen aan de vraagzijde (met een maximale productiestijging van 500 kv/d). Bij het eerste overleg nadat deze afspraak werd gemaakt is er direct een productieafspraak gemaakt voor twee maanden (in plaats van één). Er volgt nog wel een vergadering van het technisch comité op 3 februari, maar die heeft normaal gesproken geen beslissingsbevoegdheid. Pas begin maart zullen de ministers weer om de digitale tafel gaan zitten. Dit zorgt voor extra onduidelijkheid, en daarmee onzekerheid. Maar kunnen de toegezegde productieniveaus voor maart nog worden aangepast? En zo ja, hoeveel is het huidige akkoord dan waard?

Gevolgen olieprijs

Voor de komende maanden is het aanbod, door de actie van Saudi-Arabië, flink neerwaarts bijgesteld. Daarnaast zien we de hoop dat de economie weer gaat aantrekken nu de vaccinatieprogramma’s langzaam maar zeker meer vaart krijgen, en daarmee de vraag naar olie zal gaan stijgen. Dit heeft ertoe geleid dat de olieprijs is gestegen tot meer dan USD 54/vat voor Brent en USD 50/vat voor WTI. Maar kan deze beweging doorzetten?

Als we puur kijken naar technische analyse is het antwoord ja, de prijs kan doorstijgen. Het eerste serieuze weerstandsniveau ligt rond de USD 60/vat. Pas op het moment dat de Brent olieprijs daalt tot onder de USD 46,50/vat zal het positieve sentiment keren. Naast technische analyse worden ook de zwakkere dollar en de verwachting dat de economie een extra boost zal krijgen door financiële hulpprogramma’s door overheden en centrale banken gezien als argumenten waardoor de olieprijs verder kan stijgen. De economische stimulanspakketten zullen inderdaad gaan leiden tot hogere economische groei. De vraag is of dat vanaf het huidige niveau nog een sterk effect heeft op de vraag naar olie.

Daar staan enkele factoren tegenover. We benoemen de drie belangrijkste. De vraag naar olie zal inderdaad toenemen naar mate de economie verder opengaat. De voornaamste vraaguitval voor olie is bij de luchtvaart. Ook nu het vaccineren is gestart zal het nog een lange tijd duren voordat de luchtvaart weer op gang komt. Zakelijk vliegverkeer zal daarbij langer nodig hebben dan vakantieverkeer. En dan is nog maar de vraag of het zakelijke vliegverkeer überhaupt nog op het niveau van 2019 terugkomt nu digitale conferenties en vergaderingen gemeengoed zijn geworden. De markt is in haar verwachtingen ten aanzien van het verwachte herstel van de vraag naar olie flink vooruitgelopen op de realiteit. Dat kan slechts deels worden gecompenseerd met een sneller herstel van olievraag uit andere sectoren zoals de industrie en mobiliteit in bijvoorbeeld China.

OPEC+ zal in februari 7.125 mv/d minder produceren dan voor de coronacrisis, en in maart 7.05 mv/d minder. Daarmee is het aanbod op de markt redelijk afgestemd op de huidige vraag. De voorraden zijn nog wel steeds bovengemiddeld hoog. Maar net zo belangrijk is het feit dat deze productiecapaciteit redelijk snel kan worden ingezet zodra daar ruimte voor is. Met name Rusland is gebrand op het feit om de olieproductie van de OPEC+ op te voeren zodra de vraag daadwerkelijk aantrekt en/of de olieprijs stijgt. Dit om te voorkomen dat er opnieuw een scheve verhouding ontstaat bij het ‘invullen’ van het marktaandeel waarbij de olieproducenten in de VS een onevenredig groot deel voor hun rekening kunnen nemen. Dat beperkt het opwaarts potentieel voor de olieprijs.

De markt is momenteel long gepositioneerd (speculeren op prijsstijging). En hoewel daar nog – historisch gezien – ruimte is om de positie verder uit te breiden, denken wij dat daar momenteel geen aanleiding toe is. Veel van het positieve nieuws is inmiddels ingeprijst. Mocht het sentiment draaien is er echter wel ruimte om het aantal short posities op te bouwen en/of winst te nemen op de long posities. De huidige niveaus zorgen in ieder geval voor waakzaamheid op tegengestelde bewegingen.

Al met al verwachten wij dat de olieprijs niet veel verder zal stijgen op de korte termijn en dat het risico voor een neerwaartse correctie substantieel is.