Boterzachte ambities voor Chinese staalsector

door: Casper Burgering

Oude wijn in nieuwe zakken. Dat was mijn afdronk van de aankondiging van het Chinese Ministerie van Industrie en Informatie Technologie om de staalsector te hervormen. De ambities van de Chinese overheid voor de staalsector in het vijfjarenplan (2021-2025) zijn opnieuw laag.

Staalsector in de houdgreep

China heeft zijn houdgreep in de mondiale staalsector in de afgelopen decennia flink verstevigd. In 1995 had de Chinese staalproductie nog een enigszins bescheiden aandeel van 13% in de mondiale output. De Europese staalsector regeerde in die tijd met ijzeren hand de wereldmarkt. Deze verhouding kantelde echter in kort tijdsbestek. Een razend snelle industrialisatie en een flink hogere mate van verstedelijking voedde de Chinese economische opmars. Het leidde tien jaar later tot een Chinees aandeel van 31% in de mondiale staaloutput. Het bleek nog maar het begin.

Vandaag de dag heeft China een aandeel van zo’n 55% in de mondiale staalproductie, waartegen de staaloutput van Europa en de VS verbleekt. Zij moeten het doen met een aandeel van respectievelijk 9% en 5%.

Chinese staalambities

“Het is van cruciaal belang voor de Chinese staalindustrie om efficiënt gebruik te maken van zowel binnenlandse als buitenlandse hulpbronnen, om te zorgen voor een aanvoer van hoogwaardige grondstoffen”, aldus het Metallurgical Industry Planning and Research Institute. Maar bovenal streeft China na om zoveel mogelijk onafhankelijkheid te realiseren. Want zo maak je jezelf minder kwetsbaar bij geopolitiek gevoelige kwesties en bij flinke prijsschommelingen.

Om die reden start het met het ontwikkelen van twee significante ijzerertsmijnprojecten tussen nu en 2025. Daarmee kan China niet alleen voorzien in de eigen behoefte van goede kwaliteit ijzererts, maar creëert het tegelijkertijd meer prijskracht. Het is de meest opvallende strategie uit het vijfjarenplan voor de staalsector. De overige punten zijn een stuk minder grensverleggend.

Zo wil China meer fusies om zogenoemde ‘world class steel groups’ te creëren. De top 5 moet in 2025 circa 40% van de totale Chinese staalproductie in handen hebben en voor de top 10 moet dat 60% zijn. Grappig genoeg komen deze cijfers en de ambitie ook terug in mijn allereerste column van 16 oktober 2016. Toen had de top 5 een aandeel van 22% en dat is tot 2020 toegenomen tot slechts 25%. In dit tempo gaan ze het echt niet halen. Ook wil China tegen 2025 staal produceren met schroot als input. Daarnaast is het bouwen van nieuwe capaciteit verboden, tenzij oude capaciteit sneuvelt. En de capaciteitsreductie zet weliswaar door, maar het tempo is nog steeds laag.

Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. De sector gaat gebukt onder overcapaciteit. Dit is het majeure probleem en vraagt om drastische hervormingen. Een land met een aandeel van 55% in de mondiale output kan het verschil maken. Maar de Chinese ambities zijn boterzacht. Ik vrees dat de komende vijf jaar er dus weinig voor de staalsector gaat veranderen.

Deze column heeft op 11 januari in de Financiele Telegraaf gestaan onder de titel ‘China mag wel wat meer staalambities tonen’