Bonbonje in de cacaomarkt

door: Casper Burgering

Vergeleken met andere grondstofmarkten is de dynamiek in de cacaomarkt doorgaans te typeren als kalm. Eigenlijk is de enige onruststoker in deze markt het weer. Het heeft veel invloed op de hoeveelheid geoogste bonen en de uiteindelijke kwaliteit. En zo nu en dan zorgen geopolitieke verrassingen of nieuw overheidsbeleid voor wat ophef. Maar daar blijft het vaak bij.

De laatste paar weken is echter de onrust opgelopen in de cacaomarkt. Een fittie tussen de grote cacaobonen producerende landen Ivoorkust en Ghana met chocoladeproducenten zet de verhoudingen op scherp. Daardoor nam de onrust toe en zorgde het bovendien voor een hogere cacaoprijs. Waar komt deze onenigheid vandaan?

Armoede in de cacaomarkt

Ruim 60% van het aanbod komt uit Ivoorkust en Ghana. Boeren in deze landen kunnen echter niet fatsoenlijk voorzien in hun levensonderhoud. De relatief lage prijs is de boosdoener en verdere armoede onder de boeren in de cacaomarkt dreigt. En daarmee is het risico groot dat deze boeren overstappen naar andere gewassen of zelfs noodgedwongen moeten stoppen. Een sociaal onwenselijke situatie dreigt. Bovendien staat een nieuwe generatie boeren niet te trappelen om een cacaoplantage te beginnen of over te nemen.

Voor landen als Ivoorkust en Ghana is dit een slecht economisch scenario, want de cacaohandel draagt flink bij aan hun economie. Alleen een eerlijke prijs voor de cacaobonen kan de sector redden. Daarom introduceerden de belangenorganisaties voor de cacaosector uit beide landen gezamenlijk in 2019 een premie boven op de cacaoprijs voor de verkopen van cacaobonen in het seizoen 2020/21. Met als ultiem doel om een duurzame sector op de langere termijn te kunnen garanderen. Chocoladeproducenten zagen destijds ook het belang van de maatregel en gingen akkoord. Covid-19 was echter toen nog niet in het vizier.

Covid-19 als accelerator

Circa 65% van alle vermalingen van cacaobonen – een indicator van de vraag naar cacao – vindt plaats in Europa, de VS en Azië. Covid-19 heeft echter voor een schok in de vraag gezorgd. De cacaomarkt werd bovengemiddeld geraakt. Want 40% van de omzet van chocoladeproducenten komt uit de buitenshuisconsumptie en in dit segment kwam de vraag nagenoeg tot stilstand. Een aderlating voor veel chocoladeproducenten natuurlijk. Zij zijn dan eerder geneigd om hun cacaobonen elders in te kopen om de premie van Ivoorkust en Ghana te vermijden en kosten te drukken. Het wordt ze niet in dank afgenomen. Het gaat ten koste van kwaliteit en het duurzame imago.

Een kat in het nauw maakt rare sprongen. Dit geldt voor zowel de landen die cacaobonen produceren als de chocoladeproducenten. De aanbieders van cacaobonen staan onder druk en zien een premie als oplossing. De timing is echter buitengewoon slecht. Veel chocoladeproducenten zien op hun beurt de resultaten krimpen en gaan naarstig op zoek naar kostenbesparingen. Twee verschillende belangen. Het is nu vooral wachten op het vaccineren op grote schaal. Dan kan ook de kalmte weer voor een deel terugkeren.

Deze column heeft op 7 december in de Financiele Telegraaf gestaan onder de titel ‘Bonbonje in de cacaomarkt’