OPEC zit vast in een Catch-22 situatie

door: Hans van Cleef

Op 30 november komt de OPEC weer voor haar halfjaarlijks overleg samen. Deze keer niet in Wenen, maar virtueel. De dag daarna worden de OPEC-leden vergezeld door de niet-OPEC olieproducenten – onder leiding van Rusland – (gezamenlijk OPEC+) om hun productieakkoord te evalueren en mogelijk aan te passen. Normaal was het al een hele kunst om de olieproducenten op één lijn te krijgen, met veel bilateraal overleg tussendoor en gekonkel in de wandelgangen. Maar een virtueel overleg vergt nog meer voorbereiding om alle neuzen één kant op te laten wijzen. Er zijn namelijk nogal wat factoren die tegengestelde belangen dienen en contraire prijsbewegingen kunnen veroorzaken.

Vraagherstel duurt langer dan verwacht

Tijdens het laatste overleg van de Joint Ministerial Monitoring Committee (JMMC) van OPEC werd aangegeven dat de vraag naar olie weer onder druk staat nu het COVID-19 virus weer om zich heen grijpt. Het Internationaal Energieagentschap (IEA) verwacht dat de gemiddelde vraag naar olie in 2020 uitkomt op 91,7 miljoen vaten per dag (mv/d). Voor 2021 verwacht zij een stijging naar gemiddeld 97,2 mv/d. Indien de maatregelen om het virus tegen te gaan langer duren en steviger worden, dan zal het herstel van de vraag naar olie ook langer op zich laten wachten. Vooralsnog zijn de signalen niet positief.

Aanbod stijgt nu al, en er komt mogelijk nog meer

Door het actief reageren met een productieverlaging heeft OPEC+ voorkomen dat de olieprijs nog langer tussen de 20 en 30 dollar bleef schommelen zoals we tussen half maart en eind april hebben gezien. En hoewel de afgelopen maand de ‘compliance’- oftewel de mate waarin de olieproducenten zich aan hun eigen afspraken houden – op 102% lag, is dat in de maanden daarvoor soms aanzienlijk lager geweest. In het OPEC+-productieakkoord is afgesproken dat de productieverlagingen opnieuw verder zouden moeten worden afgebouwd vanaf januari 2021. De huidige productiebeperking van 7,7 mv/d moet vanaf dat moment worden afgebouwd naar ‘slechts’ 5,8 mv/d tot april 2022.

Daar komt bij dat Libië, wel een OPEC-lid maar geen deelnemer aan het akkoord, de olieproductie heeft opgevoerd van slechts 80.000 vaten per dag in augustus naar ongeveer 800.000 vaten per dag begin november. Volgens de nationale oliemaatschappij kan Libië de productie opvoeren tot 1 mv/d voor het einde van het jaar. En, voor de oliemarkt nog veel belangrijker, gezien de vredesonderhandelingen tussen de overheid en opstandelingen zullen de havens weer openen en ook de olie-export weer sterk toenemen. Dit geeft extra druk op de toch al ruime markt.

Een winst van Joe Biden bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen kan ook voor nieuwe ontwikkelingen zorgen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het opnieuw aanschuiven van de VS bij het nucleaire akkoord met Iran. De Iraanse autoriteiten zullen dat alleen accepteren als de sancties worden verlicht, en ook hier de olie-exporten weer mogen toenemen.

Catch-22 of toch varkenscyclus?

De vraag die bij het OPEC+-overleg gesteld moet worden is of de productie wel moet worden verhoogd – of beter, minder verlaagd – nu de vraag naar olie juist extra onder druk staat en de voorraden nog aanzienlijk hoog zijn. Er zijn inmiddels geluiden gehoord uit zowel Rusland als Saudi-Arabië dat de huidige situatie (van -7,7 mv/d) met minimaal drie maanden verlengd moet worden. Minder produceren betekent een hogere olieprijs, maar per saldo niet per se een hogere netto opbrengst. Veel OPEC+ landen hebben te maken met lagere inkomsten en hogere uitgaven om 1) de economie te ondersteunen om de gevolgen van COVID-19 zo goed mogelijk op te vangen, en 2) investeringen te doen ten aanzien van de energietransitie om de economie te diversifiëren. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er olieproducerende landen zijn die, vanwege de druk om het fiscale budget niet te veel op te laten lopen, de olieproductie niet willen verlagen, maar juist verhogen.

Daarmee staat de OPEC+-coalitie voor een lastig dilemma. Een lagere vraag naar olie leidt tot een lagere prijs. Als de productie vervolgens ook toeneemt komt er nog meer druk op die prijs. Het doel van OPEC+ is juist om de olieprijs te ondersteunen, bij voorkeur tot een niveau dat (ruim) boven de 50 dollar ligt. Maar bij een hogere prijs zal de productie in de VS weer toenemen. Hiermee lijkt de OPEC zich in een Catch-22 situatie te hebben gemanoeuvreerd. In zo’n situatie is het nagenoeg onmogelijk om een gewenste uitkomst te bereiken zonder dat tegenstrijdige factoren deze uitkomst weer beïnvloeden. Het spel tussen vraag en aanbod maakte altijd al onderdeel uit van de oliemarkt en leidde tot cycli van hoge of juist lage prijzen, de ‘normale varkenscyclus’. Toch lijkt het deze keer toch meer op een status quo, waarbij een uitweg veel langer op zich kan laten wachten. OPEC en haar partners kunnen de komende weken nog een paar flinke digitale discussies tegemoet zien. Discussies die de olieprijs niet ongemoeid zullen laten.

 

Deze column is eerder gepubliceerd op BeleggersBelangen.nl