Energiemonitor – Stilte voor de storm

door: Hans van Cleef

  • Olieprijzen zijn volatiel binnen een smalle bandbreedte
  • Amerikaanse verkiezingen en de OPEC+ zijn cruciale evenementen
  • Gasprijzen zijn sterk gestegen, maar het opwaarts prijspotentieel neemt af
231020-Energiemonitor-okt-NL.pdf (281 KB)
Download

Uitleg in video

Olieprijzen gevangen tussen diverse tegenstrijdige drijfveren

De olieprijzen kunnen op dagbasis aanzienlijke prijsbewegingen laten zien. Hoop ten aanzien van economisch herstel, mede gedreven door de stimuleringspakketten van centrale banken en overheden, en dalende voorraden in de VS leiden van tijd tot tijd tot prijsstijgingen. Deze momenten worden afgewisseld met periodes van prijsdruk als gevolg van de angst voor de economische gevolgen van nieuwe (gedeeltelijke) lockdowns om het COVID-19 virus te bestrijden en bijvoorbeeld berichten van stijgende olieproductie in Libië. Toch blijkt, als we uitzoomen en een grafiek bekijken met de langere termijn prijstrend, dat olieprijzen zich al maanden in een relatief smalle bandbreedte bewegen.

Er is op dit moment weinig dat dit speelveld voor de oliemarkt lijkt te veranderen. Wel kunnen de Amerikaanse verkiezingen van 3 november en de OPEC+ vergadering van eind november de komende weken zorgen voor forse prijsbewegingen van de oliemarkt.

 Winst voor Biden kan voor verschuivingen zorgen

Mocht zoals wij in ons basis scenario veronderstellen Biden de Amerikaanse verkiezingen winnen dan kan dat leiden tot flinke verschuivingen in de energiemarkt aan zowel de vraag- als de aanbodzijde. De vraag naar olie kan worden beïnvloed door de voorgenomen investeringen in de verduurzaming van de energiemix. Energie-efficiëntie en een grotere inzet op elektrisch rijden zal de vraag naar olie in de VS verlagen. Hoewel de daadwerkelijke transitie nog jaren zal vergen, kunnen de huidige investeringen leiden tot een acceleratie van de ontwikkelingen die we nu al in enkele staten zien.

Daarnaast zal een Biden-administratie minder vergunningen afgeven voor schalieolie en -gas productie, vooral op federaal grondgebied (zowel onshore als offshore). Minder lokale productie – of minder groei – zal de importafhankelijkheid van de VS weer doen toenemen. Ook zal Biden een ander beleid voeren ten aanzien van Iran (heronderhandelen nucleaire deal dat gepaard zal gaan met verlaging van sancties tegen Iran), en zullen de relaties met onder andere Rusland, Irak, Saudi-Arabië en Mexico opnieuw worden bezien. Aangezien dit allemaal olieproducerende landen zijn, kan dit gevolgen hebben voor de oliehandel, en daarmee de olieprijzen.

De verkiezingen zijn op 3 november. De definitieve uitslag kan – afhankelijk van hoe dicht de voorlopige uitslagen bij elkaar liggen – langer op zich laten wachten. Onzekerheid rond de uitslag kan leiden tot negatief sentiment onder beleggers, iets dat ook olieprijzen kan beïnvloeden. Zie voor meer informatie met betrekking tot onze scenario’s ten aanzien van de verkiezingen hier, en voor de mogelijke gevolgen voor de olie- en gasmarkt hier.

OPEC+ staat voor lastige keuze

Eerder deze week vond het reguliere overleg van de technische commissie van de OPEC met partners onder leiding van Rusland (OPEC+) plaats. Dit maandelijkse overleg wordt gebruikt om de markt te evalueren en om te zien of zij richting de beleidsmakers een advies moeten uitbrengen om de productieniveaus aan te passen. Er werd deze keer nog geen advies gegeven om het beleid aan te passen. OPEC+ gaf wel aan proactief te zullen zijn bij het voorkomen van een nieuwe daling van de olieprijzen als de vraag minder aantrekt dan verwacht of zelfs verder afneemt. Tegelijk gaf Russische energieminister Novak aan dat de investeringen in de upstream activiteiten momenteel zo’n 18-20% lager zijn dan in 2019. Hiermee hintte hij op mogelijke aanbodproblemen op de langere termijn. De olieprijzen reageerde nauwelijks omdat het huidige overaanbod de aandacht van beleggers overheerst.

Op 17 november komt de technische commissie weer bij elkaar. Tijdens dat overleg zullen de woorden veel meer op een weegschaal worden gelegd. De uitkomst van dit overleg wordt namelijk als beslissend gezien voor het advies richting de OPEC en OPEC+ vergaderingen op respectievelijk 30 november en 1 december. Volgens het bestaande productieakkoord tussen de olieproducenten zou de huidige productiebeperking van 7,7 miljoen vaten per dag (mv/d) vanaf januari worden afgebouwd naar ‘slechts’ 5,8 mv/d tot april 2022. Maar een trager herstel van de vraag naar olie én het feit dat Libië haar productie en export weer weet op te voeren, leiden samen tot een hoger dan verwacht aanbod van olie op de markt en een minder snelle afbouw van de voorraden. Dit heeft nu al mogelijke prijsdruk als gevolg. Een extra impuls van olieproductie van 1,9 mv/d vanaf januari zou de olieprijzen nog verder onder druk kunnen zetten.

Daarmee staat de OPEC+-coalitie voor een lastig dilemma. De vraag die bij het OPEC+-overleg gesteld moet worden is of de productie wel moet worden verhoogd – of beter, minder verlaagd – nu de vraag naar olie juist extra onder druk staat en de voorraden nog aanzienlijk hoog zijn. En indien de productieverhoging uitblijft, of ieder lid dan een gelijk percentage van deze ‘extra’ productiebeperking voor zijn rekening krijgt zoals dat momenteel het geval is. Het lijkt steeds lastiger te worden een tweetal redenen. Ten eerste om alle leden met de neuzen een kant op te laten wijzen en iedereen hun eerlijke deel van de productieverlaging voor hun rekening te laten nemen; en ten tweede nu de gevolgen van de lage olieprijzen steeds meer gevoeld gaan worden door de olieproducerende landen.

Minder produceren betekent hogere olieprijzen, maar per saldo niet per se een hogere netto opbrengst. Daarnaast verschuift er dan weer marktaandeel naar niet-OPEC landen. Veel OPEC+ landen hebben te maken met lagere inkomsten en hogere uitgaven om 1) de economie te ondersteunen om de gevolgen van COVID-19 zo goed mogelijk op te vangen, en 2) investeringen te doen ten aanzien van de energietransitie om de economie te diversifiëren. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er olieproducerende landen zijn die, vanwege de druk om het fiscale budget niet te veel op te laten lopen, de olieproductie niet willen verlagen, maar juist verhogen. OPEC en haar partners kunnen nog een paar flinke discussies tegemoet zien. De richting van de olieprijzen is in belangrijke mate afhankelijk van de uitkomst van deze discussies. De hoge volatiliteit zal nog even aanhouden, terwijl de olieprijs hooguit licht zal kunnen stijgen.

Gasprijzen sterk gestegen

Alle gasprijzen zijn de afgelopen weken sterk gestegen. Zowel de prijzen van LNG in Azië (Japan/Korea LNG) als die van Titel Transfer Facility (TTF, Nederland) en Henry Hub (VS) noteerden allemaal hoger zoals gebruikelijk tijdens dit seizoen. De opbouw van voorraden lijkt echter op zijn einde te lopen nu de winter – oftewel het stookseizoen – voor de deur staat. Andere externe factoren, zoals heftige weersomstandigheden zoals orkanen in de Golf van Mexico, zetten de productie enigszins onder druk en ook dat zorgt voor een opwaartse steun voor gasprijzen. Tegelijk zien we (rechtergrafiek) dat de prijzen van het maandcontract een sterkere beweging laat zien dan het jaarcontract. Met andere woorden, de seizoenspattronen uiten zich sterker in het maandcontract. Als gevolg hiervan is de prijs van TTF gas met levering in november hoger dan van TTF gas met levering in 2021.

Seizoenspatronen hinten op een mogelijke prijsdaling

De Henry Hub gasprijs loopt bijna altijd op richting november. Het feit dat de marktspeculanten momenteel een netto-long positie hebben (speculeren op prijsstijgingen) maakt ons alert. Zoals op de grafiek rechtsonder te zien valt, is de markt zelden netto-long. Het is dan ook wachten op het moment dat deze speculanten winst gaan nemen na de recente sterke prijsstijgingen en nieuwe short-posities (speculeren op prijsdalingen) gaan opbouwen. Deze marktposities in combinatie met de traditionele prijspiek rond deze tijd van het jaar maakt dat een daling van de gasprijzen voor het maandcontract op de loer ligt.

Echter, indien de huidige signalen al worden aangegrepen om de posities te draaien, kan een speculant de deksel op zijn neus krijgen als er onverwacht een stevig koudefront de VS passeert en de long-posities te vroeg zijn verkocht. De prijsgrafiek van Henry Hub (linksonder) laat zien dat er vaak een piek te zien valt op het moment dat er een periode is van extreme kou. Zo’n periode duurt meestal 1-3 weken en gaat gepaard met een hoog verbruik van gas. Deze kan plaatsvinden tussen november en februari. Waakzaamheid blijft dus nodig.