Prinsjesdag laat bouwsector zweven

door: Madeline Buijs

De op Prinsjesdag bekendgemaakte maatregelen zijn onvoldoende om de bouwsector vlot te trekken. De woningbouw en de infrasector kunnen op extra steun rekenen, maar het ontbreekt aan voldoende maatregelen om de stikstofproblematiek op te lossen. Dit blijft daardoor als een molensteen om de bouwsector hangen. De verwachtingen voor 2021 zijn daarom naar beneden bijgesteld. Over 2020 zijn we positiever als gevolg van de beperkte impact van de ‘lockdown’ op de bouwsector.

Brancheprognoses-bouw-september-2020.pdf (449 KB)
Download

De bouwsector bevindt zich op dit moment in een achtbaan. Maanden met flinke productiegroei wisselen zich af met maanden waarin de productie sterk terugzakt, zoals in onderstaande grafiek te zien is. Dit beeld is ook te zien wanneer wordt gecorrigeerd voor seizoenseffecten en aantal werkdagen. Het totaalresultaat is een krimp van de productie van 0,4 procent over de eerste zeven maanden van 2020 in vergelijking met dezelfde periode een jaar eerder. De stikstof- en PFAS-maatregelen krijgen steeds meer grip op de bouwsector. De eerste acute problemen als gevolgen van het uitbreken van het coronavirus zijn voorbij, waardoor de bouwsector met minder belemmeringen kan doorwerken.

De maatregelen van Prinsjesdag

De hoop was dat tijdens Prinsjesdag maatregelen bekend zouden worden die de bouwsector een stevige duw in de rug konden geven. Er zijn zeker maatregelen genomen die de intentie hebben om de bouw te bevorderen, maar belangrijke ingrepen die de bouwsector op termijn bestendiger kunnen maken, bleven uit.

Eerst het goede nieuws. Volgend jaar komt 295 miljoen euro beschikbaar voor het versnellen van de woningbouw. Hiervan is 95 miljoen euro een eenmalige impuls en komt de komende tien jaar 100 miljoen euro per jaar beschikbaar om de stikstofuitstoot bij de bron aan te pakken. In de Miljoenennota is niet beschreven om welke bron het gaat, maar aangezien het geld uit de woningbouwbegroting komt, mag worden verondersteld dat het om de uitstoot van stikstof bij bouwprojecten gaat. Met dit geld kunnen bijvoorbeeld investeringen in duurzaam materieel worden gestimuleerd.

Ook komt 20 miljoen euro beschikbaar om leegstaand zakelijk vastgoed te transformeren naar woningen. Daarnaast wordt een korting van 62 miljoen euro gegeven op de verhuurderheffing om meer nieuwbouw door woningcorporaties mogelijk te maken. Ten slotte wordt voor 2 miljard euro aan overheidsprojecten naar voren gehaald om bouwers aan het werk te houden. Het betreft ongeveer 1,5 miljard euro aan projecten voor onderhoud aan wegen en spoor en bijna 500 miljoen euro voor het verduurzamen van gebouwen van het Rijksvastgoedbedrijf en Defensie. Deze investeringen zijn gericht op behoud en verbetering en ondervinden daardoor geen beperkingen van de stikstofmaatregelen.

Regie door het rijk

Het veel grotere goede nieuws is nog niet in geld uit te drukken. Het rijk trekt de regie op het gebied van de woningbouw naar zich toe door te onderzoeken of er een Rijksontwikkelbedrijf moet komen dat zich bezig gaat houden met actief grondbeleid. Het rijk wil hiermee strakker sturen op de plancapaciteit, woningbouwproductie en het bouwen voor specifieke doelgroepen. Daarnaast krijgt het rijk via de Nationale Omgevingsvisie de regie over 14 grootschalige woningbouwprojecten in de Randstad, Zwolle, Eindhoven, Groningen en Nijmegen.

Verder studeert het kabinet op een doorbouwgarantie. Dit houdt in dat woningbouwprojecten met garantie van de overheid toch doorgang kunnen vinden als er onvoldoende kopers zijn. Dit is op dit moment niet het geval, maar tijdens de vorige crisis gingen woningbouwprojecten geregeld niet door omdat er te weinig woningen waren verkocht. Het kabinet wil dit nu voorkomen. Noodzaak is om te zorgen dat de garantie niet resulteert in risicovol gedrag door projectontwikkelaars. Zij moeten woningen bouwen waar brede vraag naar is en zich niet alleen richten op dure koopwoningen die met behulp van de overheidsgarantie toch wel kunnen worden afgebouwd.

Belangrijke maatregelen blijven uit

Dan het slechte nieuws. De maatregelen om de stikstofproblematiek aan te pakken zijn beperkt. Wel overweegt de overheid om toch enige uitstoot van stikstof toe te staan rond beschermde natuurgebieden (via een zogenoemde drempelwaarde). Dit zou in ieder geval ruimte kunnen geven aan kleinschalige en tijdelijke bouwprojecten. In ruil hiervoor moet de sector er alles aan doen om zo schoon mogelijk te werken. De jaarlijkse 100 miljoen euro die de komende tien jaar beschikbaar wordt gesteld moet dan ook als stimulans dienen om te investeren in verduurzaming; het aanbod van elektrisch materieel is op dit moment bijvoorbeeld nog beperkt.

Maar omdat de uitstoot van de bouwsector niet van de een op de andere dag drastisch omlaag kan, blijft het de vraag of en wanneer de overheid de verruiming doorvoert. Het nemen van bronmaatregelen in andere sectoren verloopt eveneens moeizaam, gezien de berichten over het lagere aantal varkenshouderijen dat wil stoppen dan eerder gedacht.

De beschikbare financiële middelen voor woningcorporaties om extra woningen te bouwen zijn beperkt tot een korting van 62 miljoen euro op de verhuurderheffing. Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft eerder aangegeven dat zij de beslissing om de verhuurderheffing volledig op te heffen aan een volgend kabinet wil laten. Een klein lichtpuntje was er tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen nog wel; minister-president Rutte gaf aan dat het kabinet wil praten over een mogelijke verdere verlaging van de verhuurderheffing tijdens de huidige regeringsperiode.

De gevolgen voor de bouwsector

Naar verwachting krijgt de bouwsector de rest van 2020 meer last van de gevolgen van de stikstofmaatregelen en het coronavirus. De effecten op de korte termijn waren beperkt, waardoor de prognoses voor 2020 wat naar boven zijn bijgesteld. Dit wil niet zeggen dat ook de verdere toekomst er rooskleuriger uitziet. De verwachtingen voor 2021 zijn naar beneden bijgesteld. Dit betekent concreet dat we verwachten dat de dip in de bouwsector later komt dan eerder gedacht. De kortetermijneffecten van de ‘lockdown’ zijn milder geweest, terwijl de effecten op de lange termijn naar verwachting zwaarder gaan wegen. De verwachtingen voor de bedrijfsinvesteringen zijn zeer negatief, de werkloosheid loopt verder op en de steunmaatregelen van de overheid worden versoberd wat vooral gevolgen heeft voor de hard geraakte sectoren. Dit alles zorgt voor minder werk voor de bouwsector. In combinatie met het uitblijven van structurele maatregelen om de stikstofproblematiek op te lossen, maakt dat de verwachtingen voor 2021 naar beneden zijn bijgesteld.

Veel hangt in deze prognoses af van de ontwikkeling van het aantal besmettingen. Op dit moment neemt het aantal besmettingen weer hard toe. De nieuwe maatregelen om dit tegen te gaan zijn mild en hebben weinig effect op de ontwikkeling van de bouwproductie. Dit kan veranderen wanneer aanvullende maatregelen worden genomen.