Human capital: het enige kapitaal dat ertoe doet

door: Han Mesters

Nederland heeft de taak een maatschappij op te tuigen die is gebaseerd op recycling en hergebruik; de circulaire economie genoemd. Dat gaat met horten en stoten. Fiscaal gezien zou de overheid de overgang naar een meer circulaire economie kunnen aanmoedigen. Hoe zit dat? De belastinginkomsten op arbeid zijn ruim vijf keer hoger dan die op grondstoffen en vervuilende producten (denk dan aan milieubelastingen, belastingen op energie, luchtvervuiling, water en fossiele brandstoffen). Daardoor wordt het gebruik van grondstoffen en goederen gestimuleerd, terwijl de meer arbeidsintensieve circulaire economie maar moeilijk van de grond komt. ABN AMRO onderzoekt of het mogelijk is een verlaging van de lasten op arbeid en verhoging van belastingen op grondstoffen en vervuilende productie in te voeren. Deze publicatie is de vierde van een serie waarin de voor- en tegenargumenten worden belicht.

De veelgehoorde oproep om arbeid minder te belasten en het verbruik van natuurlijke hulpbronnen meer, is juist nu urgent. De coronacrisis raakt een aantal sectoren structureel, terwijl andere profiteren. Daardoor ontstaat grote spanning op de arbeidsmarkt, die alleen kan worden opgelost wanneer mensen worden omgeschoold om op hele nieuwe terreinen aan het werk te kunnen. Opleidingen zijn echter kostbaar, evenals het bieden van werkplekken om mensen in hun nieuwe omgeving ervaring op te laten doen. Fiscale stimulansen kunnen bijdragen tot het ontwikkelen van een arbeidsmarkt waarbij de werknemer mobiel is en waar talent optimaal worden benut.

Hoewel de werkgelegenheid in geraakte sectoren als luchtvaart, recreatie en horeca door overheidssteun nu nog redelijk op peil blijft, lijkt een sterke afname op een later moment onvermijdelijk. Een volledig herstel daarna zal lang op zich laten wachten, of nooit meer plaatsvinden. Zo wordt verwacht dat de luchtvaartsector pas weer in 2025 op het oude niveau zit en dat de schade aan de sectoren recreatie en horeca pas echt kan worden hersteld als de dreiging van virus is verdwenen. En werknemers uit de vastgoedsector moeten vrezen voor structurele overcapaciteit in hun sector wanneer thuiswerken een blijvertje wordt. Dit raakt in het verlengde hiervan ook beveiligers, schoonmakers en werknemers in de bedrijfscatering. In de miljoenennota 2021 wordt een toename van de werkloosheid met 150.000 verwacht in 2021.

Automatisering
De coronacrisis komt bovenop een trend binnen de arbeidsmarkt die al veel langer gaande is; de verschuiving van banen met een repetitief karakter naar banen waar creativiteit en analytisch vermogen noodzakelijk is. Het Centraal Planbureau (CPB) toont deze ontwikkeling door de verschillende vormen van werk in een aantal herkenbare categorieën te classificeren (figuur 1), een methode die al langer wordt gebruikt door het Amerikaanse Bureau of Labor Statistics (BLS). De boodschap is voor Nederland en de Verenigde Staten identiek: technologie vervangt al jaren werk met een sterk routinematig karakter. Deze ontwikkeling was eerst vooral zichtbaar bij fysieke arbeid met een sterk routinematig karakter, zoals bij productieprocessen in de auto-industrie waarbij de arbeider langzaam werd verdrongen door de robot. Inmiddels laat de computer ook diepe sporen na bij repetitief denkwerk (‘routine cognitief’). Hier gaat het om bijvoorbeeld administratieve functies en teken- en rekenwerkzaamheden in technische beroepen die in toenemende mate worden geautomatiseerd.

De aandacht van werkgevers in de meeste sectoren gaat tegenwoordig vooral uit naar zogeheten kenniswerkers, professionals met opleiding HBO+. In figuur 1 worden deze weergegeven door de lijn ‘non-routine interactief’ en in iets minder mate door de lijn ‘non-routine analytisch’. Het zijn deze kenniswerkers die nu het verschil maken; bij het ontwikkelen van nieuwe producten, bij het samenwerken met andere professionals in teams, bij het te woord staan van klanten en bij het aansturen van andere professionals. Koplopers als Microsoft laten zien dat het onderscheidend vermogen van succesvolle ondernemingen allang niet meer ligt in machines, productiecapaciteit en procesoptimalisatie, maar in kennis en creativiteit van medewerkers. Microsoft kent aan deze laatste factoren in ieder geval zelf verreweg de hoogste financiële waarde toe.

Omscholing

De gevolgen van de coronacrisis en de al langer ingezette automatisering vereisen een flexibele arbeidsmarkt waarbij werknemers makkelijk naar andere sectoren en ander type werk kunnen overstappen. Dit vergt hoge investeringen in om- en bijscholing en het aanbieden van werkplekken waar relatief onervaren werknemers ervaring kunnen opdoen.

In een enquête van het Sociaal Cultureel Planbureau van drie jaar geleden gaf ruim de helft van de werkgevers aan dat de van werknemers vereiste kennis en vaardigheden snel veranderen. Toch blijkt investering in scholing van het personeel niet altijd een prioriteit, maar sterk mee te bewegen met het economisch tij. In de huidige crisis zullen om- en bijscholingsbudgetten opnieuw onder druk komen. Daarnaast valt flexibel personeel vaak buiten de boot en zijn werkgevers bovendien huiverig om te investeren in ouder personeel. Dat betekent dat een deel van het potentieel onvoldoende aansluiting kan vinden in de enorme transitie op de arbeidsmarkt die nu gaande is.

Bekostiging van omscholing van personeel kan op dit moment met steun van sectorfondsen. Helaas kunnen deze fondsen alleen worden aangesproken wanneer sprake is van een opleiding binnen dezelfde sector. Een werknemer die naar een andere sector wil overstappen, zal zijn opleiding zelf moeten betalen of hopen dat de oude of eventueel nieuwe werkgever in de buidel tast. De overheid blijft in dit proces relatief afzijdig, al hebben werkgevers die als gevolg van de coronacrisis gebruikmaken van de tweede ronde van salarissteun – de NOW-2-regeling – een inspanningsverplichting om werknemers te laten om- of bijscholen.

Dit lijkt  daarom een goed moment voor de overheid om met fiscale maatregelen te komen die snelle aanpassingen op de arbeidsmarkt mogelijk maken. Bijvoorbeeld  door de lasten op arbeid generiek te verlagen. Dit stimuleert werkgevers om nieuwe werknemers op de werkvloer ervaring te laten opdoen en het creëert extra financiële ruimte om fondsen voor om- en bijscholing op te zetten. Specifieke maatregelen om opleidingskosten te drukken, zijn eveneens welkom; waar de overheid nu wel een speciale investeringsaftrek biedt voor bijvoorbeeld kleinschalige investeringen in bedrijfsmiddelen of in milieumaatregelen, ontbreekt het aan een dergelijke regeling voor scholingskosten. In een samenleving die op de kop staat door de crisis en razendsnelle technologische ontwikkeling, zou mobiliteit van de werknemers prioriteit moeten hebben.

 

Bron Figuur: CPB, Van den Berge & Ter Weel juli 2015