Headlines ǀ Verlaging belasting op zorg geeft de sector meer lucht

door: Anja van Balen

Zorg is duur, en meer dan de helft van de kosten gaat naar personeel. Zorgverzekeraar DSW, die deze week als eerste een stijging in de zorgpremie bekendmaakte, schrijft de toename vooral toe aan de stijging van de loonkosten. En dan gaat het niet alleen om de directe salarissen, maar ook om de sociale lasten, die weer deels worden ingezet om de zorg te kunnen financieren. Een carrousel van kosten.

Deze publicatie is de vijfde van een serie, waarin de invloed van het belastingstelsel zowel vanuit verschillende sectoren als in brede zin wordt belicht.

Insight

Duizend euro netto. Dat krijgt het ziekenhuiszorgpersoneel dit jaar extra. Als bonus, als bedankje voor hun inzet voor patiënten – aandacht die door iedereen die ziek of zwak is enorm wordt gewaardeerd. Maar boven op die bonus komt nog eens tachtig procent aan algemene kosten: inkomstenbelasting en werkgeverspremies. Dat is eigenlijk te veel, bemerkt de overheid, waardoor nu alweer wordt overwogen om minder zorgmedewerkers voor de ‘coronabonus’ in aanmerking te laten komen.

Dit zet kwaad bloed: waarom is de laborant die bij nacht en ontij bloed moest onderzoeken, of de operatieassistent die de intensive care ondersteunde, minder essentieel dan de ic-verpleegkundige? Dat is niet uit te leggen. Zorg wordt geleverd door een team, niet door een individu. En gesteggel over de vergoeding werkt niet bepaald motiverend voor het zorgpersoneel om zich bij een tweede golf weer volledig in te zetten voor de goede zaak.

Voor meer evenwichtig en breed gedragen salarisbeleid in de zorg zijn kennelijk creatieve oplossingen nodig. Verlaag bijvoorbeeld de belastingdruk op zorgverlening. Bovenop het brutosalaris betaalt de werkgever nu 22 procent aan sociale lasten. Als we deze 22 procent nu eens markeren als kosten die niet thuishoren in de zorg? Wat zou dat voor mogelijkheden bieden?

Een rekensom. In 2018 werd 64,7 miljard euro aan kosten gemaakt bij zorginstellingen waar patiënten ook ‘s nachts kunnen verblijven: de ziekenhuizen, de gehandicaptenzorg, de ouderenzorg en de GGZ. De salariskosten van deze zorgaanbieders samen bedroegen 29,4 miljard euro. Daar bovenop kwam nog eens 6,5 miljard euro aan sociale lasten. Een deel van deze lasten komt weer bij de zorgsector terecht, zodat eenvoudig geld wordt rondgepompt.

Als we deze 6,5 miljard euro, ongeveer een tiende van de totale zorgkosten, nu eens niet zouden laten betalen door de zorgverleners, dan blijft er heel veel geld over om te veranderen. Dan kunnen er veel meer handen komen aan het bed, wat de stress bij zorgverleners verlaagt. Verpleegkundigen zouden op een hoger startsalaris kunnen beginnen – allemaal maatregelen die het vak aantrekkelijker maken. En wellicht kan de zorg ook nog groeien om de extra zorgvraag door vergrijzing beter aan te kunnen.

De kosten moeten natuurlijk wel ergens worden opgevangen. Met het oog op het behalen van de doelstelling uit het klimaatakkoord zou het een optie zijn om de belasting op vervuiling en verbruik van natuurlijke hulpbronnen voor goederen stevig te verhogen. Dan betaalt de consument via deze belastingen een gedeelte aan de zorg, en kan zelfs de premie wellicht omlaag. En dan kunnen gewoon alle zorgmedewerkers de bonus krijgen die ze verdienen.

In Headlines & Insights geeft ABN AMRO duiding bij het nieuws.

Meer informatie:

ABN AMRO-publicatie Eén op de vijf vacatures in de zorg onvervulbaar

Eerdere publicaties in de serie zijn een algemene beschouwing, en de invloed van het belastingstelsel op respectievelijk de energietransitie, de sector retail en de sector zakelijke dienstverlening.