De vergeten routes naar minder en beter vlees

door: Rob Morren

De totale vleesconsumptie in Nederland is al jaren betrekkelijk stabiel, ondanks talloze initiatieven om de consument te laten minderen. Voor een verlaging zijn er alternatieven nodig die vooral de circa 40%van de bevolking aanspreken die bijna dagelijks vlees eet tijdens de avondmaaltijd. Zij ruilen een stukje vlees niet graag in voor alternatieven zoals peulvruchten of kant-en-klare vleesvervangers uit de supermarkt.

De eiwittransitie versnellen

De wereld staat voor de stevige uitdaging om het voedselsysteem te verduurzamen. Een voedselsysteem waarbij we een prijs voor vlees betalen die ruimte biedt om dieren respectvol te behandelen, milieuschade te reduceren en boeren van een goed inkomen en duurzame investeringsmogelijkheden te voorzien. Een voedselsysteem bovendien waarbij de hoge consumptie van vlees in westerse landen bij voorkeur sterk naar beneden gaat en die in ontwikkelingslanden iets omhoog kan. Juist in die landen stijgt volgens de divisie Food and Agriculture van de Verenigde Naties (FAO) door bevolkings- en welvaartsgroei de consumptie van vlees met circa 1,5 procent per jaar en groeit de veestapel en de vraag naar veevoer.
Helaas hebben boeren in die landen minder technologische middelen en kennis over bijvoorbeeld kringlooplandbouw dan bijvoorbeeld de Nederlandse. Dit leidt dat volgens de FAO dan ook tot hogere CO₂-emissies. Het is daarom de taak van Nederland en andere landen die voorop lopen in technologie, consumentenkennis en productontwikkeling om een zo breed mogelijk arsenaal aan aantrekkelijke alternatieven te ontwikkelen om vlees duurzaam in te passen in een westers consumptiepatroon.

Alternatieven voor vlees

Uit consumentenonderzoek van Panelwizard in opdracht van ABN AMRO blijkt dat de Nederlandse consument nog het meest positief staat tegenover het consumeren van vis als alternatief voor vlees, hoewel de consumptie ervan nog laag is. En de verkoop van bijvoorbeeld kant-en-klare vleesvervangers, zoals vegetarische burgers en kipstukjes, stijgt al jaren fors, maar zet nog weinig zoden aan de dijk; het segment omvat slechts 5 procent van de totale consumptie van vlees.

Dat vlees bij een groot deel van de bevolking populair blijft, heeft allerlei redenen: het alternatief is te duur, niet lekker genoeg of er is simpelweg geen behoefte aan. Ook voortschrijdend wetenschappelijk inzicht kan soms voor verwarring zorgen en de visies op de consumptie van vlees veranderen. Zo publiceerde een vooraanstaand Amerikaans cardiologietijdschrift onlangs een onderzoek dat de consumptie van onbewerkt vlees eigenlijk niet zo ongezond is als vaak wordt beweerd.

Zelfde doel, andere route

Maar als we het als samenleving belangrijk vinden om de consumptie van vlees terug te dringen, moet de keuze aan alternatieven groter worden en bovendien in de schijnwerpers worden gezet. Twee opvallende alternatieven spreken ruim een derde van de frequente vleesconsumenten aan, terwijl ook flexitariërs hiervoor interesse tonen: hybride vleesproducten en kleinere, maar betere porties.

Hybride vleesproducten zijn licht bewerkte producten die voor 50 procent uit vlees en voor 50 procent uit plantaardige ingrediënten bestaan, zoals oesterzwammen of reststromen uit de groentesector. Ze benaderen qua smaak, sappigheid en textuur een echte hamburger.
Deze producten liggen al klaar op de ontwikkelingsafdelingen van vleesverwerkers en worden op bescheiden schaal verkocht, zoals de Blended Burger van GRO.

Als het gaat om ander gedrag luidt de boodschap nu vaak: “Eet eens een dag of week geen vlees.” Een alternatieve boodschap zou zijn: “Eet het nog net zo vaak, maar een halve portie.” En kies dan tegelijk voor duurzamer en smaakvoller onbewerkt vlees, Voorbeelden zijn kleinere hamburgers en recepten met 150 gram gehakt en meer groente in plaats van 300 gram gehakt.

Meer en creatieve alternatieven kunnen de vleesconsumptie keren. Door ze te omarmen ontstaan er meer routes naar het zelfde einddoel.

Deze column is eerder verschenen op VMT.nl