De energietransitie vaart tegen de wind in

door: Arnold Mulder

Nederland heeft ambitieuze doelstellingen voor een circulaire economie. Ook ABN AMRO is sterk gecommitteerd aan de transitie naar een toekomstbestendige economie die is gebaseerd op recycling en hergebruik. In de praktijk blijkt dat het belastingstelsel een barrière vormt voor circulaire innovatie, omdat het huidige stelsel niet-duurzaam ondernemen beloont. Om die reden pleiten wij voor een fiscale koerswijziging; een verlaging van de lasten op arbeid en verhoging van belastingen op grondstoffen en vervuiling. De coronacrisis creëert extra momentum om hierover na te denken. Deze publicatie is de tweede van een serie, waarin de invloed van het belastingstelsel zowel vanuit verschillende sectoren als in brede zin wordt belicht.

De energietransitie vaart tegen de wind in

Nederland is begonnen aan een enorme verbouwing: de energietransitie. Om die verbouwing tot een goed einde te brengen, zijn reeds vele beleidsmaatregelen genomen en zullen er tot 2050 nog honderden volgen. Kan dat eenvoudiger? Zeker, als we tenminste beginnen bij de basis: een verbouwing van ons belastingsysteem. Een systeem dat vervuiling en het gebruik van grondstoffen minimaliseert en juist ruimte biedt aan mensen die zich bezighouden met innovatie en zorgdragen voor een degelijke planning, ontwerp en uitvoering van de transitie. Ons belastingsysteem lijkt ons echter een andere kant op te willen duwen: het veroorzaken van vervuiling en grondstoffen zijn nog even ‘goedkoop’ als een paar decennia geleden, terwijl arbeidskosten sneller stijgen dan ons inkomen. Draai deze ontwikkeling om, en de energietransitie krijgt vanzelf de wind in de rug.

Schijn bedriegt

Milieubelastingen lijken op het eerste gezicht steeds meer geld in het laatje te brengen, maar schijn bedriegt. De opbrengst daarvan steeg tussen 2001 en 2018 met 70 procent naar 11 miljard euro. Voegen we daar heffingen op mobiliteit aan toe, zoals accijnzen op brandstof, dan stijgt de opbrengst tot 27,5 miljard euro. Onze economie groeide echter even snel mee. In 2001 bedroegen de milieubelastingen exclusief die op mobiliteit 6,0 procent van alle belastinginkomsten en 1,3 procent van het bruto binnenlands product. In 2018 is daar vrijwel niets aan veranderd: milieuheffingen beslaan nu 5,8 procent van de belastinginkomsten en 1,4 procent van het bruto binnenlands product. De verdeling van de lasten tussen bedrijven en huishoudens bleef eveneens stabiel. In zowel 2001 als in 2018 werd 38 procent van de lasten gedragen door het bedrijfsleven en betaalden huishoudens de overige 62 procent.


Gesleutel

Zo bezien is ons belastingsysteem tussen 2001 en 2018 niet groener geworden, al is er wel flink gesleuteld aan de milieubelastingen. Het aandeel van de energiebelasting op het totaal van milieubelasting (exclusief mobiliteit) is bijvoorbeeld gestegen van 36 procent naar 52 procent (zie figuur 4). Ook werden in de tussentijd CO2-emissierechten ingevoerd voor grote bedrijven, inmiddels verantwoordelijk voor 2 procent. De brandstoffenbelasting, in 2001 nog goed voor 9 procent van de milieubelasting, levert de laatste jaren nauwelijks nog iets op.

De verpakkingsbelasting die in 2008 werd ingevoerd, werd in 2014 alweer de nek omgedraaid nadat bedrijven in 2012 beloofden zelf in actie te komen. Deze belasting leverde op het hoogtepunt in 2010 zelfs 299 miljoen euro op. De vliegbelasting die in 2008 en 2009 van kracht was, trof een vergelijkbaar lot. Nadat enkele vliegmaatschappijen hun vluchten naar Nederlandse luchthavens stopten en reizigers de belasting omzeilden door via Duitse of Belgische luchthavens te vliegen, werd de belasting weer afgeschaft. Een herintroductie van de vliegbelasting staat overigens voor 2021 gepland.


Verloren tijd

Er mag dan veel gesleuteld zijn aan de milieubelastingen, het resultaat is dat we de afgelopen decennia niet meer zijn gaan betalen voor het veroorzaken van vervuiling of het gebruik aan grondstoffen. Het is geen wonder dat veel duurzame verdienmodellen zodoende duurder blijven dan het vervuilende alternatief. Zo zijn met de afschaffing en de beoogde herintroductie van de vliegbelasting twaalf kostbare jaren verloren gegaan. Op dit moment wordt hard gewerkt aan het opschalen van de productie van biobrandstoffen uit reststromen om zo een duurzaam alternatief te creëren voor kerosine. De kosten zijn echter nog te hoog; het gebruik van biobrandstoffen uit bijvoorbeeld frituurvet resulteert in een meerprijs per retourticket naar New York van 100 tot 200 euro. De vliegbelasting had tien jaar geleden al een groot deel van dit economische gat kunnen dichten door bijvoorbeeld de belasting van 45 euro per ticket die destijds op intercontinentaal verkeer werd geheven als subsidie voor schone alternatieven in te zetten.

Arbeid wordt wel duurder

Wie wel eens een aannemer inhuurt, weet waarschijnlijk al lang dat materialen en grondstoffen vaak maar een klein deel van de factuur beslaan. Geregeld is arbeid de grootste kostenpost. Dit is zeker het geval wanneer de werkzaamheden intensieve voorbereiding vereisen. Wie bijvoorbeeld een huis of kantoor energieneutraal wil maken, moet goed beslagen ten ijs komen. Hoe ambitieuzer, duurzamer of innovatiever het doel, hoe meer tijd gaat zitten in het maken van een plan met technische experts.

De energietransitie zou daarom een duw in de rug krijgen als arbeid goedkoper wordt. Het tegenovergestelde is het geval. Terwijl het bruto binnenlands product tussen 2008 en 2016 met 9 procent steeg, stegen de arbeidskosten in dezelfde periode met 15 procent. In de nijverheid en energie was dit zelfs 18 procent. Een steeds groter deel van ons inkomen zijn we zodoende kwijt aan arbeid als we vakmensen willen inschakelen.


Overheid leunt sterker op arbeidsbelastingen

Waar het aandeel milieubelastingen constant bleef in de totale belastingopbrengsten, groeit het belang van belastingen op arbeid wel sterk. Inkomsten- en loonbelasting namen in 2001 nog 21 procent van de totale belastinginkomsten voor hun rekening, waar dit in 2018 was gestegen tot 32 procent. Als we deze arbeidsbelastingen afzetten tegen de totale overheidsinkomsten of het bruto binnenlands product zien we eenzelfde beeld: belastingen op arbeid nemen in belang toe.

Tegenwind

De energietransitie lijkt zodoende tegen de wind in te varen: de overheid maakt vervuiling materialen en grondstoffen niet duurder, terwijl zij vakmanschap en broodnodige kennis steeds zwaarder belast. Zou het eenvoudiger worden om de energietransitie te voltooien wanneer dit precies wordt omgedraaid? U mag het zeggen. Tegen de wind in zeilen is niet onmogelijk. Maar experts in de zeilsport weten mij te vertellen dat je een stuk sneller gaat met de wind in de rug.

Een opiniestuk op basis van deze analyse is tevens verschenen in het Financiele Dagblad.

Volgende aflevering:

In het volgende artikel van deze reeks bespreekt sector banker Henk Hofstede van ABN AMRO het gedachtegoed van Ex’tax vanuit zijn rol als expert in de retailsector.