Overstappen naar duurzaam materieel

door: Casper Wolf

De sectoren bouw, agrarisch en transport staan voor een grote verduurzamingsopgave als gevolg van het in 2019 gesloten Klimaatakkoord. Verreweg de meeste bouwmachines, tractoren en vrachtwagens die zij gebruiken rijden op diesel, met een hoge uitstoot van stikstof en CO₂ als gevolg. Grootschalig overstappen op materieel dat elektriciteit of waterstof verbruikt, is complex en duur en bovendien lastig vanwege de beperkte beschikbaarheid ervan. Niets doen is echter geen optie. Naar verwachting is dat de overheid richting 2030 in toenemende mate beperkingen oplegt aan materieel met een hoge uitstoot. Door de lange terugverdientijden op materieel, lopen de meerkosten van traditionele motoren steeds sterker op, verwacht ABN AMRO. Voor veel ondernemingen zullen tussenstappen nodig zijn: wie daarin de juiste keuzes maakt, behoort de komende jaren tot de winnaars.

Een uitgebreide analyse van de sectoren agrarisch, bouw en transport is hieronder te downloaden:

Rapport-duurzaam-materieel.pdf (2 MB)
Download

Het bedrijfsleven heeft recent concrete ambities gesteld om de uitstoot te verminderen. Zo sloten bouwbedrijven en agrarische bedrijven met de rijksoverheid en decentrale overheden in 2016 de Green Deal ‘Het Nieuwe Draaien’, met als doel de reductie van vervuilende emissies zoals CO₂, stikstof en fijnstof. Dit jaar richtte enkele bedrijven uit de grond-, wegen- en waterbouw (gww) het Emissieloos Netwerk Infra op, dat beoogt om in 2026 volledig met emissieloos materieel te bouwen. Distributiebedrijven, retailers en overheden sloten de Green Deal ‘Zero Emission Stadslogistiek’ dat de doelstelling heeft om in 2025 dertig tot veertig emissievrije stadskernen te hebben. Het Klimaatakkoord – dat mede is ondertekend door het bedrijfsleven – beoogt volledig emissieloos bouwverkeer en mobiele werktuigen in 2030.

Door de stikstofcrisis van 2019 zijn ondernemers direct geconfronteerd met nadelen die aan een traditionele manier van werken leven. De beperkende maatregelen van de overheid en het laatste advies van het adviescollege Remkes hierover vormen een nog meer dwingende reden voor verduurzaming van materieel. De noodzaak voor verduurzaming van materieel is daarmee inmiddels verschoven van belangrijk naar urgent.

Vanaf 2030 moet materieel voor een groot deel emissieloos zijn. Ondernemers doen er bij de investering in nieuw materieel daarom vandaag al verstandig aan om verder te kijken dan kosten van aanschaf of de brandstof. Kijkend naar de gehele levenscyclus zal duurzaam materieel financieel gezien steeds vaker als beste optie uit de bus komen.

De ondernemer moet wel een slimme keuze maken welk type duurzaam materieel het meest passend is voor zijn onderneming. Elektrificatie is een goede optie voor kleiner materieel. Waterstof heeft de grootste voordelen voor zwaarder materieel, maar de betaalbaarheid en beschikbaarheid hiervan is nog beperkt. LNG en biobrandstoffen bieden daarom voor de wat kortere termijn goede mogelijkheden.

Verduurzaming van het materieel is dus mogelijk, maar gebeurt echter nog maar beperkt. Dit ligt onder andere aan hogere aanschafkosten en onzekerheid over de opbrengsten, zoals bijvoorbeeld de restwaarde van het materieel. Met gebruiksperiodes van zes tot vijftien jaar van materieel is 2030 echter dichterbij dan sommige ondernemers zich realiseren. Subsidies, de verwachte introductie van rekeningrijden en toenemende regelgeving als gevolg van het Klimaatakkoord maakt duurzaam materieel over de gehele levenscyclus voordeliger.

Het is daarom noodzaak om nu al een beeld te vormen van de voor- en nadelen van duurzaam materieel en de afweging te voorzien van een grondige analyse aangaande de totale kosten gedurende de totale gebruiksduur.