NL Weekly – De week van het herstelfondsakkoord en de lagere loonstijging

door: Philip Bokeloh , Sandra Phlippen , Nora Neuteboom , Floortje Merten , Piet Rietman

  • Europese regeringsleiders sluiten historisch akkoord
  • Afdingen op Europa ten koste van klimaat
  • Recente CAO’s: zwakkere loonstijging
  • Verdere versoepeling leennormen stuwt huizenprijs op
  • TOZO-regeling krijgt mogelijk scherpere focus
200724-NL-Weekly-afdingen-Europa-ten-koste-van-klimaat.pdf (45 KB)
Download

Regeringsleiders sluiten historisch akkoord

Dinsdag hebben de Europese regeringsleiders een akkoord bereikt over de nieuwe meerjarenbegroting en het coronaherstelfonds. De begroting van 2021-2027 is vastgesteld op EUR 1.074 mld (iets minder dan het initiële voorstel van EUR 1.100 mld). De ‘vrekkige vier’ hebben een verhoogde korting weten te bedingen op de meerjarenbegroting. Voor Nederland komt de korting uit op EUR 1,9 mld per jaar in plaats van EUR 1,5 mld. Daarnaast hebben de EU-leiders ingestemd met minder subsidies in het herstelfonds. Het oorspronkelijke voorstel kende een verdeling van EUR 500 mld subsidies en EUR 250 mld leningen. Dat is EUR 390 mld om EUR 360 mld geworden. Ook is er op dringend verzoek van Nederland een noodremprocedure toegevoegd. Om aanspraak op subsidie te maken, moet een meerderheid van de Europese Raad instemmen met het door de lidstaat ingediende hervormingsplan. Mocht een lidstaat afwijken van het aangenomen hervormingsplan, dan kan dit leiden tot een opschorting van de subsidie.

Ook over de verdeelsleutel van de ‘Faciliteit voor Herstel en Weerbaarheid’, die EUR 312.5 mld aan directe subsidies omvat, is een akkoord bereikt. In 2021 en 2020 wordt 70% van de giften uitbetaald op basis van de verdeelsleutel van de Europese Commissie, die gebaseerd is op BNP per hoofd van de bevolking, de totale populatie in 2019 en de werkloosheid tussen 2015 en 2019. Bij de verdeling van de overige 30% wordt het werkloosheidscriterium vervangen door het verlies aan reëel BNP in 2020 en 2021. Voor Nederland komt dit neer op ongeveer EUR 4,3 mld aan giften. Het geld dat de Europese Commissie op de kapitaalmarkten voor de giften leent, zal zij tussen 2026 en 2058 terugbetalen. Een deel van de financiering komt van nieuwe Europese belastingen. De rest komt van afdrachten van de afzonderlijke lidstaten naar rato van hun aandeel in het Europees BNP. De leningen moeten de ontvangende landen terugbetalen en kunnen hooguit bij faillissementen tot een hogere afdracht van Nederland leiden. De betalingsverplichting van de lidstaten aan de meerjarenbegroting wordt verhoogd naar 1.46% van het BNI, wat voor Nederland neerkomt op een jaarlijks bedrag van EUR 11 mld. Na de bedongen korting van EUR 1,9 mld resteert EUR 9,1 mld.

Het huidige akkoord behoeft nog goedkeuring van het Europees Parlement. Dat heeft al enige kritiek geuit op de uitkomst van de onderhandelingen, onder andere op het gebied van respect voor de rechtstaat en de totale omvang van de meerjarenbegroting. (Floortje Merten, Nora Neuteboom)

Afdingen op Europa ten koste van Klimaat

Om de ‘vrekkige’ lidstaten aan boord te krijgen, zijn cruciale duurzame investeringen uit de Europese begroting en het herstelfonds geschrapt. Ook Nederland heeft hier in haar klimaatambities last van. Dit neemt niet weg dat het akkoord wereldwijd veruit de meeste potentie voor een groene herstart van de economie na Covid-19 bevat. Ook in de uiteindelijke afspraken is vastgelegd dat tenminste 30 procent van alle uitgaven moet bijdragen aan verduurzaming.
Ten opzichte van het initiële voorstel zit de teleurstelling voor de klimaatdoelstellingen vooral in twee aspecten. Ten eerste is het fonds waaruit landen die zwaar op fossiele energie leunen en compensatie voor de transitie krijgen, met 67 procent gekort naar EUR 10 mld. Ook de voorwaarde voor geld uit dit fonds is veranderd. Initieel moesten lidstaten zich committeren aan de klimaatdoelstelling van Parijs met nationaal beleid. Deze voorwaarde is losgelaten. In plaats daarvan krijgen lidstaten die zich niet committeren niet het volledige bedrag uitgekeerd, maar slechts de helft. Deze aanpassing reduceert de prikkel om mee te werken aan de energietransitie voor de landen die zwaar op fossiel leunen. Ten tweede zijn de programma’s waarin veel als duurzaam geoormerkte investeringen voorkwamen, Horizon2020 en InvestEU, met respectievelijk 63 en 81 procent gekort.
Wel is er het voornemen om de belastingopbrengsten van het emissiehandelsysteem (ETS) en de opbrengsten van een op vervuiling gestoelde importbelasting in te zetten als investeringsbudget, zodat de misgelopen klimaatinvesteringen op een later moment alsnog doorgang kunnen vinden. (Sandra Phlippen)

Loonontwikkeling zakt in

De contractloonontwikkeling is op een substantieel lager niveau dan vóór de coronacrisis. Dat kunnen we inmiddels zeggen op basis van de cao’s die weer mondjesmaat worden afgesloten: negen in juni en twee in juli. Daarin zien we dat rond de 2% loonstijging is afgesproken, tegen circa 3% loonstijging begin dit jaar. Echter, die 2% geeft om drie redenen een te rooskleurig beeld. Ten eerste zijn enkele van deze cao’s bereikt in sectoren waar de looptijd van de oude cao al was verstreken en er voor de tussenliggende periode geen compensatie was. Door alleen naar de afgesloten cao’s te kijken, blijft de periode dat de loonstijging nihil was buiten beeld. Ten tweede zijn dit cao’s in sectoren waar ondernemers kennelijk voldoende financiële ruimte hadden om überhaupt een nieuwe cao af te sluiten. Het is de vraag hoe representatief deze sectoren zijn voor de gehele economie. Ten derde is de looptijd van deze cao’s gemiddeld 12 maanden. Onder normale economische omstandigheden is de looptijd twee keer zo lang. Na afloop van deze korte looptijden is ook NOW 2.0 voorbij, neemt het aantal faillissementen mogelijk toe en is het de vraag hoeveel financiële ruimte werkgevers nog hebben.
Al met al denken wij dat de lonen in de dit jaar afgesloten cao’s met zo’n 2% zullen stijgen en dat het percentage volgend jaar op 1 zal liggen. Als we kijken naar het loon dat mensen daadwerkelijk uitbetaald krijgen (cao’s gaan vaak pas enige tijd na overeenkomst in), dan gaan we uit van een contractloonstijging van 2,7% in 2020 en 1,3% in 2021. Afgezet tegen onze prognose van de consumentenprijzen (1,1% in 2020 en 1,4% in 2021) verwachten we dat de koopkracht van werkenden, net als bij uitkeringsgerechtigden, in 2020 nog stijgt en in 2021 gelijk blijft, of licht daalt. (Piet Rietman)

Verdere versoepeling leennormen drijft woningprijzen op

Terwijl DNB er ook deze week weer op hamerde dat niet het woningtekort, maar het maximale leenbedrag de woningprijzen opdrijft, adviseert het Nibud om dat maximum nog verder op te schroeven. De belangrijkste variabelen om dit maximumbedrag te berekenen zijn de rente en het inkomen. Dankzij de sterke rentedaling kunnen huizenkopers goedkoper en meer lenen. Daarnaast is het huishoudinkomen dat bij de aanvraag van een hypotheek meetelt, gestaag toegenomen. Door belastingwijzigingen ten gunste van tweeverdieners is het deel van het laagste inkomen dat mag worden meegerekend, tussen 2015 en nu gestegen van 33% naar 80 procent. In 2021 en 2023 wordt de weging respectievelijk 90% en 100%. Het gemiddelde maximum kredietbedrag zal dus verder stijgen. Dit bedrag kan nog verder oplopen als het kabinet het Nibud-advies overneemt om studieleningen een minder grote belemmering te laten vormen. Het Nibud en DNB mogen zich allebei op financiële zekerheid richten, geestverwanten zijn zij niet. (Philip Bokeloh)

TOZO-regeling krijgt scherpere focus na september

De tijdelijke overbruggingsregeling voor zelfstandig ondernemers die door de coronacrisis plotseling met een inkomensterugval kampen, loopt in oktober af. Of de TOZO-regeling dan een vervolg krijgt, valt te bezien. Analyse van het CPB suggereert dat deze regeling, die moet voorkomen dat gezonde bedrijven onnodig door kortetermijnproblemen omvallen, na verloop van tijd misschien meer na- dan voordelen kent. Na analyse van de verschillende opties neigt het CPB naar de variant waarbij de TOZO-regeling beperkt blijft tot zelfstandigen met weinig vermogen. Dan krijgt de zelfstandige kans zich aan de nieuwe realiteit aan te passen, is het aantal rechthebbenden beperkt, maar zijn de uitvoeringskosten per zelfstandige relatief hoog. Beëindiging van de regeling behoort uitdrukkelijk ook tot de mogelijkheden. (Philip Bokeloh)