Headlines | Fashion in nood

door: Henk Hofstede

De winkelstraat is aan de uitverkoop begonnen en de kledingwinkels in het bijzonder, zo schrijft de NOS. Noodgedwongen, want ondernemers hebben grote behoefte aan liquide middelen om nieuwe collecties voor het aankomende herfst- en winterseizoen te kunnen inkopen. Door de coronacrisis liggen veel winkels echter nog overvol met vaak trendgevoelige voorraden die na het seizoen niets meer waard zijn.

Insight

De crisis heeft de kleding- en schoenensector in grote problemen gebracht. Klanten lieten zich de afgelopen maanden amper in de winkelstraat zien. Volgens het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) werden kledingwinkels bovenmatig geraakt met een omzetdaling van 41,2 procent in maart (jaar-op-jaar) en een daling van 45,6 procent in april. Schoenenwinkels kampten met een vergelijkbare terugval. En pijnlijk verlies, want juist in de maanden maart en april kan kleding doorgaans tegen de volle prijs verkocht worden, waarna de uitverkoop geleidelijk op gang kan komen.

Consumenten blijken wel even zonder nieuwe kleren te kunnen. Nu de consument minder naar het werk, feestjes, de kroeg of op vakantie gaat, is er geen grote noodzaak om kleding te kopen. Daardoor is een groot deel van de eerder ingekochte voorraad overgebleven die goedkoop moet worden verkocht, waarmee aanhoudende druk op de marges bestaat. Uit de markt komen geluiden dat merken jaarlijks rond de 40 procent aan onverkochte voorraden hebben.

Het is moeilijk om te ontsnappen uit het patroon dat naar uitverkoop leidt. Met het enorme modeaanbod in de winkels en via internet, zouden winkeliers meer veel onderscheid moeten bieden in assortiment of service. Nu is het voor consumenten veel van hetzelfde. Weliswaar kon een deel van de winkeliers de afgelopen maanden de verkopen op gang houden door terug te vallen op het onlinekanaal dat door toedoen van de lockdown een extra impuls kreeg, maar dat kanaal is een stuk minder winstgevend en maakt de verliezen in de fysieke winkel veelal niet goed. Op basis van transactiedata van betaalgegevens van particuliere rekeninghouders constateert ABN AMRO dat in de maand juni de pinbetalingen in de fysieke winkels met 21,3 procent was afgenomen ten opzichte van vorig jaar. De onlinebetalingen zijn in deze maand met 5,4 procent gestegen.

De gang naar online was overigens voor corona al ingezet. Eind vorig jaar werd volgens Thuiswinkel.org 33 procent van alle kleding via het onlinekanaal verkocht. Voor schoenen is dit zelfs 42 procent. Naar verwachting nemen deze percentages alleen maar toe nu de consument tijdens de crisis nog meer gewend is geraakt aan het doen van inkopen via internet. En wat verschuift naar online, gaat er bij het fysieke kanaal vanaf, want de fashionmarkt wordt in Nederland niet veel groter. De verwachting is dat toch veel kledingwinkels het komende jaar de deuren gaan sluiten omdat de liquide middelen ontbreken en de terugkeer van publiek in bepaalde winkelgebieden onzeker is.

De jaarlijkse uitverkoop van kleding is in feite een brevet van onvermogen. Klanten anticiperen al jaren op de uitverkoop en stellen als gevolg daarvan aankopen uit. Er zijn mondiale spelers die jaarlijks blijven zitten met een paar miljard euro aan voorraden die zelfs na 70 procent korting onverkoopbaar blijven.

De winkelier zal zichzelf daarom opnieuw moeten uitvinden. De cyclus waarbij traditioneel een half jaar van tevoren wordt besteld, moet worden doorbroken. Dit systeem van lange doorlooptijden blijkt zeer risicovol, want de situatie kan snel veranderen, zoals dit voorjaar nog eens is gebleken. Een oplossing ligt in het meer vraaggestuurd aanbieden van kleding; winkels moeten niet langer aanbieden wat in grote bulken wordt geproduceerd, maar wat de klant wil. De sector spreekt hier al lang over, maar de verandering gaat langzaam.

Vraaggestuurd aanbod vereist dat merken en winkeliers dichter op de seizoenen zitten. Dit kunnen ze bereiken door productieketens te kiezen die dichterbij huis zitten, die kortere levertijden hebben en die flexibel zijn, maar dat is niet eenvoudig omdat de keten complex is. Producenten zullen op hun beurt anders met hun afnemers – de merken en winkeliers – moeten omgaan en ze bijvoorbeeld de mogelijkheid bieden om vaker te leveren of dit vaker in consignatie (betaling bij verkoop) te doen. Een optimale samenwerking tussenbeide komt tot stand via een Vendor Managed Inventory-systeem, waarbij door het uitwisselen van data tussen producenten en verkoper productie en voorraadbeheer centraal op de (regionale) klantvraag wordt afgestemd.

Deze werkwijze heeft tot gevolg dat het risico van onverkochte voorraden aanzienlijk wordt verlaagd. De coronacrisis heeft de bittere noodzaak van een meer flexibel inkoopbeleid nog eens aangetoond. Winkeliers en producenten die bereid zijn om op korte termijn de steven te wenden, hebben de toekomst.

Helaas is de overgang naar vraaggestuurd aanbod en daarmee het terugbrengen van onverkochte voorraden slechts een deel van de oplossing om de sector verder te verduurzamen. In de ‘fast fashion’ ligt de aandacht sterk op het minimaliseren van de kosten en dus zo goedkoop mogelijk produceren met als gevolg aantasting van het milieu in lagelonenlanden en arbeidsomstandigheden die sterk voor verbetering vatbaar zijn. Er moet dus een toekomstbestendiger alternatief komen dat zowel vraaggestuurd is als rekening houdt met de schadelijke effecten van de productie.

In Headlines & Insights geeft ABN AMRO duiding bij het nieuws.

Meer informatie: