Arbeidsmarkt | Eén op de vijf vacatures in de zorg onvervulbaar

door: Sonny Duijn , Anja van Balen , Sandra Phlippen , Edo van Uitert

Ook na de lockdown blijft het tekort aan zorgpersoneel hoog. Uit de arbeidsmarkindicator van ABN AMRO blijkt bijvoorbeeld dat eind juni liefst 34 procent van alle vacatures voor verpleegkundige onvervulbaar is. Voor sommige specialistische beroepen is dit percentage nog hoger. De tijdens de lockdown veelbesproken herwaardering voor vitale beroepen leidt niet tot een veel forser arbeidsaanbod in de zorg. Vooral in de grote steden verwachten dat het tekort aan zorgpersoneel relatief hoog blijft. Verdere digitalisering en een aanpassing in de bedrijfscultuur kunnen het tekort het hoofd bieden en een goede kwaliteit van zorg garanderen.

Onze volledige arbeidsmarktupdate, met ook informatie uit andere sectoren en de methode van onze indicator, is hier te downloaden:

31072020-Arbeidsmarktupdate-def-1.pdf (397 KB)
Download

Voor liefst 21 procent van de vacatures in de Healthcare-sector is geen gerichte werkzoekende te vinden. Daarmee is de krapte in de zorg volgens onze arbeidsmarktindicator relatief hoog. Het vanwege de crisis vrijvallen van personeel in veel andere sectoren heeft het tekort aan personeel in de zorg beperkt terug kunnen brengen. Er staan daarbij nu zelfs meer zorggerelateerde vacatures uit dan op 4 februari van dit jaar het geval was. Uitkeringsinstantie UWV verwacht dat de werkgelegenheid in deze beroepsgroep verder oploopt.

Niettemin was het hoge personeelstekort in de zorg al voor het uitbreken van de coronacrisis al een probleem. Zo was begin februari zelfs 44 procent van alle vacatures voor verpleegkundige volgens onze indicator onvervulbaar. Inmiddels is dit gedaald, maar ligt het percentage voor dit beroep nog altijd erg hoog, op 34 procent. Dit inmiddels structurele tekort heeft diverse oorzaken, zoals de vergrijzing, die een hogere zorgvraag met zich meebrengt.

 

Tekorten bij diverse zorgberoepen

Om het personeelstekort het hoofd te bieden, is het van belang dat er voldoende interne opleidingsplekken in de zorg te vinden zijn. Bij de introductie van de Wet langdurige zorg in 2015 was de verwachting dat minder zorgpersoneel nodig zou zijn en veel zorgmedewerkers zelfs ontslagen moesten worden, omdat de zorg deels thuis plaats zou vinden. Veel zorgmedewerkers zijn in andere beroepen terechtgekomen, terwijl het tekort in de zorg hoog is gebleven. Vacatures kunnen bovendien veelal niet eenvoudig door zij-instromers worden ingevuld, omdat veel zorggerelateerde beroepen een hoge specialisatie kennen en dus een BIG- registratie (Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg) behoeven. Een opleiding om zo’n specialisatie te verwerven duurt minimaal vier jaar.

De vacatures van een aantal specialistische beroepen zijn dan ook moeilijk in te vullen, zoals te zien is in bovenstaande figuur. Het betreft bijvoorbeeld cardiologisch verpleegkundigen, een beroep dat de afgelopen jaren nog verder specialiseerde, en intensive care-verpleegkundigen. Ook voor het beroep van verpleegkundig specialist is het moeilijk om mensen te vinden. Dit heeft eveneens te maken met vereiste kwalificaties; hiervoor is na een afgeronde HBO-opleiding een HBO-master en een zekere werkervaring nodig. Ook vacatures voor mondhygiënist (49 procent), anesthesiemedewerker (46 procent) – waar ook het beperkte aantal opleidingsplekken een rol speelt – en tandarts (23 procent) zijn moeilijk te vervullen. Voor het meer generieke beroep van verpleegkundige, qua aantal een groot onderdeel van de zorg, is voor ongeveer een derde van de vacatures geen werkzoekende te vinden.

Tekort in zorg blijft vooral in grote steden hoog

Het tekort aan personeel in de zorg blijft naar verwachting ook in de komende jaren aanwezig. Dit heeft onder meer te maken met de verdere vergrijzing, met als gevolg een nog hogere zorgvraag. Nu is 19,5 procent van de bevolking 65-plus, in 2030 is dit naar verwachting 23 procent en in 2040 zal dit 25,5 procent zijn. Wij voorzien dat personeelstekorten in de zorg vooral in de grote steden hoog zullen blijven. Zo zijn van alle zorgvacatures in Rotterdam 56 procent volgens onze indicator onvervulbaar, in Amsterdam 41 procent, in Utrecht 40 procent en in Den Haag 29 procent.

De krapte in de grote steden heeft te maken met de relatief lage lonen in de sector, waarmee het moeilijker is relatief hoge woonkosten in grote steden te kunnen dragen. Werken buiten de grote steden is dan een interessant alternatief. Met het aanbieden van meer interne opleidingen was een deel van dit tekort echter te voorkomen geweest.

Tijdens de coronacrisis is veel gesproken over herwaardering van de zorg. Voorlopig ligt een structureel hoger arbeidsaanbod in ieder geval niet direct voor de hand, ook niet voor de meer generieke beroepen in de zorg. Uit onderzoek van ABN AMRO en Panelwizard tijdens de lockdown bleek dat weliswaar 18 procent van de werkende Nederlanders zich meer aangetrokken voelde tot een baan in de zorg dan voor de coronacrisis, maar dat een even hoog percentage aangaf zich juist minder aangetrokken te voelen. Mogelijke redenen voor dat laatste zouden de hoge werkdruk en angst voor besmetting kunnen zijn.

 

Digitalisering en verandering in bedrijfscultuur kunnen tekorten dempen

Tegelijkertijd kan de coronacrisis wel degelijk een moment markeren waarin structureel stappen worden gezet om het tekort in de zorg te lijf te gaan. Om de zorgsector toekomstbestendiger te maken en de kwaliteit van de zorg in de toekomst te blijven garanderen, is het van belang om het tekort structureel het hoofd te bieden. Digitalisering kan hierbij de sleutel zijn om ‘zorg op afstand’ in een hogere versnelling te brengen. Hierbij krijgen patiënten onder meer hulp via uitlegvideo’s en wordt op afstand hun gezondheid gemeten en hun diagnose gesteld.

Vorig jaar zijn bij het vormgeven van zorg op afstand de eerste grotere stappen gezet. Een recente ontwikkeling is de app ‘Hartwacht’ waarmee patiënten thuis bepaalde cruciale waarden kunnen meten, zodat een deel van de periodieke controles bij de cardioloog in het ziekenhuis overbodig worden. Dit heeft geleid tot 40 procent minder verpleegkundige handelingen, 70 procent minder spoedbezoeken en 30 procent minder ambulanceritten. Ook de patiënt lijkt bij deze ontwikkeling gebaat; uit onderzoek van ABN AMRO uit 2019 blijkt dat 70 procent van de chronische patiënten openstaat voor zorg op afstand. Tijdens de coronacrisis bleken veel patiënten bovendien expliciet te vragen om mogelijkheden om zelf metingen te kunnen doen en via beeldbellen contact te hebben met medisch personeel. Dit werd vooral ingegeven om besmetting te voorkomen. Bij sommige specialismen nam het aantal digitale consulten met tientallen procenten toe.

Daarnaast is het van belang dat zorgaanbieders het vak aantrekkelijk houden voor nieuwe generaties werknemers. Die hebben op een aantal vlakken heel andere wensen dan eerdere generaties, constateerden we in een rapport in 2018. Een verandering in bedrijfscultuur is hiervoor vereist. De zorg is vaak nog vrij hiërarchisch ingericht, wat minder past bij de jongere generaties. Bovendien krijgen de werving en selectie van nieuwe medewerkers idealiter een persoonlijker karakter krijgen en zijn zinvolle en meetbare doelen hierbij van belang. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om verpleegkundigen meer regie te geven over werkdagen en werktijden en om meer aandacht te hebben voor loopbaanmogelijkheden. Dat zou ook helpen om de uitstroom te beperken: zo concludeerde een overheidscommissie dat 43 procent van nieuwe werknemers in de zorg binnen twee jaar weer vertrokken is.