De week van omzetstijging detailhandel en coronabesmettingen in Hillegom

door: Nora Neuteboom , Piet Rietman

  • Wij verwachten dat de omzet in de detailhandel met 13% is gestegen in juni
  • Hillegom ziet sterke negatieve economische effecten van recente virusuitbraak
  • Het kleiner worden van zowel de inkomens- als loonkloof in Nederland komt waarschijnlijk tot een halt door de coronacrisis
200730-NL-Weekly-omzetstijging-detailhandel-en-coronabesmettingen-in-Hillegom.pdf (352 KB)
Download

Forse omzetstijging detailhandel verwacht over juni

In mei was de omzet van de detailhandel 8,2% hoger dan in mei 2019. We bestelden massaal online waardoor de online markt sterk groeide. Winkels in voedingsmiddelen (ongeveer 38% van de totale detailhandel) zagen hun omzet met ruim 10% groeien. Dit kwam voornamelijk door het substitutie-effect: consumenten die minder uitgaven aan de horeca kochten meer in supermarkten en voedselspeciaalzaken. Aankomende vrijdag publiceert het CBS de omzet van de detailhandel in juni; de eerste maand dat Nederland ‘heropende’ en de lockdown maatregelen grotendeels werden opgeheven.

Uit onze transactiedata voor de maand juni blijkt dat de groei van de totale bestedingen in de categorie boodschappen minder spectaculair was dan in de weken tijdens de lockdown. Ook de horeca ging weer grotendeels open (weliswaar met restricties), waardoor het substitutie-effect van horeca naar winkels in voedingsmiddelen afnam. Toch bleef de online markt voor voedingsmiddelen op niveau. Er werden in juni ongeveer evenveel boodschappen online besteld als tijdens de lockdown. Toen in juni de winkelstraten weer open gingen stegen de bestedingen aan non-food (bijna 50% van de totale detailhandel) in onze transactiedata fors. Zowel de categorie huis, tuin en keuken en overige spullen (zoals boeken, speelgoed en bloemen) stegen nominaal met ruim 30%. De uitgaven aan kleding en schoenen daalden na de opheffing van de lockdown, en bleven daarmee onder het niveau hangen van juni vorig jaar. Al met al verwachten wij dat de detailhandelsomzet over juni, die vrijdag door het CBS wordt gepubliceerd, een forse stijging zal laten zien – waarschijnlijk zo’n 13% op jaarbasis. (Nora Neuteboom)

Hillegom laat zien dat ook zonder lockdown de economie een tik krijgt

Het coronavirus blijft zich verspreiden onder de Nederlandse bevolking. Van alle Nederlandse gemeenten telt Hillegom de meeste besmettingen: ruim achttien per 10.000 inwoners. Rond 20 juli kwam aan het licht dat mensen daar besmet zijn geraakt na een bezoek aan een café. Volgens de media heeft de snelle stijging van het aantal coronagevallen een afschrikkend effect op de consument: “De winkels zijn leger en op straat is het nagenoeg uitgestorven. Mensen zijn bang en blijven thuis”. Uit eerder onderzoek bleek al dat het effect van de angst voor het virus vergelijkbaar grote economische effecten heeft als de lockdown. Op basis van transacties bij pinautomaten in Hillegom zien ook wij een duidelijke trend naar beneden sinds het aantal besmettingen weer is toegenomen. De totale pintransacties zijn afgelopen zaterdag (25 juli) in vergelijking met de zaterdag een week ervoor (18 juli) meer dan 11% afgenomen. Ook ging het aantal bezoeken aan supermarkten flink omlaag; vanwege de angst voor het virus vermijdt men de supermarkt. Hoewel Hillegom geen lokale lockdown maatregelen heeft getroffen zijn de effecten van het virus op de lokale economie dus al sterk zichtbaar. (Feiko Ritsema en Nora Neuteboom)


Genderongelijkheid: neemt in Nederland de loon- en inkomenskloof toe?

In verschillende OESO-landen zijn er momenteel signalen dat door de recessie de inkomenskloof tussen mannen en vrouwen toeneemt. Belangrijkste oorzaak van deze toename is baanverlies in sectoren waar veel vrouwen werken, zoals de dienstensector. Daardoor kan het verschil in gemiddeld jaarloon – de inkomenskloof – toenemen: wie te maken heeft met (tijdelijk) baanverlies krijgt een lager jaarinkomen. Daarnaast is er het verschil in gemiddeld uurloon: de loonkloof. Dit verschil wordt veroorzaakt door horizontale segregatie (vrouwen werken in sectoren met lagere lonen), verticale segregatie (vrouwen werken lager in de hiërarchie) en directe discriminatie (ongelijk loon voor gelijk werk). Het is te vroeg om in te schatten wat deze recessie internationaal voor de loonkloof betekent.

In Nederland werd de loonkloof de afgelopen jaren steeds met zo’n half procentpunt per jaar kleiner, tot 14,3 procent in 2019. Ook in de zware recessie van 2008/2009 en de milde recessies van 2011/2012 nam deze kloof af. Door ons stelsel van ontslagbescherming gold dat naast de loonkloof ook voor de inkomenskloof. Deze is echter, omdat vrouwen minder vaak voltijd werken en vaker niet actief zijn op de arbeidsmarkt, nog steeds de hoogste van de EU. Dat ongeacht recessies zowel loonkloof als inkomenskloof afnemen is niet alleen iets dat in de publieke opinie als positief wordt gezien – het is economisch ook goed nieuws. Naast lagere maatschappelijke kosten zorgt gendergelijkheid voor verbetering van de werkgelegenheid, verbetering van het bbp per hoofd van de bevolking, grotere productiecapaciteit en een impuls voor de concurrentiekracht.

De vraag is of de Nederlandse trend – het kleiner worden van zowel de inkomens- als loonkloof – ook in de huidige recessie doorzet. De trend is in ieder geval minder gevoelig voor de conjunctuur dan in andere landen: in Nederland wordt gendergelijkheid op verschillende vlakken bevorderd waardoor er sprake is van overloopeffecten. Zo zorgt gelijkheid in het onderwijs bijvoorbeeld voor gelijkheid in de werkgelegenheid. Ook leidt de combinatie van ontslagbescherming en een ruimere loonkostenregeling dan andere, met name Angelsaksische, economieën waarschijnlijk tot een minder groot en abrupt baanverlies.

Met betrekking tot de loonkloof, het verschil in uurloon, kan die inflexibiliteit juist een bedreiging zijn. Niet van baan wisselen betekent ook dat vrouwen niet gaan werken in sectoren met hogere lonen (horizontale segregatie) of promotie maken (verticale segregatie). Ook is nog onduidelijk hoe de cao-lonen zich zullen ontwikkelen in sectoren waar veel vrouwen werken. Eind 2020, als NOW 2.0 is afgelopen en we een beter beeld hebben van de contractloonontwikkeling, valt in te schatten of deze recessie een trendbreuk is ten opzichte van de vorige. (Piet Rietman)