Bouw in balans

door: Madeline Buijs , Petran van Heel

Nieuwbouwwoningen die voor de gemiddelde Nederlander niet meer te betalen zijn; vertraging in de oplevering van nieuwe gebouwen; fouten op de bouwplaats met hoge faalkosten tot gevolg; aanhoudend lage marges in de bouwsector.

Pijnpunten die even geleden nog aan de orde van de dag waren en voor een belangrijk deel werden veroorzaakt door het grote personeelstekort in de bouw. Tot voor kort was gekwalificeerd bouwpersoneel immers niet aan te slepen. De vacaturegraad – het aantal vacatures per 1.000 banen – stond begin 2019 op een historisch hoog niveau van 59. Sinds de start van de tijdreeks in 1997 had het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) nog niet zo’n hoge vacaturegraad in de bouw gemeten. Alleen in de IT-sector was het tekort nog acuter. In september 2019 rapporteerde uitkeringsinstantie UWV nog uitgebreid over het tekort aan metselaars, stukadoors, schilders en constructeurs. De bouwkosten rezen hierdoor de pan uit.

Omslag op de arbeidsmarkt

De coronacrisis heeft de Nederlandse arbeidsmarkt in een klap veranderd. Plotseling hoeft het UWV geen inventarisatie meer te maken van beroepen waar structureel tekort aan is, maar hebben ze vooral hun handen vol aan het betalen van lonen van naar schatting 1,8 miljoen werknemers die in de NOW-regeling zitten. Inmiddels hebben de eerste bouwbedrijven schoorvoetend bij de overheid aangeklopt.

De bouwsector lijkt redelijk uit de greep van het coronavirus te blijven, maar is zeker niet immuun. De eerste tekenen hiervan zijn duidelijk op de arbeidsmarkt te zien. Zo is het aantal vacatures in de bouw in het eerste kwartaal van 2020 afgenomen van 16.800 naar 13.900. De vacaturegraad is inmiddels gedaald naar 42. De daling is stevig, al lag de vraag naar nieuwe mensen eind maart nog steeds relatief hoog, ook in vergelijking met het Nederlandse gemiddelde van 26. De daling van het aantal openstaande vacatures en de vacaturegraad was overigens al in 2019 ingezet, maar versnelde in het eerste kwartaal van 2020. De komende maanden ligt een verdere daling voor de hand. De omslag op de arbeidsmarkt is in onderstaande grafiek te zien.

Omslag kan positief uitpakken

De voorzichtige omslag op de arbeidsmarkt is niet in alle opzichten negatief. Het kan de bouwsector juist wat lucht geven. De bouwsector verzette de afgelopen jaren veel werk met structureel te weinig personeel. Nu het werk als gevolg van de coronacrisis wat begint af te nemen, hoeven bouwbedrijven minder naarstig op zoek naar nieuw, schaars personeel. Het moordende bouwtempo van de afgelopen jaren kan een versnelling lager. De bouwsector draaide de afgelopen jaren bij wijze van spreken op 150 procent en wanneer dat terugzakt naar 95 procent hoeft dat niet nadelig te zijn.

Want bouwen in een rustiger tempo heeft voordelen. Zo worden fouten op de bouwplaats vaak gemaakt onder tijdsdruk, wat veiligheidsproblemen en faalkosten met zich meebrengt. Uit een onderzoek van ABN AMRO een jaar geleden, bleek dat bouwbedrijven tijdsdruk het vaakst noemden als oorzaak van faalkosten in de uitvoeringsfase van een bouwproject. Deze fouten zorgen dus voor onnodige kosten en leiden bovendien tot vertraging in de oplevering.

Kosten voor bouwbedrijven omlaag

Naast het verlagen van faalkosten, kunnen bouwbedrijven profiteren van lagere personeelskosten. Bij gebrek aan personeel zijn bouwbedrijven de afgelopen jaren meer afhankelijk geworden van zzp’ers. In 2008 was nog 32,5 procent van de werkenden in de bouw zzp’er, in 2019 was dit opgelopen naar 40 procent. Het gebrek aan vast personeel kwam enerzijds omdat bouwbedrijven flexibeler wilden zijn en anderzijds door de vorige crisis waarin bouwbedrijven veel personeel heeft moeten ontslaan die deels als zzp’er aan de slag zijn gegaan. Zij konden nu hoge tarieven vragen en keerden daardoor niet terug in vaste dienst. Hierdoor stegen de bouwkosten hard. Niet voor niets zijn de prijzen van nieuwbouwwoningen harder gestegen dan die van bestaande koopwoningen. Daarnaast gaven de hoge loonkosten druk op de marges van bouwbedrijven. Ondanks de hoogconjunctuur van de laatste jaren stonden veel bouwbedrijven er financieel helemaal niet zo goed voor.

Naar verwachting nemen bouwbedrijven nu als eerste afscheid nemen van hun flexibele werkkrachten. Voor de individuele zzp’er is dit natuurlijk pijnlijk, maar het kan de financiën van bouwbedrijven op orde brengen. Bouwbedrijven hebben een hoge prijs betaald tijdens de hoogconjunctuur, maar nu is er alle ruimte om op de kosten van arbeid te besparen en de werkdruk te verlagen. Vertragingen in de opleveringen en kostbare fouten kunnen worden verminderd, de kosten van nieuwbouw kunnen omlaag en mogelijk dat de marges van bouwbedrijven zelfs wat kunnen verbeteren. Zo levert de coronacrisis de bouwbedrijven nog wat positiefs op.

Deze column verscheen eerder op bouwkennis.nl