Negatieve energieprijzen hoeven niet positief te zijn

door: Hans van Cleef

De afgelopen weken waren ongekend. De prijs voor een vat Amerikaanse olie (West Texas Intermediate = WTI) daalde op 20 april tot ver onder nul. Ook zagen we voor het eerst meerdere weken op rij negatieve elektriciteitsprijzen in Nederland. De achterliggende redenen zijn in grote lijnen gelijk: een groot aanbod, een scherpe daling in de vraag en beperkte beschikbare opslagcapaciteit. Toch zijn er ook grote verschillen.

Naast het reeds bestaande ruime aanbod van olie leidde vooral de vraagschok tot een enorme daling van de olieprijzen. Toch lijken bij olie de effecten tijdelijk te zijn. Immers, zodra de lock downs worden versoepeld, dan zal ook de economie weer aantrekken. Daarmee gaat de vraag naar olie grotendeels herstellen. Het zou mij echter niets verbazen als de mondiale vraag naar olie voorlopig niet meer terugkeert naar het niveau van begin dit jaar. Het vele thuiswerken en het gebruik van online vergaderen en webcasts zouden zomaar het begin kunnen zijn van een kritischer blik naar de noodzaak van woon-werkverkeer en van zakelijke vliegbewegingen. Ik denk ook niet dat hierdoor de transitie naar elektrische auto’s verder zal versnellen. Deze transitie is vooralsnog fiscaal gedreven. Voor een volgende versnelling zal eerst de stap gezet moeten worden naar een particuliere en een tweedehandsmarkt. Wel zal het nog enkele jaren duren voordat niet alleen vraag en aanbod van olie weer in balans zijn, maar ook de olievoorraden weer zijn gedaald tot een ‘normaal’ niveau. Tot die tijd zit er een plafond op het potentiële prijsherstel.

De elektriciteitsmarkt kent geen ‘normale’ marktwerking

De vraag naar elektriciteit is net als bij olie momenteel lager als gevolg van de coronamaatregelen. De komende jaren zal de vraag naar elektriciteit niet alleen herstellen, maar zelfs verder doorgroeien. Het aanbod van elektriciteitsbronnen zou zich bij een normale marktwerking aanpassen aan de benodigde vraag, en leiden tot een soort evenwichtsprijs. Dit is het bekende recept uit bijna iedere (grondstof)markt. En hier komt direct het grootste verschil met de elektriciteitsmarkt om de hoek kijken. Als je de balancering van vraag en aanbod enkel aan de markt zou overlaten, is het mogelijk dat je in sommige perioden te veel aanbod hebt en in andere perioden juist te weinig. Dit laatste kan en mag niet. Er moet dus altijd voldoende capaciteit aanwezig zijn ten behoeve van de leveringszekerheid, ook ten tijden van schemerluwte*.

Daarnaast hebben we natuurlijk onze klimaatdoelstellingen. In het verlengde van het verlagen van onze CO2-uitstoot moet het percentage duurzame energie sterk worden vergroot. Zolang deze overcapaciteit niet grootschalig kan worden opgeslagen of op een andere manier worden gebruikt (zoals voor de productie van groene waterstof) en de vraag/aanbodverhouding nog lastig valt te sturen (grootschalig demand-response), zullen de elektriciteitsprijzen vaker lager of zelfs negatief zijn. Zolang dit bij incidenten blijft, is het niet kwalijk en zal bijvoorbeeld een windpark een prima rendement kunnen maken. Soms zal zo’n park ook bij lage prijzen moeten blijven produceren om aan contractuele verplichtingen te voldoen of om subsidie te ontvangen. Als lage, en steeds vaker negatieve, prijzen een structureel fenomeen worden doordat verdere technologische oplossingen uitblijven, dan komt dit het verdienmodel van de zon- en windparken niet per se ten goede en zal deze vaker moeten worden uitgeschakeld.

Verdere innovatie en technologische ontwikkelingen nodig voor houdbaarheid businessmodel

De inschrijving voor het volgende windpark op zee – Hollandse Kust Noord, kavel V – is net gesloten. De vorige twee tenders (Hollandse Kust Zuid) hadden als uitkomst dat ze zonder subsidie gebouwd zouden kunnen worden. Dat wil zeggen, in het geval dat de overheid de kosten voor het bodemonderzoek en de aansluiting op het elektriciteitsnet voor haar rekening neemt. Met lagere elektriciteitsprijzen worden Corporate Power Purchase Agreements (PPA’s) – of contracten met een vaste afnemer – ook lastiger af te sluiten. Zo’n contract wordt afgesloten door grote bedrijven die een vaste prijs afspreken met een eigenaar van een wind- of zonnepark voor de te leveren elektriciteit. Die vaste prijs ligt onder de verwachte elektriciteitsprijs als een soort korting die de afnemer krijgt door zich langer te verbinden en daarmee het prijsrisico van het windpark verlagen. Indien het verdienmodel van een windpark bij een lagere elektriciteitsprijs steeds meer onder druk komt, zou de noodzaak voor een andersoortig prijsstabilisatiemechanisme toenemen.

Als we enkel op het Emission Trading Scheme (ETS) moeten bouwen zullen we de klimaatdoelen voor de betrokken sectoren – inclusief die van de elektriciteitscentrales – ook halen. Wel zou de route daarnaartoe anders zijn en minder gericht op het eerst uitbreiden van het aandeel duurzame energie. Binnen de Europese doelstellingen hebben we echter afgesproken dat we niet alleen doelstellingen hebben om de CO2-uitstoot te verlagen, maar daarbij ook van een ‘x’-percentage aan duurzame energie gebruik moeten maken. Ik kijk dan ook uit naar welke partij deze tender wint en op welke manier dit windpark gebouwd én gefinancierd gaat worden.

*Schemerluwte = de Nederlandse vertaling van Dunkelflaute, oftewel die periode dat de zon niet schijnt en het windstil is. Voor het eerst geïntroduceerd in een van mijn eerdere columns.

 

Deze column is eerder gepubliceerd op Energiepodium.nl