Logistieke veerkracht in de anderhalve-meter-economie

door: Bart Banning

De anderhalve-meter-economie heeft ons in de greep. Inmiddels werk ik alweer een paar weken vanaf mijn zolderkamer met de laptop en telefoon als mijn beste vrienden. Op wat strubbelingen in het lokale wifi netwerk na heb ik mijn werkritme weer goeddeels hervonden. Maar ik voel me als in een slechte film. De veilige woonomgeving blijkt slechts fictie, buiten gaat alles tegelijk mis. We worden privé en zakelijk zwaar op de proef gesteld. De anderhalve-meter-economie vraagt om mentale, financiële en fysieke veerkracht.

De pandemie heeft vroeg of laat zijn weerslag op de mondiale economie. ‘Geen sector ontkomt aan de coronacrisis’ is dan ook de veelzeggende titel van een recente publicatie van mijn collega-sectoreconomen. De sectoren leisure, non-food retail en industrie worden nu vol geraakt. Andere sectoren zoals de bouw en zakelijke dienstverlening zullen snel volgen.

Ook de logistieke sector piept en kraakt. Afnemende volumes dwingen tot het afschalen van capaciteit. Intensieve grenscontroles zorgen voor vertragingen en dus hogere kosten. Landingsbanen op internationale vliegvelden fungeren als parkeerplaats van vliegtuigen die noodgedwongen aan de grond moeten blijven. Rederijen passen de capaciteit aan de omstandigheden aan en halen schepen uit de vaart. Tegelijk is de vraag naar opslagcapaciteit in containers enorm, omdat de aflevering wordt belemmerd door gesloten fabrieken of distributiecentra. Het zijn slechts enkele voorbeelden van de directe gevolgen voor verladers en logistieke bedrijven die hun toeleveringsketens op bijna brute wijze acuut hebben zien veranderen.

De steunmaatregelen van overheid en banken zijn een cruciaal, maar tijdelijk redmiddel. Met een ongekende snelheid is financiële steun toegezegd van een ongekende omvang. Gelukkig kunnen we ons deze bijzondere maatregelen veroorloven. De overheidsfinanciën zijn op orde en de banken hebben een sterke financiële positie. Met deze steun krijgen in de kern gezonde bedrijven een aantal maanden financiële rust, zodat zij in betere tijden weer normaal kunnen functioneren. In hoeverre bedrijven niet toch tussen wal en schip komen te vallen, hangt ook af van hoe de partners in de keten elkaar in deze periode behandelen. Daarom doe ik een appel op de opdrachtgevers van de logistieke sector om geen nodeloze schade aan te richten door betalingstermijnen op te laten lopen of aan prijsdumping te doen.

Om veerkracht te kunnen opbrengen is perspectief nodig. Onlangs hoorde ik de uitspraak dat we geleidelijk zullen opschuiven van een anderhalve-meter-economie naar een revalidatie-economie. Dat is de fase waarin in kleine stapjes gewerkt moet worden aan volledig herstel. Als de rook van het slagveld vervolgens is opgetrokken, moeten we ook nadenken over het nieuwe normaal. Of de globalisering niet te ver is doorgeschoten, of de afhankelijkheid van bepaalde leveranciers niet te groot is en of de geografische spreiding van productiefaciliteiten wel zo optimaal is als tot dusverre gedacht. Dat betekent wellicht een hele nieuw inrichting van de productieketen met als doel de kwetsbaarheid ervan te verkleinen en domino-effecten in tijden van crisis te minimaliseren. Logistiek wordt een strategisch thema.

Herinrichting van de ketens en het verkleinen van de kwetsbaarheden is cruciaal voor verladende bedrijven. Het is zaak dat de Nederlandse logistiek zich snel aan de nieuwe situatie weet aan te passen. De sector is omvangrijk en zeer internationaal gericht; Schiphol, KLM en onze zeehavens zijn in coronaterminologie van vitaal belang. Zij zorgen voor de mondiale verbindingen die onze economie voor de toekomst sterk maakt.

Het is een bijzonder intense periode. Ik wens u een flinke dosis veerkracht, met perspectief.

 

Deze column is eerder geplaatst in Nieuwsblad Transport