Lage olieprijs zet mijnbouwsector op scherp

door: Casper Burgering

Door de scherp lagere olieprijs dalen de energiekosten voor mijnbouwbedrijven. Normaal gesproken zou waarschijnlijk niemand in de mijnbouwsector klagen over een lagere dieselprijs en lagere energiekosten. Dit keer is het anders. Overaanbod ligt namelijk op de loer en dat treft de sector hard. Bij een afnemende vraag naar metalen door de coronacrisis worden de problemen alleen maar groter.

Kostenstructuur mijnbouwbedrijven

De energiekosten maken gemiddeld genomen zo’n 15% uit van de totale mijnbouwkosten. Bij de ontginning van sommige metaalertsen kan dit zelfs oplopen tot 40%. De mijnbouwbedrijven halen hun energie grotendeels uit fossiele brandstoffen, zoals olie, kolen en gas. Dan zorgen sterk volatiele prijzen van deze brandstoffen voor onvoorspelbare kosten.

Collega grondstofanalisten van Morgan Stanley (via Mining Journal) hebben becijfert hoe die kosten per basismetaal verdeeld zijn. Zo is diesel goed voor 5% tot 10% van de totale kosten bij het ontginnen van metalenertsen zoals koper, nikkel en zink. De totale energiekosten bij de raffinage van metalen zijn vooral hoog bij aluminium en nikkel. Daar kan energie verantwoordelijk zijn voor 30% tot 50% van de productiekosten.

Lagere olieprijs, lagere energiekosten

De sterk lagere olieprijs heeft dus voor een flinke verlaging van de bedrijfskosten gezorgd. Dit is zowel een vloek als een zegen voor de mijnbouwsector. Het verlicht de zorgen weliswaar nu de metaalprijzen sterk zijn gedaald en dus veel bedrijven onder flinke financiële stress staan. Maar hier kleeft ook een keerzijde aan.

Lagere bedrijfskosten zijn voor veel mijnbouwbedrijven vaak een stimulans om de productie op peil te houden of zelfs uit te breiden. Deze aanmoediging om te blijven produceren zorgt op de duur voor een overaanbod in veel metaalmarkten, zeker nu de vraag naar metalen afzwakt. En dit betekent relatief lage metaalprijzen op de langere termijn.

Waardeloos economisch perspectief

Dit zijn verre van normale tijden. De coronacrisis heeft forse impact op de mondiale economie. Naast het menselijke leed, legt de coronacrisis ook veel economieën lam en aan het infuus. ABN AMRO verwacht een diepere mondiale economische krimp op de korte termijn. Ook gaan we uit van een langere economische vertraging voordat een sterke en duurzame opleving vorm krijgt.

Dit raakt de vraag naar metalen hard. De economische onzekerheid blijft voorlopig hoog en dit houdt de prijzen van veel basismetalen op een relatief laag niveau in de komende kwartalen. Een herstel van de olieprijs zal niet vlot verlopen. Want zwakkere vraag, grotere voorraden en overaanbod gaan het opwaarts prijspotentieel flink aan banden leggen de komende tijd. ABN AMRO gaat uit van USD 50 per vat aan het einde van 2021. Dit betekent dat een relatief lage olieprijs de mijnbouwsector blijft uitdagen. Want zo zijn ook de marginale en weinig rendabele mijnen langer in staat om te blijven produceren.

Deze column heeft ook in de Telegraaf gestaan onder de titel: ‘lage olieprijs zet mijnbouw op scherp’