Headlines | Verbod op uitverkoop niet effectief

door: Ward van der Stee

Foto: Shutterstock

Een meerderheid in de Tweede Kamer is voor een totaalverbod op uitverkoop tot 1 juli voor alle non-foodretailers, zowel voor fysieke winkels als via het onlinekanaal. Dit verbod zou kleine retailers moeten beschermen tegen grote partijen, die ondanks coronacrisis de financiële mogelijkheden hebben om hun producten tegen stuntprijzen te verkopen. Zo kunnen kleine ondernemers hun marges op peil houden.

Insight:
Bij de effectiviteit van een verbod op uitverkoop zijn wel een aantal kanttekeningen te plaatsen. Zo blijkt uit de ervaring van België dat het verbod met voeten wordt getreden. Onze zuiderburen kennen al sinds de jaren dertig van de vorige eeuw een bijna totaalverbod op uitverkoop. Alleen in de maanden januari en juli is uitverkoop toegestaan. In de maand voor de uitverkoop, de sperperiode, is het verboden prijsverlagingen aan te kondigen, tegoedbonnen voor de uitverkoop aan te bieden en mogen prijzen niet worden veranderd. Het doel van de sperperiode is om de consument de kans geven om prijzen te vergelijken en daarmee na te gaan of prijzen werkelijk zijn verlaagd en om kleine handelszaken te beschermen tegen vroege stuntaanbiedingen van grote winkelketens. In België omzeilen winkeliers de maatregel door in de winkel alsnog een aanbieding te doen buiten de uitverkoopperiode, de zogenaamde fluisterverkoop. Daarnaast krijgen klanten persoonlijk regelmatig via e-mail, sms of sociale media aanbiedingen buiten de uitverkoopperioden. Handhaving van de maatregel blijkt lastig te zijn.

Kleine ondernemers hebben in Nederland positief gereageerd op het plan, omdat zij op die manier menen de marge te kunnen behouden op de huidige collectie en voorraden. Het is echter twijfelachtig of dit zo is. Het consumentenvertrouwen en de consumentenbestedingen zijn sinds de lockdown sterk gedaald. Uit het onderzoek naar consumentenbestedingen van het Economisch bureau van ABN AMRO, blijkt dat de bestedingen ongeveer 13 procent lager zijn dan een jaar eerder. In het paasweekend waren deze maar liefst 22 procent lager, dan vorig jaar. Dit betekent dat winkelvoorraden nu al slechter verkocht worden. Bij een verbod op uitverkoop zal dit nog lastiger worden en zullen winkels blijven zitten met voorraden.

De niet verkochte kleding- en elektronicavoorraad is volgend jaar vaak niet meer actueel en kan dan moeilijk verkocht worden. Daarom kan het verbod op uitverkoop zorgen voor nog minder liquiditeit, dan als deze wel wordt toegestaan. Geen liquiditeit betekent voor veel winkels dat er onvoldoende middelen zijn voor de inkoop van de volgende collectie. Veel kleine ondernemers zullen daarom mogelijk ook op langere termijn nadeel van de maatregel ondervinden.

Het verkoopverbod heeft als doel het beschermen van kleinere winkels tegen grote internationale webshops, die de Nederlandse markt willen veroveren. Dit is echter lastig te behalen. Grote webshops bedienen de Nederlandse consument vaak vanuit Duitsland. Wanneer daar niet dezelfde regelgeving wordt ingevoerd of binnen de Nederlandse regel rekening mee wordt gehouden, kunnen zij nog steeds de Nederlandse consument bereiken met aanbiedingen. Hierdoor kan de kleine retailer nog meer klandizie verliezen.

Het voorstel van een tijdelijk verbod op uitverkoop lijkt dus sympathiek, maar het is lang niet zeker dat het effectief zal zijn. Omzeiling van het verbod, al dan niet vanuit het buitenland, en het niet kunnen aanpassen van de prijzen aan de slechte conjunctuur van het moment, lijkt beter uitverkoop gewoon toe staan met als doel om voorraden snel liquide te kunnen maken, in plaats van te pogen marge te behouden op voorraden die uiteindelijk helemaal niet worden verkocht.

In Headlines & Insights geeft ABN AMRO duiding bij het nieuws.

Meer informatie: