Eerste serieuze test van het klimaatbeleid

door: Hans van Cleef

Op dit moment ligt de prioriteit van het kabinet terecht bij het bestrijden van het coronavirus en het niet overbelasten van ons zorgstelsel. Met gedeeltelijke of soms zelfs volledige lockdowns, ligt een flink deel van de maatschappij stil of draait op halve kracht. Dit heeft grote gevolgen voor de economie en de vraag naar energie.

Steeds vaker krijg ik de vraag wat dit kan betekenen voor het halen van de klimaatdoelstellingen. Het antwoord is tweeledig. Het is aan de ene kant moeilijk om nu aan te geven wat de precieze impact van het coronavirus zal zijn. Simpelweg omdat we niet weten hoe lang de duur zal zijn van de (gedeeltelijke) lockdowns en andere beperkende maatregelen als gevolg van het virus. Het raakt niet alleen de economie, maar geeft ook extra druk op grondstofprijzen en de prijs voor CO2-emissierechten (Europese Emission Trading Scheme = EU ETS). Dit kan een (tijdelijk) nadelig effect hebben op de investeringsbereidheid van bedrijven in nieuwe – CO2-neutrale – activiteiten.

Toch ben ik niet somber. De coronacrisis leidt tot een stevige recessie in vele landen. Maar aan de andere kant kan de economie, en daarmee de investeringsruimte, ook weer snel herstellen zodra de maatregelen worden versoepeld. Ons klimaatbeleid, dat uiteindelijk gericht is op het halen van de klimaatdoelen in 2050, zou geen knip voor de neus waard zijn als de eerste de beste recessie die op ons pad komt het halen van de doelen al onmogelijk zou maken.

“Als deze situatie lang aanhoudt, komen zelfs de Urgenda-doelen in beeld”

Op dit moment wordt er veel flexibiliteit en aanpassingen gevraagd van de maatschappij. Een aanzienlijk deel hiervan zal tijdelijk blijken. Toch zullen er ook dingen blijvend veranderen. Mensen die eerder aangaven nooit te kunnen thuiswerken, blijken dat ineens wel te kunnen. Ook het nut van (internationale) bijeenkomsten zal nog eens kritisch onder het licht worden gehouden als de coronacrisis achter de rug is.

Als deze situatie lang aanhoudt, komen zelfs de Urgenda-doelen in beeld. In de periode 2008-2012 haalde Nederland tegen de verwachtingen in de Kyoto-doelstellingen als gevolg van minder uitstoot tijdens de financiële crisis. En ook nu zien we weer minder luchtvervuiling en CO2-uitstoot. Maar net als in 2010 toen door het economisch herstel ook de CO2-uistoot weer toenam, valt dat ook nu weer niet uit te sluiten.

Er is nog een lange weg te gaan voordat ons energiesysteem CO2-neutraal is. Je zou er daarom vanuit mogen gaan dat het effect van deze crisis op het halen van de klimaatdoelstellingen nihil is. Het is wel goed om een onderscheid te maken tussen de sectoren die onder ETS vallen en die sectoren die dat niet doen.

Het ETS is beleid dat gericht is op het halen van de doelstellingen in 2050. Tot die tijd zal het aantal beschikbare emissierechten afnemen waardoor er schaarste, en dus een CO2-prijs, ontstaat. Dat de prijs van ETS-rechten de afgelopen weken snel is gedaald, is logisch. De vraag naar energie, en dus naar emissierechten, is flink gedaald. Dat bij minder vraag ook de prijs daalt is andermaal het perfecte bewijs dat de marktwerking van het ETS prima werkt. Een prijsdaling hoeft dan ook niet erg te zijn. Er wordt immers minder CO2 uitgestoten en dat was nu net de bedoeling.

“Subsidies zullen voorlopig nodig blijven om in de buurt te komen van onze klimaatdoelstellingen”

Mocht onverhoopt het aantal emissierechten te lang te hoog blijven, waardoor er investeringsproblemen optreden, dan zal de Europese Commissie extra rechten uit de markt nemen om de prijs te ondersteunen. Dit Market-Stability-Reserve-systeem (MSR) is juist sinds begin 2019 operationeel om hierin te faciliteren. Het risico bestaat uit het feit dat de Europese Commissie enige tijd nodig heeft om in te grijpen. In die tussentijd kan de investeringsbereidheid en -mogelijkheid bij partijen in duurzame alternatieven minder groot zijn. Dit komt doordat elektriciteitsprijzen en CO2-prijzen nu relatief laag zijn en daarmee de onrendabele top van deze investeringen groter is geworden.

Investeerders en de overige commerciële partijen in de waardeketen zullen daarom kritisch blijven kijken naar het verdienmodel van grote CO2-neutrale projecten en de balans tussen het verwachte rendement en de risico’s. Zeker nu veel van deze partijen op hun reserves moeten interen. Subsidies zullen daarom voorlopig wel nodig blijven om in de buurt te komen van onze klimaatdoelstellingen.

Voor sectoren die niet onder het ETS vallen was de uitdaging om mensen mee te krijgen al groot, en de daling van het consumentenvertrouwen door deze externe schok maakt het enthousiasme er op korte termijn niet beter op. Met lage elektriciteitsprijzen wordt de terugverdientijd van bijvoorbeeld zonnepanelen langer. Verder maken mensen zich drukker om het behouden van hun baan dan om het isoleren van hun huis. Dit zal weer veranderen zodra de economie en de arbeidsmarkt weer herstelt. Voor het niet-ETS deel van de sectoren blijft er daarom een belangrijke rol bij de overheid liggen om ook hier vaart te blijven houden bij het halen van de ambitie om tot een klimaatneutrale economie te komen.

“De energietransitie is een systeemtransitie waarbij we nog 30 jaar de tijd hebben”

De energietransitie is een systeemtransitie waarbij we nog 30 jaar de tijd hebben. Het zal moeten blijken of we ten tijde van economische voorspoed vaart kunnen maken zoals we dat de afgelopen vijf jaar hebben gezien, en daarmee ruimte creëren om recessies – die nu eenmaal om de paar jaar langskomen – te kunnen overbruggen. Deze coronacrisis zorgt mogelijk voor een tijdelijke pauze in sommige activiteiten, maar zal de ambitie om de klimaatdoelstellingen te halen er niet anders om maken. Deze periode zal een test blijken voor de houdbaarheid en kracht van ons klimaatbeleid.

 

Deze column werd eerder gepubliceerd op Energiepodium.nl