Aluminiumprijs bereikt diep dal

door: Casper Burgering

De basismetaalmarkten worden zwaar op de proef gesteld door het coronavirus en de economische neergang die daar uit voortvloeit. Het coronavirus legt economische activiteiten lam en ontwricht vrijwel de hele toeleveringsketen. Het wegvallen van de vraag en de beperkingen in het vervoer is de bottleneck voor de sector. Mondiaal worden daardoor productiefaciliteiten gedwongen stilgelegd of soms definitief gesloten.

Met de scherpe afname van de economische activiteit zijn de prijzen van basismetalen – zoals aluminium, koper, nikkel en zink – flink onder druk komen te staan. Zo verloor een ton aluminium dit jaar al 20% van zijn waarde. Het prijsverval van koper, nikkel en zink was eveneens fors te noemen, maar daar bleef het verlies nog onder de 20%. Sterker nog, sinds 23 maart laten de prijzen van koper, nikkel en zink weer enig herstel zien, terwijl de aluminiumprijs zijn neerwaartse trend doorzet. Dan is de vraag: waarom blijft het herstel in de aluminiumprijs achter?

Genoeg aluminium geeft lage aluminiumprijs

Aan aluminium hebben we geen gebrek en dit zal voorlopig zo blijven. Er zit wereldwijd nog voldoende bauxiet – het ruwe materiaal voor het maken van alumina en vervolgens aluminium – in de aardbodem. Het USGS (ofwel de US Geological Survey) heeft berekend dat er nog voor 30 miljard ton aan bauxiet bewezen reserves in de aardbodem zitten. Circa 1,5% van deze bauxiet reserves wordt jaarlijkse gedolven. Daarnaast heeft het USGS een schatting gemaakt van de onbewezen reserves in de aardbodem. Dan komen ze uit op zo’n 55-75 miljard ton bauxiet wereldwijd. Het geeft aan dat we ons ook over de beschikbaarheid van de grondstoffen voor het maken van aluminium geen zorgen hoeven te maken.

Daarbij komt dat de recyclegraad relatief hoog is. Volgens de Global Aluminium Recycling Committee (GARC) ligt de recyclegraad van aluminium bij transportmiddelen en de bouwsector op zo’n 90%. Aangezien in deze twee sectoren samen circa 50% van de mondiale aluminiumconsumptie terecht komt, is de jaarlijkse stroom aan gerecycled materiaal aanzienlijk.

Tot slot liggen er nog voldoende voorraden in de opslaghuizen van de Londen Metal Exchange (LME) en de Shanghai Futures Exchange (SHFE). Het gaat om zo’n 2,2 miljoen ton. Dit is circa 3% van de totale jaarlijkse consumptie. Het betreft de officieel geregistreerde voorraden en dit is nog zonder rekening te houden met de aluminiumvoorraden bij producenten, metaalbe- en verwerkers, handelsondernemingen en service centers.

Effect op de aluminiumprijs

Door deze hoge beschikbaarheid zien we nog geen snel herstel van de aluminiumprijs, zoals we dat wel zien bij de koper-, nikkel- en zinkprijs. Daar is de balans tussen vraag en aanbod veel minder scheef en dit geeft de prijs eerder de mogelijkheid om te herstellen.

De vuistregel is vaak dat hoe hoger de schaarste van een grondstof, hoe hoger de prijsvolatiliteit. Doordat van schaarste in de aluminiummarkt voorlopig geen sprake is, zijn de prijsbewegingen in deze markt ook minder schokkend. Concreet betekent dit dat we minder abrupte diepe dalen en minder hoge pieken van de prijs zien.

Geluk bij een ongeluk

De ruime beschikbaarheid en de structurele overcapaciteit in de aluminiummarkt hangt de laatste jaren als een molensteen om de nek van de aluminiummarkt. Een prijsverval was het resultaat, maar dit is echter een proces van jaren geweest. Het heeft er uiteindelijk toe geleidt dat we dit jaar een historisch dieptepunt van de aluminiumprijs hebben bereikt. De vraag is natuurlijk hoe lang dit houdbaar is voor bedrijven in de aluminiumsector.
Bij deze lage prijzen zou je immers verwachten dat veel bedrijven in zwaar weer komen. Het is echter een geluk bij een ongeluk dat ook de energiekosten door de olieprijsschok in maart een stuk lager liggen. Dit geeft voor veel bedrijven in de aluminiumsector enige financiële ruimte. Maar ik denk dat een aanhoudend lagere aluminiumprijs op den duur toch zijn tol zal eisen.

Deze column heeft op 16 april ook in Beleggers Belangen gestaan