Zowel pensioenfondsen als AOW onder druk

door: Piet Rietman

  • Gemiddelde dekkingsgraad in Nederland onder de 90%
  • 1 juli is voorlopig de laatste grote AOW-stijging
  • Combinatie van beide ontwikkelingen vergroot beleidsonzekerheid
Pensioenmonitor-Maart.pdf (175 KB)
Download

Gemiddelde dekkingsgraad in Nederland onder de 90%

In een normale markt is er geen reden om de gemiddelde dekkingsgraad op dagbasis te volgen en beweegt deze hooguit een paar procentpunt per maand. Hierbij is de rente op staatsschuld leidend, omdat pensioenfondsen niet alleen staatsschuld bezitten maar hun verplichtingen ook worden berekend aan de hand van deze rente.

De eerste twee weken van maart was echter even niet de rente leidend, maar de waarde van aandelen en andere assets, door hun ongebruikelijk grote daling. Dit sloeg in een paar dagen tijd een gat in de dekkingsgraden van pensioenfondsen dat vergelijkbaar is met de financiële crisis van 2009. De gemiddelde dekkingsgraad in Nederland ging van 97% begin maart naar 83% medio maart.

Vervolgens stegen de dekkingsgraden in twee dagen tot tegen de 90% omdat de rente positief werd. Dit kwam met name doordat de ECB initieel op haar handen bleef zitten en zo begrotingsbeleid afdwong. Dat kwam er ook in Nederland. Hoekstra sprak de verwachting uit, alleen al om de komende drie maanden door te komen, 45 tot 65 miljard bij te moeten lenen. Deze verwachting was direct terug te zien in de rente.

Nadat de ECB op 18 maart alsnog een enorm pakket aankondigde ging de rente weer omlaag. Wij verwachten dat dit doorzet in het tweede kwartaal. Al met al wordt duidelijk dat er een instabiele periode is aangebroken voor pensioenfondsen: door de afwisseling van monetaire impulsen en begrotingsimpulsen maken zij veel sneller veel grotere schokken door.

Voor de dekkingsgraden is er, tot slot, één onbekende factor aan het ontstaan: het ‘geen premie, wel recht-risico’. Dat is het risico waarbij bedrijven failliet gaan of uitstel van betaling aanvragen en daardoor geen of minder pensioenpremie afdragen. Omdat gepensioneerden hun aanspraken behouden gaat dit risico ten koste van de dekkingsgraad. Uit eerste berichten blijkt dat betalingsregelingen in vrijwel alle sectoren aan de orde zijn en dat sector en sociale partners hieraan meewerken. Uit deze meewerking mag afgeleid worden dat het ‘geen premie, wel recht-risico’ lager blijft door generieke betalingsregelingen dan door enkele specifieke bedrijven failliet te laten gaan. Ook zal de NOW-regeling dit risico laag houden.

1 juli is voorlopig de laatste grote AOW-stijging

De AOW wordt twee keer per jaar verhoogd en is via het minimumloon gekoppeld aan de contractlonen. Doordat de contractloonontwikkeling in 2020 volgens het CEP bijna 3% is, zal het minimumloon per 1 juli naar ongeveer € 1680,- in de maand gaan. De AOW zal vanaf dezelfde datum zo’n 1,2% hoger zijn, waardoor de bruto AOW van een alleenstaande van € 1255,87 in de maand naar circa € 1270,- gaat. Omdat de AOW in januari ook al 2,3% steeg compenseert de AOW-stijging ruimschoots voor inflatie.

Dat de in het CEP gepubliceerde contractloonraming te positief zal blijken te zijn omdat we ten tijde van die raming nog niet in een recessie zaten, wordt gecompenseerd via het zogenoemde ‘naijleffect’ waarmee het minimumloon en dus de AOW-bedragen van 1 januari 2021 worden bepaald. Bovenop deze ingebouwde correctie voor het afgelopen jaar komt de contractloonverwachting voor het komende jaar. Het is dus waarschijnlijk zo dat de AOW-ontwikkeling na dit jaar weer terugkeert naar een wat voorzichtigere trend.

Combinatie van beide ontwikkelingen vergroot beleidsonzekerheid

Het volgen van de dekkingsgraden op dagbasis, zoals in het begin van deze Pensioenmonitor, is relevant omdat het de instabiliteit van het huidige pensioenstelsel laat zien. Toevallig maken pensioenfondsen deze achtbaanrit in maart mee. Maar als een pensioenfonds op het meetmoment 31 december slechts 85% dekkingsgraad kan hebben, maar misschien ook wel 95, is de dan te bepalen pensioenkorting niet te voorspellen. Dit betekent volgens de huidige regels dat een gepensioneerde die normaliter 1000 euro aanvullend pensioen per maand ontvangt, voortaan nog maar 850 óf 950 euro ontvangt. Een enorm verschil in koopkracht.

Zo zal de coronacrisis het point of no return geweest zijn in de nog steeds voortdurende gesprekken tussen overheid en sociale partners over een nieuw pensioenstelsel. Eerder signaleerden we al dat de dalende rente van het pensioenakkoord een dode letter maakte. Nu de coronacrisis aantoont hoe instabiel het huidige stelsel is en hoe laag de dekkingsgraden kunnen worden, kan alleen nog maar gewerkt worden aan een stelsel zonder rekenrente en dekkingsgraden. Dat is in de praktijk een stelsel zonder vaste pensioenaanspraken.

Op weg naar dat nieuwe stelsel dringt de vraag zich op of per 1 januari 2021 de pensioenen gekort worden onder de oude regels. De noodzaak daartoe is sinds de coronacrisis groter geworden door lagere dekkingsgraden. De beleidshistorie laat echter zien dat draagvlakoverwegingen bij zulke beslissingen zwaarder wegen dan de financiële noodzaak. Onze prognose dat er niet gekort gaat worden blijft daarom overeind. Al met al blijft het aanvullend pensioen dan gelijk, in combinatie met een stagnerende AOW-ontwikkeling. In dit basisscenario blijft de koopkracht van ouderen dus ongeveer gelijk of stijgt of daalt licht afhankelijk van de omvang van het aanvullend pensioen.

Om de koopkracht van ouderen een impuls te geven zijn echter verschillende noodgrepen denkbaar. Ondanks alles de pensioenen toch indexeren is daar één van. Vóór de coronacrisis leek dat een enigszins dure eis van de vakbonden – maar door desinflatie wordt indexatie een stuk betaalbaarder. Een andere mogelijkheid is een generieke AOW-verhoging, bijvoorbeeld doordat het kabinet in tijden van crisis de lonen een impuls zou willen geven. Door koppeling aan het minimumloon – 10% hoger minimumloon is een 7,6% hogere AOW – zou de AOW dan meestijgen. Weer een andere mogelijkheid tot verhoging is het toevoegen van een al dan niet tijdelijke component aan de AOW, zoals in het verleden KOB, AIO en inkomensondersteuning AOW werden ingevoerd om tegen koopkrachtverlies te beschermen. Al dit soort mogelijkheden leiden tot een grotere beleidsonzekerheid en het moeilijk kunnen voorspellen van de koopkracht van ouderen in 2021.