Visie op Azië 2020 – Effect coronacrisis op economische vooruitzichten tijdelijk

door: Arjen van Dijkhuizen

  • Net nu de industriële cyclus in Azië tekenen van uitbodeming vertoont …,
  • … brengt de uitbraak van het nieuwe coronavirus opnieuw tegenwind voor China en Azië
  • We verwachten dat het effect van de coronacrisis tijdelijk zal zijn …
  • … en dat de regionale groei dit jaar stabiliseert, na een serieuze vertraging in 2019
  • De Chinese overheid komt met gerichte stimulus in reactie op de coronacrisis …
  • … en we zien ook in andere Aziatische landen ruimte voor verdere stimulering
  • Fase-1-deal vermindert onzekerheid; spanningen duren voort, aanbodketens blijven verschuiven
200210-Visie-op-Azië-2020.pdf (303 KB)
Download

Terugblik op 2019: regionale groei zwakt af tot laagste tempo sinds mondiale kredietcrisis

De economische groei in opkomend Azië is sinds medio 2018 behoorlijk afgekoeld. Onze regionale groei-index is langzaam maar zeker afgenomen: van circa 6,5% j-o-j in de eerste helft van 2018 tot 5,1% j-o-j in het derde kwartaal van 2019, het laagste groeitempo sinds de mondiale kredietcrisis. Het is niet toevallig dat deze groeivertraging is opgetreden in een periode van oplopende spanningen tussen de VS en China op het vlak van handel en technologie. Dit conflict heeft geresulteerd in het over en weer opvoeren van invoertarieven (over in totaal USD 360 mld aan Chinese producten, waarbij China proportioneel vergelding heeft toegepast) en in Amerikaanse maatregelen op het vlak van de export van strategische producten naar en investeringen in en vanuit China.

 

Dit conflict bleek een forse tegenwind voor de mondiale economie en raakte opkomend Azië relatief hard vanwege de directe gevolgen voor China en de doorwerking op andere exportgeoriënteerde landen in de regio. De invoertarieven hadden directe effecten, zoals een ineenstorting van de bilaterale handel tussen de VS en China. Indirecte effecten op het ondernemersvertrouwen, financiële markten en kapitaalstromen waren echter minstens zo belangrijk. Een andere belangrijke factor die de regionale groeivertraging verklaart, is de sterke afkoeling van de Indiase groei, een gevolg van zowel externe als binnenlandse factoren.

Regionale groeivertraging breedgedragen, maar er zijn ook winnaars

De regionale groeivertraging in 2019 was breedgedragen. De Chinese groei op jaarbasis koelde af van 6,7% in 2018 tot 6,1% in 2019. De groeivertraging in India was nog veel sterker, van 6,8% in het belastingjaar 2018-19 tot naar verwachting 5% in het huidige belastingjaar. Ook in sterk op de export leunende landen nam de groei fors af, zoals in  Singapore (van 3,2% in 2018 tot 0,7% in 2019), Zuid-Korea (van 2,7% naar 2,0%) en Thailand (van 4,1% tot naar verwachting 2,5%). Hongkong werd niet alleen getroffen door de gevolgen van het handelsconflict op de mondiale groei en de wereldhandel, maar ook door de verheviging van binnenlandse sociale onrust. Het gevolg was dat de economie in de tweede helft van 2019 een flinke krimp doormaakte. In sommige landen bleef de groei echter keurig op peil ondanks het handelsconflict: Indonesië, Maleisië, Taiwan en Vietnam. Deze landen lijken in meer of mindere mate te hebben geprofiteerd van de versnelling in verschuiving van mondiale aanbodketens als gevolg van het handelsconflict.

Terwijl inkoopmanagerindices wijzen op een uitbodeming van de industrie …,

De regionale groeivertraging was met name zichtbaar in de industrie, met het conflict tussen de VS en China en de daaruit voortvloeiende afkoeling van de wereldwijde bbp- en handelsgroei als belangrijke drijver. De dienstensectoren bleven het over het algemeen beter doen. Tekenend hiervoor is de sterke daling van de regionale inkoopmanagersindex voor de verwerkende industrie, van een cyclisch hoogtepunt van 52,2 in december 2017 tot het laagste niveau sinds de kredietcrisis (49,3) in oktober 2019. Voor deze daling zijn vooral de twee grootste economieën (China en India) verantwoordelijk, maar ook andere, sterk op de uitvoer leunende landen. Met het aanhouden van de sociale onrust viel de PMI voor Hongkong terug tot 38,5 in november 2019, het laagste niveau sinds april 2003.

Toch is de industriële cyclus in opkomend Azië de laatste maanden tekenen van uitbodeming gaan vertonen, gesteund door hoop over een handelsakkoord tussen de VS en China en de doorwerking van stimulerend beleid in de regio. De regionale PMI-index is sinds oktober met twee volle punten gestegen, tot 51,1 in december (het hoogste niveau in 16 maanden). De laatste maanden laten PMIs in veel landen verbetering zien. Vergeleken met medio 2019 namen ook de PMI-uitvoerindices in de meeste landen toe. Dat is tekenend voor de ontspanning in het conflict tussen de VS en China die in de laatste maanden van 2019 zichtbaar was. Ook het uitbodemen van de mondiale IT-cyclus helpt het herstel van de Aziatische industrie, gelet op de verwevenheid van veel Aziatische landen met mondiale aanbodketens op dit vlak.

  

… zorgt de corona crisis voor een nieuwe, waarschijnlijk tijdelijke, tegenwind

In de afgelopen weken heeft de uitbraak van een nieuw coronavirus, met als oorsprong de Chinese stad Wuhan in de provincie Hubei, voor veel onrust gezorgd op financiële markten. Ook roept deze uitbraak de vraag op wat de economische gevolgen ervan zijn. Het aantal dodelijke slachtoffers is snel opgelopen naar momenteel ruim 900 (vooral in China), terwijl wereldwijd meer dan 40000 mensen met het virus zijn besmet. De Chinese overheid heeft rigoreuze maatregelen genomen om verspreiding van het virus tegen te gaan. Ongeveer 60 miljoen Chinezen moeten binnen blijven. Veel internationale vluchten zijn geannuleerd, verschillende landen hebben reisbeperkingen ingesteld en buitenlandse ondernemingen hebben vestigingen in China gesloten.

Het is lastig om de macro-economische gevolgen exact te duiden. Deze zullen afhangen van moelijk te voorspellen factoren, zoals de tijd die nodig blijkt het virus onder controle te krijgen, de mate waarin het virus zich verspreidt in China en daarbuiten en de tijdsduur van diverse noodmaatregelen. Waarschijnlijk zal vooral de Chinese consumptie geraakt worden, omdat consumenten vrijwillige openbare ruimtes mijden, of te maken krijgen met reisbeperkingen. Aan de aanbodzijde wordt waarschijnlijk de Chinese dienstensector het meest geraakt (bijvoorbeeld de reisbranche/toerisme, detailhandel, entertainment en horeca). Ook zullen verstoringen optreden in productieketens als gevolg van het langer dan gebruikelijk dicht blijven van fabrieken, kantoren en winkels na het Chinese Nieuwjaar. De coronacrisis leidt bovendien tot meer onzekerheid en daarmee tot een verkrapping van financiële condities en een aantasting van het ondernemers- en consumentenvertrouwen. Dit alles kan de groei verder onder druk zetten. Het verhogen van overheids-uitgaven op het terrein van de gezondheidszorg en het naar voren halen van monetaire stimulus (zie hierna) kan wel enige compensatie bieden hiervoor.

 

De SARS-crisis van 2003 biedt een aardig startpunt om de effecten van deze virusuitbraak te kunnen duiden, hoewel China nu wereldwijd een veel groter economisch gewicht heeft en er nu veel meer Chinese toeristen zijn. Het effect van SARS was nogal tijdelijk. De schade werd vooral gevoeld in de dienstensector (vanwege het effect op de consumptie en op toerisme) en deze liet een sterk herstel zien nadat de virusuitbraak onder controle was gekregen. Zoals de grafiek hierboven laat zien, koelde de bbp-groei in de vier landen die het meest geraakt werden door de SARS-crisis (China, Hongkong, Taiwan en Singapore) in het tweede kwartaal van 2003 fors af, maar volgde een sterk herstel in het derde kwartaal. Vooralsnog veronderstellen we ook nu weer een tijdelijke schok zoals tijdens de SARS-crisis. Dat betekent dat de economische groei in China en opkomend Azië waarschijnlijk zwakker uitpakt in de eerste helft van 2020 (vooral in het eerste kwartaal), maar in de tweede helft van 2020 juist wat hoger uitkomt. Vooralsnog hebben we onze groeiraming voor China voor geheel 2020 niet aangepast, maar dat kan veranderen. Dat geldt ook voor de meeste andere Aziatische landen, behalve voor Hongkong (verdere verlaging groeiraming naar 0%). Hongkong heeft relatief sterke economische banden met China en ontvangt de meeste Chinese toeristen, hoewel het aantal toeristen uit China vorig jaar al sterk is afgenomen als gevolg van de aanhoudende sociale onrust. Al met al verwachten we dat de regionale groei dit jaar stabiliseert na de aanzienlijke groeivertraging in 2019. Toch zijn de neerwaartse risico’s als gevolg van de uitbraak van het nieuwe coronavirus toegenomen.

Formele ondertekening Fase-1-akkoord tussen de VS en China vermindert onzekerheid …

Op 15 januari ondertekenden de VS en China officieel het Fase-1-akkoord, dat in december al was aangekondigd. De nadere uitwerking van de overeenkomst voldeed grotendeels aan de verwachtingen. China heeft zich verplicht om de invoer  van goederen en diensten uit de VS (fabrikaten, landbouwproducten, energie en diensten) in twee jaar te verhogen met USD 200 mld ten opzichte van 2017. Dit jaar moet de invoer met USD 77 mld omhoog en volgende jaar met USD 123 mld. Dat lijkt behoorlijk ambitieus (een stijging van meer dan 100% ten opzichte van 2017), zeker indien bedacht wordt dat de bilaterale handel tussen de VS en China eind 2018 is ingestort. Het risico bestaat dan ook dat China deze toezeggingen niet kan nakomen. Overigens heeft China inmiddels aangegeven zich aan de afspraken te zullen houden, al kost het misschien door de coronacrisis wat meer tijd. Verder heeft China toezeggingen gedaan op het vlak van het wisselkoersbeleid, het openstellen van de financiële sector en het versterken van de bescherming van intellectueel eigendom. Deze toezeggingen betreffen grotendeels beleid dat al in gang was gezet.

… hoewel strategische spanningen aanhouden en aanbodketens blijven verschuiven

De ondertekening van het Fase-1-akkoord is gunstig voor opkomend Azië, omdat de wapenstilstand helpt om de neerwaartse risico’s te beperken, de onzekerheid te verminderen en het vertrouwen te herstellen. Toch neemt het akkoord niet alle onzekerheid weg. We denken dat de relatie tussen de VS en China fundamenteel is veranderd onder het presidentschap van Trump. Onzekerheden op het vlak van toekomstige handels- en investeringsrelaties zullen dus blijven bestaan en de ontkoppeling tussen de VS en China en de verschuiving van aanbodketens zullen voortduren. Een andere onzekerheid hangt samen met de Chinese commitment om de invoer vanuit de VS te verdubbelen. Dat kan tot substitutie-effecten leiden en ten koste gaan van de Chinese invoer uit andere landen. Op het vlak van het Amerikaanse handelsbeleid bestaat verder het risico dat de VS nu het oog laat vallen op andere Aziatische (of Europese) landen die forse omvangrijke bilaterale overschotten met de VS hebben en die in de ogen van de VS hun wisselkoers ‘manipuleren’. Vorig jaar voegde het Amerikaanse ministerie van financiën Maleisië, Singapore en Vietnam toe aan hun watchlist. China is van dat lijstje verwijderd na het Fase-1-akkoord; Zuid-Korea is er op blijven staan.

Door voedselprijzen neemt inflatie snel toe; kerninflatie bodemt uit

In de afgelopen maanden is de regionale inflatie snel toegenomen. Onze regionale CPI-index is gestegen van circa 2,6% j-o-j medio 2019 tot 4,4% in december. Hoewel de stijging van de inflatie zichtbaar is in de meeste Aziatische landen, wordt de sterke stijging van de regionale index gedreven door China (inflatie op 8-jaars hoogtepunt van 5,4% j-o-j in januari 2020) en India (5,5 jaars hoogtepunt van 7,4% j-o-j in december). Dat komt vooral door de sterke stijging van voedselprijzen in deze twee landen. In China is de voedselprijsinflatie door het effect van de varkenspest op de varkensstapel toegenomen tot ruim 20% begin 2020. En in India, waar voedselgerelateerde componenten samen meer dan de helft van het inflatiemandje uitmaken, is de voedselprijsinflatie gestegen naar 12% j-o-j in december. Daarentegen is de kerninflatie (geschoond van voedsel- en energieprijzen) in opkomend Azië sinds eind 2018 juist fors gedaald in lijn met de regionale groeivertraging, maar deze vertoont recent tekenen van uitbodeming. We verwachten dat de voedselprijzen en de CPI-inflatie in 2020 afzwakken van de huidige hoge niveaus en dat de kerninflatie verder gaat oplopen in lijn met het verwachte conjuncturele herstel in de tweede helft van dit jaar.

  

Centrale banken verruimden het monetaire beleid in 2019 …

In antwoord op de regionale groeivertraging hebben centrale banken in opkomend Azië in 2019 het monetaire beleid versoepeld, in navolging van de Fed, de ECB en de BoJ. In 2019 ging de Chinese centrale bank door met gerichte stimulus, waaronder miniverlagingen van een aantal beleidsrentes en flinke verlagingen van de bancaire reserve-vereisten (met 200 bp sinds eind 2018). De Indiase centrale bank verlaagde het belangrijkste beleidstarief in 2019 met maar liefst 135 bp, tot 5,15%. De beleidsrentes werden ook verlaagd in Indonesië en de Filippijnen (met 100 bp, tot respectievelijk 5,0% en 3,75%), Thailand (met 75 bp, tot 1,0%), en Zuid-Korea en Maleisië (met 50 bp, tot respectievelijk 1,25% en 2,75%). Ook in Singapore werd het monetaire beleid iets versoepeld via een aanpassing van het wisselkoersbeleid.

… en we zien ruimte voor meer stimulus om de effecten van de coronacrisis tegen te gaan

De Chinese autoriteiten hebben vrij snel het beleid versoepeld in een poging de effecten van de coronacrisis te compenseren. Begin februari verlaagde de centrale bank haar reversed repo tarieven (voor 7 en 14 dagen) met 10 bp, tot respectievelijk 2,4% en 2,5% en werd voor USD 175 mld aan additionele liquiditeit in het Chinese bankwezen gepompt. Bovendien kondigde Beijing een aantal begrotingsmaatregelen aan, zoals belastingvrijstellingen en subsidies ter ondersteuning van bedrijven en huishoudens die door de coronacrisis worden geraakt. We verwachten dat Beijing een verdere versoepeling van het monetaire en begrotingsbeleid naar voren haalt, waaronder verdere verlagingen van beleidsrentes en bancaire reservevereisten. In reactie op de eerdere verhoging en het naar voren halen van de quota voor locale overheden is de uitgifte van speciale obligaties ter financiering van infrastructuurprojecten begin 2020 duidelijk toegenomen. Ook elders in opkomend Azië zien we nog wel wat ruimte voor verdere renteverlagingen als de coronacrisis begint door te werken, hoewel het grootste deel van de renteverlagingen in de regio achter de rug zullen zijn. In veel landen is er ook ruimte voor stimulus via de begroting. Dat weerspiegelt over het algemeen gunstige overheidsfinanciën, zeker in vergelijking met veel andere opkomende landen/regio’s.

Tot slot

We verwachten dat de regionale groei in opkomend Azië dit jaar stabiliseert, na een aanzienlijke groeivertraging in 2019. We hebben vooralsnog onze groeiramingen voor het gehele jaar 2020 niet aangepast naar aanleiding van de corona-crisis, behalve voor Hongkong, maar dat kan veranderen. We veronderstellen een tijdelijke schok vergelijkbaar met de SARS-crisis in 2003. De groei in China en opkomend Azië zal daardoor vooral in het eerste kwartaal van dit jaar een stuk zwakker uitkomen en in de tweede helft van het jaar waarschijnlijk sterker. Het is duidelijk dat neerwaartse risico’s voortvloeien uit het langer duren van de coronacrisis die kan bijdragen aan een sterker dan verwachte groeivertraging van China, met besmetting naar de rest van de regio. Andere risico’s vloeien voort uit een mogelijke herescalatie van spanningen tussen de VS en China of uit nieuwe Amerikaanse tarieven/sancties versus andere Aziatische landen, en uit andersoortige geopolitieke risico’s (Hongkong, Taiwan, Zuid-Chinese Zee).