Van verliesmodel naar verdienmodel

door: Pierre Berntsen , Jan de Ruyter , Nadia Menkveld

Meer dan ooit is er aandacht voor de toekomst van de land- en tuinbouw en de wijze waarop ons voedsel is geproduceerd. Het moet duurzamer, daarover is nauwelijks discussie. Wel over de vraag wat duurzaam produceren nu precies is. En wie daarvan de kosten draagt. Hoe weeg je milieukosten, maatschappelijke kosten, dierenwelzijn of biodiversiteit tegen elkaar af? Wat gaat dit doen met de kostprijs van voedsel, de marges in de keten en met de consumentenprijs?

Ofwel: wat is de echte prijs van voedsel en hoe verdelen we de lusten en lasten op eerlijke wijze? Hoe combineren we duurzame voedselproductie met robuuste verdienmodellen voor alle schakels in de keten? Wat kunnen we leren van elkaar en van inspirerende praktijkvoorbeelden?

Deze vragen kwamen aan de orde in de bijeenkomst ‘Van verliesmodel naar verdienmodel, de eerlijke en echte prijs van voedsel’ die ABN AMRO op 29 januari in Amsterdam hield voor een groep van ondernemers, beslissers en beïnvloeders in de agrarische-, food- en retailsector.

Deze publicatie bevat een verdiepende samenvatting van deze inspirerende middag.

Rapport-Van-verliesmodel-naar-verdienmodel_klein.pdf (1 MB)
Download

Tien aanbevelingen uit de workshops in Circl

  1. Basisvoorwaarde voor het realiseren van een hogere prijs is dat je product een meerwaarde heeft op het gebied van smaak,gemak of duurzaamheid. Als je niet aan die basisvoorwaarde voldoet heeft iedere discussie over een hogere prijs geen zin.
  2. Je hebt als ondernemer zelf een grote rol in het laten slagen van je concept bij de eindverbruiker. Je moet niet alleen zichtbaar zijn. Je moet benaderbaar zijn. Alle ketenpartners moeten het verhaal helpen vertellen.
  3. Retailers zien true pricing als een transparantiemodel, niet als een actiemodel. Ofwel: supermarkten willen vaak best schapruimte inruimen voor producten met een goed verhaal, dat biedt immers onderscheidend vermogen, maar het initiatief tot het vertellen van dat verhaal ligt bij de producent.
  4. Inspelen op een nieuwe marktvraag loont, maar wees je ervan bewust dat die vraag een tijdelijk karakter kan hebben.
  5. Je moet als innoverend agrarisch bedrijf realiseren dat niet iedereen een even groot deel van de koek krijgt. De markt is niet eerlijk. Maar bij innovatie gaat iedereen in de keten er op vooruit en maak je de koek groter.
  6. We leren als sector en ook als keten het beste in economisch slechte tijden. Dan leer je het snelst en het meest. “Never waste a good crisis”.
  7. Het opzetten van eigen marketingactiviteiten voor een productlijn is een tijdrovend en kostbaar proces. Bezint voor u begint.
  8. De voorwaarden van biologische producten en van dierenwelzijn zijn bij wet of door certificering geregeld, maar de waarde van een eerlijke prijs niet. Hoogwaardige producten krijgen gezelschap van kostenefficiënte gangbare producten, met het risico op prijsdruk.
  9. Met meten van duurzaamheid kun je nu al beginnen. Het geeft je inzicht in je processen en een leidraad om je eigen bedrijfsvoering te verbeteren. Daarnaast kan het helpen om je positie in de keten te verbeteren. Van be good and tell it naar be good and prove it!
  10. Modellen en berekeningsmethoden om de echte kosten te berekenen moeten te begrijpen zijn met gezond boerenverstand. Het vertrouwen in de methode helpt om de ‘footprint’ te kunnen verbeteren.