Kanttekeningen bij plannen arbeidsmarkt van Borstlap

door: Han Mesters

De commissie Borstlap maakt zich zorgen over de toenemende ongelijkheid op de arbeidsmarkt. Flexwerkers hebben aanzienlijk minder rechten dan mensen in vaste dienst en lijken bijzonder kwetsbaar bij een economische neergang: de crisis van ruim tien jaar geleden heeft laten zien dat de schil van flexibele werknemers in moeilijke tijden door bedrijven relatief snel wordt afgebouwd.

In hun recent verschenen rapport gaat de commissie diep in op de sociale en economische knelpunten op de arbeidsmarkt die mede door regelgeving zijn verstrekt. Borstlap pleit ervoor, net als het kabinet al eerder, dat de positie van werknemers in vaste dienst en die van flexwerkers meer wordt ‘rechtgetrokken’. De gedachte is om flexibele werknemers meer zekerheden te geven en werknemers in vaste dienst minder, met als hoger doel dat uiteindelijk meer mensen een vaste aanstelling krijgen. Dit is tevens de strekking van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) die 1 januari van dit jaar van kracht is gegaan.

De zorgen van de commissie Borstlap zijn deels terecht, in het bijzonder als het gaat om de onderkant van het spectrum. Dit betreft het toenemende aantal schijnzelfstandigen die doorgaans laag worden betaald en in hoge mate door hun werkgever in beslag worden genomen zonder daar garanties voor terug te krijgen. Minder positief is dat de commissie verzuimt een duidelijk onderscheid te maken tussen de vele soorten flexwerkers die in Nederland actief zijn en daarom de bovenkant van de flexmarkt met onnodige regelgeving dreigt te confronteren. Dit is de groep die wij aanduiden als de zelfstandige professionals; bewust optredend als zelfstandig ondernemer (zzp’er), doorgaans goed betaald, werkend voor meerdere opdrachtgevers naar keuze en met voldoende ruimte voor zelfontplooiing.

Hoewel de precieze uitwerking van de voorstellen van de commissie nog moet volgen, heeft het er alle schijn van dat alle flexwerkers zonder meer op een hoop worden gegooid. Positief voor een groot deel van deze groep, maar tegelijk nadelig voor zelfstandige professionals die met verplichtingen worden opgezadeld die ze helemaal niet willen of hoeven hebben, zoals het afsluiten van een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Drie kanttekeningen

We kunnen drie kanttekeningen maken bij het gedachtengoed dat ten grondslag ligt aan het rapport van de commissie Borstlap. In de eerste plaats heeft eind 2018 al een omslagpunt plaatsgevonden op de arbeidsmarkt; er werden vanaf dat moment weer meer mensen in vaste dienst genomen dan aan flexcontracten werd aangeboden. Dit heeft vooral te maken met de toenemende schaarste aan medewerkers in steeds meer sectoren. Werkgevers vrezen in toenemende mate dat ze hun uitzendkandidaten en medewerkers op detacheringsbasis te makkelijk kwijtraken wanneer ze geen vaste aanstelling hebben. In 2019 is deze trend verder versterkt.

In de tweede plaats onderschat de commissie Borstlap de invloed van de huidige demografische ontwikkelingen: wij geloven dat de huidige tekorten op de arbeidsmarkt meer structureel van aard worden in plaats van conjunctureel. Zo bezien is de kans op verlies van werk en dus schade voor flexwerkers bij een volgende economische neergang aanzienlijk kleiner.

Figuur 1 Demografie en schaarste

Bron: TNO

In de derde plaats onderschat Borstlap de algehele verandering van de visie op werk, vooral onder de generatie hoogopgeleide millennials en de generatie Z. Zij voelen in veel gevallen veel meer voor een bestaan als ondernemer (zzp’er) dan voor een werkzaam leven in een klassieke omgeving van ‘leiding en toezicht’. En daartoe hebben ze ook alle kans; digitalisering maakt flexibel werk veel beter mogelijk, bedrijven werken in toenemende mate op projectbasis en in teams, en de leden van deze generaties hebben tot slot aan opdrachten en zelf-gegenereerde zekerheden voorlopig geen tekort. Het gedwongen aangaan van allerlei ‘zekerheden’ staat het optimaal functioneren van deze voor de economie zeer belangrijke flexibele schil in de weg.

Gevolgen

Het veronachtzamen van de genoemde kanttekeningen heeft grote maatschappelijke gevolgen. Uiteindelijk gaat het bij het nadenken over het inrichten van de toekomst van werk voor een belangrijk deel over de productiviteit van medewerkers. Talentvolle (jonge) medewerkers die vaak aanzienlijk productiever zijn dan andere werknemers zijn niet altijd gebaat bij een vast contract of knellende zekerheden. Zij hebben behoefte aan een steilere leercurve en een (langdurig) vast contract bij één bedrijf is niet altijd de juiste contractvorm.

In het geval van structurele schaarste wordt het dus nog belangrijker om medewerkers productief in te zetten. Dit geldt zowel voor medewerkers in vaste dienst als voor flexmedewerkers. Een onderzoek van Bain consultants laat zien dat de meest effectieve bedrijven ongeveer 13 procent van hun productiviteit verliezen aan ‘interne stroperigheid’. Voor minder effectieve bedrijven is dat 25 procent.

Er ligt dus een duidelijke verantwoordelijkheid bij het management van bedrijven om precies die randvoorwaarden te creëren waarmee hun kostbare ‘human capital’ zo goed mogelijk wordt ingezet. Bij de huidige conjunctuur en vooral het structurele tekort aan arbeid kunnen we erop vertrouwen dat bedrijven er alles aan zullen doen om deze verantwoordelijk naar behoren te dragen. Een al te rigide invulling van de vorm waarin ze hun menselijk kapitaal moeten gieten, draagt hier niet in alle opzichten aan bij.