Het heilige huisje van de verhuurdersheffing

door: Madeline Buijs

Het nieuws waarvan je wist dat het er op enig moment aan zat te komen, kwam in de brief die minister Van Veldhoven voor Milieu en Wonen op 18 februari naar de Tweede Kamer stuurde. De op Prinsjesdag aangekondigde korting op de verhuurdersheffing van jaarlijks 100 miljoen euro gedurende een periode van tien jaar, is populair bij woningcorporaties. Zo populair dat het jaarlijkse bedrag al vijf keer overschreven is.

Woningcorporaties hebben aanvragen ingediend voor een totaalbedrag van 500 miljoen euro. Niet gek gezien het feit dat woningcorporaties jaarlijks 1,7 miljard aan verhuurdersheffing moeten afdragen. De minister schrijft eufemistisch: “Hoewel deze aanvragen nog moeten worden goedgekeurd, geven de vele aanvragen aan dat de heffingsvermindering in een behoefte voorziet.”

Het is goed dat de minister korting wil geven op de verhuurdersheffing, want het enthousiasme van de woningcorporaties maakt veel duidelijk. Woningcorporaties zijn bereid om meer te bouwen, maar hikken tegen de hoge verhuurdersheffing aan. Een korting op de heffing grijpen zij met beide handen aan.

De grote vraag is waarom het kabinet aan de verhuurdersheffing blijft vasthouden. Woningcorporaties staan onder toenemende druk om een grotere rol te spelen in het verminderen van het woningtekort door meer sociale huurwoningen te bouwen en te voorzien in de bouw van flexwoningen die voor een bepaalde duur worden neergezet om zo de ergste nood te ledigen.

Eind 2013 is de verhuurdersheffing ingesteld als crisismaatregel om de woningcorporaties te laten bijdragen aan de overheidsbegroting die er toen niet goed uitzag. In de memorie van toelichting bij de wet werd dan ook gesteld dat het doel van de heffing was om extra inkomsten voor de overheid te genereren. We leven inmiddels in 2020 en de economische situatie is compleet veranderd. Het begrotingsoverschot kwam over de eerste drie kwartalen van 2019 uit op 14 miljard euro, meer dan het record uit 2008.

Een economische crisis is dus in geen velden of wegen te bekennen. Voor de woningcorporaties is de crisistijd echter nog dagelijkse kost. Zij blijven een bijdrage leveren aan de slechte economische situatie van Nederland die er helemaal niet meer is. De verhuurdersheffing is daarmee eerder een heilig huisje geworden dan een tijdelijke maatregel om de overheidsbegroting op orde te krijgen.

Deze column verscheen eerder in Cobouw op 25 februari 2020