Headlines | Coronavirus dwingt kledingbranche tot plan B

door: Henk Hofstede

Foto: Shutterstock

 

 

 

Het coronavirus in China zet onder meer de provincie Wuhan volledig op slot. Om uitbreiding van het virus te beperken zijn transport en fabrieken stilgelegd. Wuhan is een belangrijk logistiek knooppunt en productiecentrum van diverse producten voor de Westerse markt, waaronder kleding. Volgens branche-organisatie INretail beschikt de Nederlandse winkelier voorlopig over voldoende aanvoer, maar wanneer het virus langer aanhoudt, moeten alternatieven worden gezocht.

Insight:
De afhankelijkheid van China is fors. Nederlandse bedrijven importeerden in de eerste elf maanden van 2019 voor 2,4 miljard euro aan kleding en toebehoren vanuit China. Daarmee is bijna een vijfde van onze jaarlijkse kledingimport afkomstig uit China.

De dreiging van haperende import komt voor kledingwinkeliers op een ongunstig moment. Vorig jaar kampte de branche met een gemiddelde omzetdaling 1,9 procent, waarbij veel individuele partijen aanzienlijk meer schade leden. Een knellende bevoorrading als gevolg van het coronavirus kan de branche dus slecht gebruiken.

Naast een grote kledingexport levert China bovendien veel grondstoffen en halffabricaten aan andere textielproducerende landen, zoals Pakistan, India, Bangladesh, Vietnam en Indonesië, die dan weer aan bijvoorbeeld Nederlandse bedrijven leveren. China neemt bijvoorbeeld voor zowel de katoen- als denimproductie 23 procent van de wereldproductie voor zijn rekening. Daarmee legt het coronavirus dus mogelijk ook indirect beperkingen op aan de import.

Voor de lentecollecties hoeven veel kledingwinkels zich echter weinig zorgen te maken. Volgens INretail was de lentecollectie vanuit China al op de boot richting Nederland toen het coronavirus uitbrak. Die kleding komt dan waarschijnlijk wel op tijd in de winkels.

Steeds meer kledingwinkels werken echter met meerdere seizoenen en met kleinere, flexibelere collecties om aan te kunnen haken bij de behoeftes van de grillige consument. Wanneer het coronavirus aanhoudt, kunnen speciale leveringen voor de zomer in gevaar komen. Bovendien kunnen winkeliers zich niet goed voorbereiden op het herfst- en winterseizoen. Die voorbereidingen beginnen traditioneel in februari al.

Met de huidige onzekerheid is het risicovol om voor de komende collecties de normale bestellingen in China te blijven doen. Alternatieven zijn echter moeilijk te vinden. Buiten China bestellen is uiteraard een optie, maar gezien de genoemde afhankelijkheid halffabricaten is ook dan levering niet gegarandeerd. Bovendien kan ‘last minute; overschakelen voor hogere prijzen zorgen; de fabrieken in andere landen waar kleding wordt geproduceerd, zoals Turkije, Portugal en de Balkanlanden hebben dan een sterke onderhandelingspositie. Daarnaast is het maar de vraag of ze wel voldoende capaciteit hebben om nieuwe orders aan te kunnen.

Overstappen naar een andere producent voor specifieke producten is überhaupt niet makkelijk; vaak hebben importeurs namelijk ‘tailor-made’ afspraken met de fabrieken, wat een overstap bemoeilijkt. Om toch over te stappen is de nodige voorbereidingstijd nodig, het liefst met werkbezoek.

Voor een mogelijk noodscenario als de coronacrisis is het daarom van belang dat merken en retailers altijd een ‘plan B’ hebben. Daarin moet staan welk deel van de productie toch redelijk makkelijk verplaatst kan worden, welke alternatieven er zijn en hoe groot de tijdelijke druk op de kasstromen is als de inkoop duurder wordt. Het aanbieden van tijdloze kleding die minder gevoelig is voor trends kan het probleem deels opvangen omdat een bestaande collectie dan langer mee gaat.

Het is onzeker hoe het virus zich ontwikkelt, maar het is duidelijk dat scenarioplanning binnen ketens met grote afhankelijkheid van buitenlandse productie meer dan ooit noodzakelijk is.

In Headlines & Insights geeft ABN AMRO duiding bij het nieuws.

Meer informatie: