Geef prioriteit aan het spoor

door: Madeline Buijs

Stelt u zich eens voor, over tien jaar bedraagt de reistijd vanuit de Achterhoek naar de Zuidas nog maar een uur. Of die tussen Groningen en Utrecht. U denkt nu: “Ja, maar al die files, dat lukt nooit in een uur.” Maar het gaat hier niet over de rit per auto, maar over een snelle treinverbinding.

Door de stikstofperikelen staat verduurzaming van het vervoer weer op de politieke agenda. Auto’s stoten immers stikstof uit. De politiek grijpt in door overdag de maximumsnelheid op snelwegen te verlagen naar 100 kilometer per uur.

Dit is slechts een kortetermijnoplossing. Een verdere toename van het verkeer en daarmee van de stikstofuitstoot lijkt niet te stoppen. De Kerncijfers Mobiliteit 2018 voorspellen voor 2023 tien procent meer voertuigkilometers dan in 2017.

Juist nu moeten investeringen worden gedaan die het vervoer op de lange termijn verduurzaamt. Daarom een simpel gedachtenexperiment. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat investeert de komende zes jaar 18,1 miljard euro in het hoofdwegennet en 11,8 miljard euro in het spoor. Waarom keren we deze bedragen niet om, zodat er eindelijk vaart komt in het optimaliseren van het openbaar vervoer (OV)? Betere aansluitingen en hogere snelheden dus. De Nederlandse Spoorwegen hopen vanaf 2023 de eerste treinen in te zetten die op het huidige spoor 200 kilometer per uur kunnen halen.

Op dit moment is het OV verre van optimaal. Met het OV zou je van Haarlem veel sneller in Amsterdam Zuid moeten zijn dan met de auto, maar buiten de spits duurt het even lang. En vanuit Purmerend of Almere Poort ben je met het OV zelfs langer onderweg. Op weg naar afgelegen plaatsen buiten de Randstad loont het OV nog veel minder.

Nu is het uitgelezen moment om investeringen in het spoor prioriteit te geven. In de huidige stikstofcrisis kunnen spoorprojecten veel eenvoudiger worden opgestart dan werkzaamheden aan het wegennet. En zo kunnen we op de lange termijn profiteren van een OV dat veel aantrekkelijker is dan de auto.

Deze column verscheen eerder in het Duurzaamheidsmagazine van ABN AMRO: Winst op alle fronten