Chinese honger naar metalen blijft

door: Casper Burgering

De Chinese economie staat onder druk door het coronavirus. Veel fabrieken zijn gesloten en dat raakt de groei van de vraag naar metalen. Het aanbod van metalen kent ook de nodige uitdagingen. Want het virus legt transport- en logistieke stromen lam en dat bedreigd de aanvoer van ruwe materialen naar verwerkingsfaciliteiten. Het neemt echter niet weg dat China in de komende jaren een invloedrijke machtsfactor blijft in metaalmarkten.

Strategisch inkoper

De groei van de Chinese import van metalen volgt in belangrijke mate de groei van de economie. Want zodra de economische activiteit in de bouw, de automotive sector, de machinebouw en in het maken van elektrische apparaten terugloopt, dan neemt ook de behoefte aan metalen af. Dit loopt echter nooit één-op-één, want China is bij uitstek een strategisch inkoper. Dit betekent dat wanneer de prijs relatief laag is, dat voor China vaak voldoende reden is voor een koopmomentje. Immers weten ze dat ze vroeg of laat de grondstoffen toch nodig hebben.

Ertsen en schroot

China is voor veel metalen en mineralen afhankelijk van het buitenland. Grondstofrijke landen zoals Australië, Brazilië en Indonesië hebben daarvan flink geprofiteerd. Zo importeert China jaarlijks grote hoeveelheden ijzererts, vooral vanuit Australië en Brazilië en nikkelerts uit Indonesië. Toen China lid werd van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in 2001 is de handel in deze industriële metalen mondiaal sterker toegenomen.

De Chinese raffinagecapaciteit in metalen is na het lidmaatschap aan de WTO in rap tempo uitgebreid. Zo steeg de productie van zuiver koper met gemiddeld 12% per jaar in de periode 2002-2019, die van aluminium met gemiddeld 14% per jaar en van nikkel zelfs met gemiddeld 18% per jaar. Daarmee heeft China een immense capaciteit door de jaren heen opgebouwd. De behoefte naar ertsen en ook schroot blijft daarmee hoog.

In 2019 is China vooral veel metaalertsen en halffabrikaten blijven importeren. Juist om de binnenlandse productiefaciliteiten te blijven voeden met ruw materiaal. De import van metaalproducten stond in 2019 onder druk. Net zoals de import van schroot. Die is in 2019 eveneens sterk gekrompen. Vanuit milieu-overwegingen heeft China de import van veel schroot in de ban gedaan, om deels ook de binnenlandse aanvoer te stimuleren. De aanvoer van schroot is echter flink lager en het lijkt erop dat China de import van schroot weer meer gaat toestaan.

Figuren: Chinese import volumes van diverse metalen en mineralen sinds 2013 en % groei van de import in 2019

Robuustere lange termijn voor metalen

De Chinese behoefte aan industriële metalen is op de lange termijn ook maar moeilijk te stillen. Door de verdergaande verstedelijking en industrialisering, maar ook door verdere elektrificatie van de maatschappij blijft de honger naar industriële metalen groot. Indirect hebben de verbeteringen in het Chinese welvaartsniveau, een groeiende bevolking en de opkomende middenklasse in China ook veel invloed op de vraag.

En dan is er ook nog het ‘Belt & Road Initiative’, ofwel de Nieuwe Zijderoute. Dit is een grootschalig infrastructureel project dat verbindingen moet realiseren – via land en zee – tussen Azië, Afrika en Europa. De versterking van de link in infrastructuur en investeringen tussen China en ongeveer 65 andere landen, versimpelt en intensiveert de handel. Het project loopt tot 2030 en het zorgt ervoor dat de vraag naar industriële metalen tot die tijd robuust blijft.

Deze column heeft op 10 februari ook in de Telegraaf gestaan onder de titel: ‘virus of niet, China blijft metalen kopen