Boerengrond hoort in boerenhand

door: Pierre Berntsen

In december publiceerden wij het rapport “Grond om te boeren”. Daarin spreken we de verwachting uit dat de prijsverschillen tussen percelen landbouwgrond de komende jaren toe nemen. Kwaliteit en ligging spelen daarbij een belangrijke rol. Daarnaast zullen de verschillen tussen grasland en bouwland verder toenemen. Terwijl de prijs van goed bouwland stijgt verwachten wij een stagnering en zelf een daling van de prijs van grasland. In deze column schets ik de conclusies uit het rapport en het belang van het behoud van boerengrond in boerenhand.

Prijsverschillen landbouwgrond nemen toe

Er zijn diverse factoren die de prijs van landbouwgrond de komende jaren ondersteunen. Denk aan de gestage afname van het landbouwareaal die leidt tot schaarste en aan de lage rentes voor spaargeld en voor leningen. Er zijn echter meer factoren die zorgen voor prijsdruk. Het verdienvermogen in de melkveehouderij en de financierbaarheid van groei staan onder druk. Daarnaast verlaagt extensivering het inkomen per hectare. Wij verwachten dat deze inkomensdaling in het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid niet volledig wordt gecompenseerd. Bovendien staat het positieve sentiment in de sector onder druk. De drive en passie om te boeren zijn traditioneel sterk in Nederland en leiden tot de wil om te investeren en ontwikkelen. De druk op sentiment en inkomen leiden tot minder investeringen en minder bedrijfsopvolgers.

De waardestijging van grond in de afgelopen decennia is belangrijk geweest voor de opbouw van vermogen door boeren en tuinders. Daarom is het belangrijk dat boeren grond niet alleen bewerken maar ook bezitten. Daarbij stimuleert bezit van grond het rentmeesterschap dat in de genen zit van boeren; eigen grond, daar zorg je extra goed voor. Het zorgt immers voor je inkomen en dat van volgende generaties.

Waardegroei is het pensioen van de boer

Vraag het aan een oudere akkerbouwer of melkveehouder. ‘Waar heb je meer mee verdiend, met het boeren of met de waardestijging van je grond?’ Het antwoord is in negen van de tien gevallen ‘met de waardestijging’. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie, maar de waardevermeerdering van veertig hectare grond gedurende een generatie bedraagt al snel een aardig vermogen en voldoende voor een onbezorgde oude dag. Met de exploitatie van de grond is dit niet mogelijk. Daarbij wordt deze geïnvesteerd in het bedrijf en is dus niet meer beschikbaar.

Waardegroei is de hefboom voor bedrijfsontwikkeling

Bij ondernemen hoort het nastreven van bedrijfsontwikkeling. Bij het investeringsplan dat de boer uitvoert, is de eigen inbreng vaak beperkt. Dat betekent dat een groot deel van de investering door de bank wordt gefinancierd. Dat knelt als daardoor de exploitatie of vermogenspositie onder druk komt. Bij bedrijven met eigen grond is het – door de aflossingen die in het verleden zijn gedaan en door de waardestijging van de grond – vaak toch mogelijk om de investering te financieren. De vermogensbuffer en toekomstbestendigheid zijn gegroeid. Het is onze ervaring dat pachtbedrijven zich om deze reden minder sterk kunnen ontwikkelen.

Grond in eigendom versterkt duurzaam bodemgebruik

Landbouwgrond in Nederland is duur en de pachtprijzen zijn hoog. Dat vraagt om hoge rendementen en die worden vooral bereikt door de grond intensief te gebruiken. De komende decennia neemt het belang van duurzaam bodemgebruik toe. Met lichtere machines, andere teeltmethodes, vergroeningsmaatregelen en blijvend grasland is veel mogelijk. Maar verduurzaming vraagt ook om investeringen met een lange terugverdientijd. De bodem reageert immers traag. Grond in eigendom en ook langjarige pacht stimuleren duurzaam landgebruik. Je weet als ondernemer namelijk dat je investering in de bodem uiteindelijk rendeert.

 

Deze column verscheen eerder op Boerderij op 3 januari